Deel 1, 1-8 Flashcards Preview

SJH Nederlands > Deel 1, 1-8 > Flashcards

Flashcards in Deel 1, 1-8 Deck (92)
Loading flashcards...
1

Hoe heet je? (antwoord)

Ik heet Sarah.

2

Dag, Suzana. (I am not Suzana, I am Sarah)

Ik heet niet Suzana, ik heet Sarah.

3

How is it going with you? (translate)

Hoe gaat het met jou?

4

Good, and with you?

Goed, en met jou?

5

Also good

Ook goed.

6

It is going well.

Het gaat wel!

7

Not so good

Niet zo goed.

8

Bad.

Slecht.

9

Ze spreekt ___(only) Turks en ___ (a little) Engels.

alleen, een beetje

10

Dat is __ (too bad)

spijtig

11

Come in! (sing)

Kom binnen.

12

sit down

ga zitten

13

And you are Yuko, hey? (aren't you)

En jij bent Yuko, hé?

14

yes, that is correct

Ja, dat klopt

15

Jij spreekt ____(certainly) Japans?

zeker

16

Come over here

Kom even hier

17

Mijn vriend (does not yet know much)___ Nederlands.

kent nog niet veel

18

Jij spreekt _____ (as well, also) Russisch, hé

toch ook

19

nog maar 2 weken

only two weeks

20

Nice!

Aangenaam!

21

Are you Fawad?

Ben jij Fawad?

22

This is Wassiulah

Dit is Wassiulah

23

Say from which country you come. (translate)

Zeg uit welk land je komt.

24

Which information do you hear?

Welke informatie hoor je?

25

Circle the letter of the right answer

Omcirckel de letter van het juiste antwoord.

26

Welke taal spreek jij? (Answer)

Ik spreek Engels, een beetje Spaans en een beetje Nederlands.

27

Spanish (language)

Spaans

28

French (language)

Frans

29

Russian (Language)

Russisch

30

Listen to the dialogues

Luister naar de dialogen