autoimmuun - spier Flashcards Preview

Immunopathologie > autoimmuun - spier > Flashcards

Flashcards in autoimmuun - spier Deck (27):
1

autoimmune spierziektes

  • myastenia gravis
  • polymyositis (vizsla polymyositis)
  • kaakspiermyositis (MM)
    • eosinofiele vorm
    • atrofische/chronische vorm
  • extraoculaire myositis

2

  • Autoimmunie spierziekte
    • Myasthenia gravis
  • Voorkomen

A image thumb
3

etiologie myasthenia gravis

  • Autoantistoffen tegen
    • Negatieve AChR
    • Anti-gestreepte spiercel
    • Ryanodine receptor
      • Als die geprikkeld wordt zet het calcium kanalen open in spiere=cel: prikeloverdracht gestimuleert
  • Thymus betrokken in initialisatie (myoide cellen: self/nonself)

4

pathogenese myasthenia gravis

  • Antistoffen blokkeren receptoren voor acetylcholine. Werking:
    • 1. Sterische blokkade ABhR: Autoantistoffen => binden aan receptoren => daardoor beletten dat er evenveel acethylcholine kan binden aan receptoren => minder prikkel overdracht
      • Vnl van het IgG isotype, tegen de AChR zijn klaarblijkelijk de belangrijksete effector verantwoordelijk voor het verlies van motorische functie
    • 2. Activatie van complementsysteem => beschadiging neuomusculaire eindplaat en vermindering …
    • 3.IgG kruisverbinding tussen AChR internalisatie en degeneratie
      • Receptor wordt opgenomen en er is geen nieuwe vorming
    • 4.verminderde synthese AChR
  • Het verlaagt aantal receptoren doet de kans op falen van de neuromusculaire transmissie toenemen. Met herhaalde ontlading van de motorische zenuwuiteinden wordt dereserve aan Ach gedepleteerd. De enkele beschikbare AChR  worden snel bezet door ACh gedesensibiliseerd voor verdere stimulatie. Dit is de fysiologische basis voor de verhmoeidheid dikwlijs gezien bij patienten
  • Rol van thymus in ontwikkeling is niet duidelijk
  • Geen veranderingen in de procentuele samenstelling van de Tcel subsets van de thymus maar wel een verhoging van het aantal klasse II+ thymus T cellen

A image thumb
5

kliniek myasthenia gravis

  • 2 vormen
    • Gegeneraliseerde vorm
      • Makkelijke diagnose
      • Spieren die meest gebruikt worden gaan het snelst verslappen => wordt progressief ergen
      • Ook spieren van slokdarm kunnen aangetast worden => megaoesophagus
      • Als ze even kunnen rusten verbeterd het even
      • Skeletspieren in constant gebruik
      • Algehele spierzwakte
      • Herstel bij rust
      • Hervallen bij inspanning
      • Verstikkingsverschijnselen
      • Vlug moe
      • Regurgitatie
        • megaoesophagus
    • Lokale vorm
      • Oculaire myastemia
      • Verbeterd ook even met even rusten
      • Kunnen oogleden niet goed openhouden
      • Hangende oogleden, gezichtsspieren (palpebrale reflex verstoord) !!
      • Ongecontroleerde beweging vd tong
      • Regurgitatie (megaoesophagus) !
      • Dysfagie
      • Faryngeale dysfunctie
      • Laryngeale parese (stem)!
      • Graniale zenuwbaanabnormaliteiten

6

diagnose myasthenia gravis

  • Op zich vrij goed te stellen
  • 1. Elektromyografie
    • Je gaat de prikkeloverdracht bekijken
    • Eenvoudige axon en meer spiervezels
    • Prikkeloverdracht gaat niet gelijk zijn dus geen homogene signaal => ruis
  • 2. Herhaalde electrostimulatie
  • 3. Kortwerkende anitcholinesterase
    • Tensilon-test (endorphonium)
    • Omdat er meer acetylcholine beschikbaar komt dus meer voor normale signaaloverdracht
    • Dus anticholinesterase is dus een onderdeel van behandeling => aangepast aan graad vd ziekte
    • Kan nog steeds vals+ resultaat geven
  • 4. Serumautoantistoffen goudstandaard
    • Enige zekerheid

