Begrippen hoofdstuk 2 Flashcards Preview

*Aardrijkskunde 3de klas > Begrippen hoofdstuk 2 > Flashcards

Flashcards in Begrippen hoofdstuk 2 Deck (40):
1

heelal

Alles wat er in de ruimte is.

2

ster

Gloeiend hete gasbol die door kernreacties enorme hoeveelheden energie produceert en uitstraalt.

3

planeten

Koude bol die rond een ster draait en daardoor verwarmd wordt.

4

basalt

Vulkanisch gesteente (stollingsgesteente) waaruit de oceaanbodem is opgebouwd.

5

graniet

Stollingsgesteente dat op de continenten voorkomt.

6

organische sedimentgesteenten

Sedimentgesteente dat bestaat uit overblijfselen van planten en dieren.

7

ozonlaag

Dit gas bevindt zich op grote hoogte in de dampkring en beschermt de aarde tegen schadelijke ultraviolette straling.

8

trilobiet

Fossiel overblijfsel van uitgestorven schelpdier dat op de zeebodem leefde.

9

ammonieten

Fossiel overblijfsel van uitgestorven inktvis met een opvallende schelp die in het water 'zweefde'.

10

fossiel

Een (versteend) overblijfsel of afdruk van een dier of plant.

11

evolutie van het leven

De ontwikkeling naar steeds complexere vormen van leven tijdens de geologische geschiedenis.

12

relatieve ouderdom

De volgorde waarin bepaalde gesteenten of fossielen zijn ontstaan.

13

absolute ouderdom

De ouderdom gemeten in jaren.

14

meteorieten

Groot blok steen dat tussen de planeten beweegt en soms ermee in botsing komt.

15

krater

Een cirkelvormige laagte in het terrein.

16

delfstoffen

Stoffen die uit de aardkorst worden gehaald omdat ze nuttig zijn voor de mens.

17

Carboon

Tijdvak in de geologische geschiedenis van de aarde dat duurde van 350 tot 290 miljoen jaar geleden.

18

veen

Een dikke laag niet-verteerde plantenresten.

19

dalingsgebied

Een gebied dat miljoenen jaren lang wegzakt en wordt opgevuld met sedimenten.

20

inkolingsproces

Proces waarbij veen onder hoge druk en temperatuur eerst in bruinkool e daarna in steenkool verandert.

21

steenkool

Gesteente dat ontstaat als veen onder hoge druk wordt samengeperst.

22

diament

Een vorm van koolstof, met een structuur die een hard materiaal oplevert.

23

grafiet

Een vorm van koolstof, met een structuur die een zacht materiaal oplevert.

24

aardgas

Gas dat ontstaat tijdens het inkolingsproces of tijdens de vorming van aardolie.

25

steenzout

Lagen zout die in de aardkorst voorkomen.

26

reservoirgesteente

Het poreuze gesteente waarin een delfstof ligt opgeslagen.

27

moedergesteente

Het gesteente waarin aardgas en aardolie ontstaan.

28

dagbouw

Winning van steenkool en bruinkool in de openlucht.

29

schatbouw

Winning van steenkool door de aanleg van verticale schachten en horizontale gangen.

30

aardolie

Olie die ontstaat wanneer micro-organismen die op de zeebodem hebben geleefd worden samengeperst.

31

olievenster

Temperatuur waaronder aardolie gevormd wordt uit micro-organismen

32

geassocieerd gas

Aardgas dat tegelijkertijd met aardolie ontstaat,

33

continentaal plat

Deel van de zeebode, dat grenst aan een continent en dat niet dieper is dan 200 meter.

34

gaskap

Situatie waarbij zich aardgas boven aardolie bevindt, waardoor winning van de olie makkelijker is,

35

waterstuwing

Opwaartse druk van het water dat zich onder de aardolie bevindt, waardoor de winning van de aardolie makkelijker wordt.

36

fossiele brandstoffen

De brandstoffen steenkool, bruinkool, aardolie en aardgas, die ontstaan zijn uit miljoenen jaren oude resten van planten en dieren.

37

peak oil

Term uit de olie-industrie die aangeeft dat de maximale opbrengst uit een olieveld bereikt is.

38

conventionele olie en gas

Olie en gas dat na de vorming in het moedergesteente is verplaatst naar reservoirgesteente

39

onconventionele olie en gas

Olie en gas dat zit opgeslagen in het moedergesteente

40

schalie

Sedimentgesteente dat uit klei us ontstaan