Beeldende Vorming 2 Flashcards Preview

*Toetsweek 2016 > Beeldende Vorming 2 > Flashcards

Flashcards in Beeldende Vorming 2 Deck (26):
1

kader

bestaat uit grenzen van het vlak waarop een schilder/tekenaar werkt

2

lineair

gemaakt/getekend met alleen lijnen

3

tinten

tinten zijn grijzen, tussen zwart-wit zijn ontelbaar veel tinten grijs te onderscheiden.

4

sculptuur

een beeldhouwwerk

5

driedimensionaal

met drie afmetingen: lengte breedte en diepte

6

tweedimensionaal

plat, met de afmetingen lengte en breedte (2D)

7

ruimtesuggestie

als je op een plat vlak toch ruimt ziet (een vorm van gezichtsbedrog)

8

textuur

de ruwheid van een oppervlak, of wat je voelt als je met je hand over iets heen strijkt

9

atmosferisch perspectief

dat in de verte de kleuren lichter zijn en ook minder details zijn

10

horizon

scheidingslijn tussen aarde en lucht

11

overlappend

truc voor ruimte suggestie, dat een voorwerp voor een ander voorwerp staat

12

vervreemdend

dat als je naar iets kijkt het is alsof er iets niet klopt, of alsof je droomt

13

realistisch

een manier van werken die heel sterk lijkt op de werkelijkheid

14

glimlichtjes

stukjes van een voorwerp waar extra veel licht op word weerkaatst

15

plasticiteit

betekend: ruimtelijkheid
kan ontstaan door licht en schaduw

16

eigen schaduw

het donkere deel dat ontstaat op een voorwerp, onder invloed van licht

17

kernschaduw

het donkerste deel van een schaduw

18

slagschaduw

schaduw die op de omgeving van een onderwerp of op een ander onderwerp valt

19

repoussoir

vorm die sterk afgesneden is en meestal heel erg groot is afgebeeld (vaak gebruikt in landschapsfotografie

20

ruimtelijk

iets is ruimtelijk als het niet plat is (of lijkt)

21

abstract

zonder herkenbare voorstelling, je herkent niets uit de werkelijkheid

22

figuratief

zonder herkenbare voorstelling, je herkent niets uit de werkelijkheid

23

optische illusie

je ziet dingen die er niet zijn , of je ziet dingen anders dan ze in werkelijkheid zijn (je ogen worden bedrogen)

24

trompe l'oeil

gezichtsbedrog in het Frans

25

symboliek

het gebruik van symbolen

26

symbool

een voorstelling die verwijst naar iets anders (een hart staat voor bijvoorbeeld liefde)