7

behandeling myasthenia gravis

  • 1. Langwerkende anticholinesterase
  • 2. Immunosuppressieve therapie
    • Zouden interessant kunnen zijn
    • Opletten want er zijn neveeffecten die bij deze ziekte heel erg zou kunnen zijn en als je niet oplet kan het de symptomen zeer sterk versterken met ademhalingsstilstand tot gevolg
    • Prednisolone kan het versterken som
    • Corticosteroiden
  • 3.thymoma verwijderen

8

voor en tegen van behandeling met corticosteroiden van myasthenia gravis

  • Voor
    • Membraanstabiliserend
    • Herstel neuromusculaire verbindng
    • Onderdrukt antistofproductie
  • Tegen
    • Helft patienten verergeren de symptomen
    • MG crisissen
    • Ademhalingsstilstand
    • Immunosuppressie is gevaar bij verslikking

9

prognose behandeling myasthenia gravis

  • Vroegtijdig en correcte diagnose is erg belangrijk. Want asl het te erg is herstelt niet meer (Weg en beschadigd)
  • => hoe vroeger hoe groter de kans dat je ze in aanvaardbare substantie kan houden
  • Inzet eigenaar is cruciaal
    • Ze moeten het aankunnen want als er verslikkingsgevaar is is moet er op een speciale manier eten gegeven worden = vrij arbeidsintensief
  • Faryngeale spierzwakte
  • Megaoesofagus

10

polymyositis

  • Vizsla polymyositis
  • Een niet goed begrepen veralgemeende ontstekingsmyositis bij honden. Hoewel het tot een tijd geleden zeldzaam was en meestal voorkwam bij volwassen honden van grote rassen zoals Duitse Herders, pointers en New-Foundlanders is er nu een variant die veel frequenter voorkomt bij de Hongaars Viszla en daarom veel gronidger bestudeerd is. Bij de andere rassen is de informatie beperkter
    • Progressieve spierzwakte niet gerelateerd met inspanning
    • Vooral < 2 jaar
    • Quadriceps, maar ook andere dg spieren en oesophagus
    • Cortico’s

A image thumb
11

verschijnselene viszla polymyositis

 

  • Spiervezel degeneratie
  • Necrose
  • Jonge: acuut: braakneigingen, dysfagie en speekselen
  • Oudere: kan geleidelijk slordig eten en drinken
  • Initieel: dikwijls megaoesophagus, vermoiedheid, verhoogde CPK, afwezigheid van braakreflex, stemverandering, aspiratiepneumoonie, kreupelheid/stijfheid/speciale stap
  • Vervolgens: atrofie van temporale and masseterspieren, maar ook andere spieren

A image thumb
12

DD polymyositis

  • MG
  • MMD
  • polymyositis

13

behandeling polyartritis

  • Immunosuppresieve therapie met azathiorpine gecombineerd
  • Evt cyclosporine

14

kaakspiermyositis (MM)

 

  • eosinofiele vorm
    • = beginvorm
  • atrofische/chronische vorm

15

voorkomen van eosinofiel vorm van kaakspiermyositis

  • Vooral grote rassen (predilectie voor duitse herder, doberman, ckc, collie (ook vizsla) => DD gaan onderscheiden
  • Jonge honden (gem 3 jaar)
  • Cf polymyositis
    • Er is een verband met MHCI
    • Kruisreagerende antigenen op infectieuze mo (denken dat kruisreactie de trigger is)
  • Kaakspieren zijn afkomstig van eerste kieuwboog
  • Myosine binden proteine C vormt brug tussen actine en myosinedraden. = C zone en komt enkel voor in het uiterste gedeelte en versterkt de interactie tussen actine en myosine = uniek eiwit aanwezig in de kaakspieren.  = type 2M spiervezels waar de antistoffen op reageren

16

pathogenese eosinofiele vorm kaakspiermyositis

  • Antistoffen tegenover die MBPC
  • Als je daar serum of biopt nemen en je kleurt die voor autoantistoffen zie je dat er op sarcolemma van kaakspieren kleuring optreedt.
  • Niet alle spiervezels kleuren => dat is type2M vezel = vezel die veel kracht en sneller kan contraheren en die zijn niet aangetast.
    • Hebben veel atp’ase => als je die kleurt zie je dezelfde oplichten, en als je dan kijkt naar autoantistoffen zijn het dezelfde vezels die oplichten
  • Enkel in Type 2M spieren herkent zijn => dat maakt dat geen enkel andere spier in lichaam is aangetast
  • Zit in masseter, temporalis, ptertgoïd.
  • Door binding met antistoffen worden de spiercellen gestimuleerd => meer MHCI tot expressie en raar genoeg ook MHCI en dat is niet normaal voor spiercellen => ……….
  • => intermitterend chronisch progressief verergerend = zeer progressief aan cortico’s
  • Er ontstaat druk op oogbol => gaat uitpuilen = belangrijke klinieksbeeld

