Centraal-America Flashcards Preview

De Viaje > Centraal-America > Flashcards

Flashcards in Centraal-America Deck (54):
0

Wat heb je daarop te zeggen?

Que tienes que decir al respeto?

1

Drukken, druk uitoefenen (op), pushen

Presionar (en)

2

To get closer to someone

Estrechar lazos

3

Bijbrengen, aanvoeren (juridisch)

Aportar, contribuir

4

Opgewekt, bereid

Animado

5

Zin hebben om

Tener ánimos de

6

Vervroegen

Adelantar

7

Staking / (rustperiode)

Huelga

8

Geschikt, gepast voor

Apropiado a/para

9

Dienen voor

Servir para

10

Binnenkort

En breve, dentro de poco

11

Inschenken

Servir

12

Ik houd je op de hoogte

Te mantengo informado, te pongo/mantengo al corriente

13

Up-to-date houden

Poner al día, actualizar

14

Zich afreageren

Desahogarse, descargarse

15

Toestemmen in, toelaten

Consentir

16

Balie / staaf / slash

Barra

17

Modder / klei

Barro, lodo

18

Door het slijk halen

Arrastrar por el lodo

19

Met modder gooien

Cubrir de lodo

20

Rotstreken - slechte manieren

Mala maña

21

Bekwaamheid, handigheid

Maña

22

Wie niet sterk is, moet slim zijn

más vale maña que fuerza

23

Begraven

Enterrar

24

Op de hoogte stellen (van)

Enterar (de)

25

Vernemen / op de hoogste stellen van / snappen

Enterarse (de)

26

Schaap

Oveja

27

Bij

Abeja

28

Parasol

Sombrilla

29

Pelgrim, bedevaarder / wereldreiziger

Peregrino

30

Het kwijtraken, zoekraken, dwaling

Extravío

31

Duurzaam

Durable

32

Geldig

Vigente

33

Mopperen / een standje geven

Regañar

34

Alert zijn op iets

Estar atento a una cosa

35

Alert reageren

Reaccionar alertamente

36

Aangrenzend

Contiguo

37

Een eindeloos aantal

Un sinfín

38

Mand

Cesta, cesto, canasta, canasto

39

Volbrengen, vervolledigen

Llevar a cabo

40

Op korte/lange termijn

A corto/largo plazo

41

Vuist

Puño

42

Grijpen, vastpakken

Empuñar

43

Vijver

Un estanque

44

De neus snuiten

Sonarse la nariz

45

Zweep

Látigo, fusta

46

Zwepen

Azotar, fustigar

47

(Zich) kammen

Peinar(se)

48

Ademhalen / op adem komen, uitrusten

Respirar

49

(Ver)zuchten / smachten naar

Suspirar

50

We zijn goed op weg

Estamos por buen camino

51

Voorkomen

Antojarse

52

Nodig zijn

Hacer falta

53

Tussen twee vuren staan

Entre la espada y la pared