duits-nederlands Flashcards Preview

duits 5 > duits-nederlands > Flashcards

Flashcards in duits-nederlands Deck (54):
1

weg mit dir

wegwezen

2

mein Zimmer

mijn kamer

3

Gassi gehen

de hond uitlaten

4

tauschen

ruilen

5

abgemacht

afgesproken

6

es regnet

het regent

7

die Regenjacke

de regenjas

8

mein Einkaufszettel

mijn boodschappenlijstje

9

veilleicht

misschien

10

der Kater

de kater

11

unterwegs

onderweg

12

die Schildkröte

de schildpad

13

die Belohnung

de beloning

14

der Wellensittich

de parkiet

15

gestern

gisteren

16

weiblich

vrouwelijk

17

männlich

mannelijk

18

die Katze

de kat

19

bekommen

gekregen

20

erzähl mal

vertel eens

21

ein weiBes Fell

een witte vacht

22

mit schwarzen Flecken

met zwarte vlekken

23

süB

lief, schattig

24

zum Tierarzt

naar de dierarts

25

was ist denn los?

wat is er aan de hand?

26

laufe

lopen

27

die Zeitschrift

het tijdschrift

28

dein Haustier

je huisdier

29

das Zwergkanninchen

het dwergkonijn

30

am liebsten

het liefst

31

die Gurke

de komkommer

32

der Salat

de sla

33

abends

's avonds

34

aufpassen

opletten

35

die Macke

de eigenaardigheid

36

er liebt es

hij vind het leuk

37

unglaublich

ongelooflijk

38

zum Glück

gelukkig

39

hassen

haten

40

der Hundekot

de hondenpoep

41

der Schlingel

de rakker

42

nach Hause

naar huis

43

das Rasierwasser

de aftershave

44

zum Bahnhof

naar het station

45

immer geradeaus

steeds maar rechtdoor

46

bei der Ampel

bij het verkeerslicht

47

wie weit

hoe ver

48

bis zum Bäcker

tot bij de bakker

49

gern geschehen

graag gedaan

50

zum Krankenhaus

naar het ziekenhuis

51

zur Tankstelle

naar het pomp station

52

rechts abbiegen

rechts afslaan

53

die StraBe überqueren

de straat oversteken

54

das Kaufhaus

het warenhuis