A image thumb
17

kliniek MM

 

  • Een chronisch progressieve afwijking met intermitterende verergering van acute symptomen en letsels
  • Ontstaat druk door ontsteken masseter => oogbol puilt naar buiten
    • Prolaps van membana nicitans en exofltalmie kan voorkomen
    • Secundaire keratitis kan volgen.
    • Druk op oogzenuw kan leiden tot permanente blindheid
  • Gezwollen kaakspieren = pijnlijk
    • Als je pijnstillers geeft gaan ze nog eten
  • Openen en sluiten van de mond is pijnlijk: de patient kan de mond gedeeltelijk open houden of tekenen vertonen van trismus (lockjaw).
    • De trismus wordt niet gecorrigeerd door anesthesie (wel bij tetanus)
    • Patienten zijn koortsigg en tonsillen en submandibulaire lymfeknopen zijn dikwijls gezwollen

A image thumb
18

diagnose MM

  • Spieren die helemaal geïnfiltreerd zijn met eosinofiele, plasmacellen en T lymfocyten => geleidelijke degeneratie opgetreden => dat wil zeggen dat je in bloed alle tekenen gaat ien van degeneratie van spieren
    • Spierenzymes  In bloed verhoogd : CPK, LDH, SGOT en aldose
    • Hypergammaglobulinemie persiteert gedurende het verloop
    • Antistoffen tegen anti2 eiwit
      • Direct en indirect te tonen

A image thumb
19

behandeling MM

  • Behandeling
    • Spectaculaire resultaten na week cortico’s systemisch en lokaal
    • Maar als er een ontsteking is en je behandeld, maar dan krijg je een nieuwe aanval en geleidelijk aan gaat er spieratrofie optreden en komt je in de chronische deel van aandoening
  • Gaat geleidelijk aan over in atrofische vorm

20

atrofische/chronische vorm MM

  • Als het zo ver is is atrofie heel spectaculair
    • Fibrineuze atrofie van masseter, temporalis en pteryogid
  • Infiltratie van ontstekingscellen en verdwijnen van myofibrillen
  • Niet pijnlijk en dikwijls erge atrofie van betrokken spieren, weggezonken ogen en trismus wat niet verbetert bij anethesie
  • Ziekte is chronsich progressief zonder tussenkomst van acute ontsteking
  • Therapie met cortico heeft weinig effect daar fibrose en atrofie al opgetreden zijn
  • Prognose dus ongunstig

A image thumb
21

extraoculaire myositis algemeen

  • Zeldzaam
  • Meestal jonge dieren en meestal vrouwelijk
  • Waarbij de spieren die de ogen bewegen de enige aangetaste spieren zijn
  • (Mediale recturs, superiore rectus spier …. En nog 2 …….)
  • Hebben unieke myofibrillaire proteine isovorm compositie die target zijn voor autoantistffoen die nergens anders in lichaam voorkomen

A image thumb
22

kliniek extraoculaire myositis

  • Exoftalmus zonder uitpuilen van het derde ooglid.
  • Soms laterale strabismus, soms exotropia
  • Oogdruk normaal, iets verhoogde traanproductie

23

ziektebeeld extraoculaire myositis

24

diagnose extraoculaire myositis

  • Electrofysiologisch onderzoek of biopsie zijn moeilijk en daarom tegenaangewezen.
  • MRI laat toe het toegenomen volume van de rectus spieren te zien

25

(histologie extraoculaire myositis)

  • Oogspieren vertonen lymfocytaire infiltratie (CD3+cellen),
  • Milde diffyse myofibrose
  • Myodegeneratie
  • Myofibrillaire regeneratie kunnen gezien worden

26

behandeling extraoculaire myositis

  • Spectaculair na 7 dagen corticos
  • Prognose is erg goed tov kaakspier myositis

27