7. Mijn kleerkast Flashcards Preview

Dutch - 图解小词典 > 7. Mijn kleerkast > Flashcards

Flashcards in 7. Mijn kleerkast Deck (30):
1

zeven

seven

2

mijn kleerkast

my (cloth) closest

3

mijn kledingkast

my (cloth) closet

4

de korte broek

the short pants

5

de lange broek

the long pants

6

de trui

the sweater

7

de jas

the jacket

8

de rits

the zipper

9

de broek

the pants

10

het T-shirt

the T-shirt

11

de sportkleding

the sportcloth

12

de sjaal

the scarf

13

het ondergoed

the underware

14

de hoed

the hat

15

de spikerbroek

the jeans

16

de riem

the belt

17

de rok

the skirt

18

de sokken

the socks

19

de handschoenen

the gloves

20

de schoenen

the shoes

21

de laarzen

the boots

22

het overhemd

the shirt

23

de jurk

the dress

24

Wat wil jij vandaag dragen om naar de school te gaan?

What will you wear today to go to school?

25

Wat wil jij vandaag aandoen om naar de school te gaan?

What will you put on today to go to school?

26

Ik wil een rok dragen om naar de school te gaan.

I will wear a skirt to go to shcool.

27

Ik wil een rok aandoen om naar de school te gaan.

I will put on a skirt to go to school.

28

Wat wil jij aandoen op de bruiloft van Josine en Roel?

What will you put on on the wedding of Josine and Roel?

29

Ik wil een paarse jurk aandoen op the bruiloft.

I will put on a purple dress for the wedding.

30

Ik wil een paarse jurk aandoen om naar de bluiloft te gaan.

I will put on a purple dress to go to the wedding.