Zijn
Estar ()
Presente (Tegenwoordige tijd):
ik ben
jij bent
hij/zij is
wij zijn
zij zijn
Presente (Tegenwoordige tijd):
- yo estoy – ik ben
- tú estás – jij bent
- él/ella está – hij/zij is
- nosotros estamos – wij zijn
- ellos están – zij zijn
Imperfecto (Onvoltooide verleden tijd):
ik was
jij was
hij/zij was
wij waren
zij waren
Imperfecto (Onvoltooide verleden tijd):
- yo estaba – ik was
- tú estabas – jij was
- él/ella estaba – hij/zij was
- nosotros estábamos – wij waren
- ellos estaban – zij waren
Perfecto (Voltooide tegenwoordige tijd):
ik ben geweest
jij bent geweest
hij/zij is geweest
wij zijn geweest
zij zijn geweest
Perfecto (Voltooide tegenwoordige tijd):
- yo he estado – ik ben geweest
- tú has estado – jij bent geweest
- él/ella ha estado – hij/zij is geweest
- nosotros hemos estado – wij zijn geweest
- ellos han estado – zij zijn geweest
Indefinido (Onvoltooide verleden tijd):
ik was
jij was
hij/zij was
wij waren
zij waren
Indefinido (Onvoltooide verleden tijd):
- yo estuve – ik was
- tú estuviste – jij was
- él/ella estuvo – hij/zij was
- nosotros estuvimos – wij waren
- ellos estuvieron – zij waren
ik ben
Presente (Tegenwoordige tijd)
Presente (Tegenwoordige tijd)
Ik ben aan de tafel aan het werken.
Presente (Tegenwoordige tijd)
Ik ben moe na het voetballen
Presente (Tegenwoordige tijd)
jij bent
Presente (Tegenwoordige tijd)
Jij bent nu in het park.
Presente (Tegenwoordige tijd)
Jij bent heel blij met je nieuwe schoenen.
Presente (Tegenwoordige tijd)
hij/zij is
Presente (Tegenwoordige tijd)
Hij is in de koelkast iets aan het zoeken om te eten.
Presente (Tegenwoordige tijd)
Zij is de bloemen op de tafel aan het zetten.
Presente (Tegenwoordige tijd)
wij zijn
Presente (Tegenwoordige tijd)
Wij zijn in de bioscoop een film aan het kijken.
Presente (Tegenwoordige tijd)
Wij zijn in de tuin de bloemen aan het bewateren.
Presente (Tegenwoordige tijd)
zij zijn
Presente (Tegenwoordige tijd)
Zij zijn de feest in het park aan het organiseren.
Presente (Tegenwoordige tijd)
Zij zijn eten aan het kopen voor het feest.