10. Mijn huisdieren Flashcards Preview

Dutch - 图解小词典 > 10. Mijn huisdieren > Flashcards

Flashcards in 10. Mijn huisdieren Deck (22):
1

de papegaai

the parrot

2

de vleugel

the wing

3

de vogelkooi

the birdcage

4

de schildpad

the tortoise

5

de kat

the cat

6

de muis

the mouse

7

de hond

the dog

8

het hondenhok

the doghouse

9

het voederen

feeding

10

de dierenpraktijk

the pet hospital

11

de dierenarts

the vet

12

vangen

catch

13

likken

lick

14

het aquarium

the aquarium

15

de goudvis

the goldfish

16

zijn water verversen

refresh its water

17

het bad geven

give it bath

18

ermee trainen

train it

19

meenemen voor een wandeling

take it for a walk

20

ermee spelen

play with

21

Heb je een huisdier?

Have you a pet?

22

Ja, ik heb een hondje.

Yes, I have a puppy.