Examenvragen - spijsverteringsstelsel Flashcards Preview

Splanchnologie > Examenvragen - spijsverteringsstelsel > Flashcards

Flashcards in Examenvragen - spijsverteringsstelsel Deck (22):
1

Bespreek het voorkomen en de functie van de sulcus reticuli.

  • Bij herkauwers
  • Dit is de slokdarmsleuf die opgebouwd is uit 2 lippen die de uitmonding van de slokdarm als een goot verbinden met de boekmaag
  • Functie is om vocht direct naar de lebmaag te brengen wat vnl bij ongespeende kalveren van belang is. Melk zal anders in de pens fermenteren.

2

Beschrijf de functie, ligging van de pancreas.

  • De pancreas heeft endocriene en exocriene functie.
    • Endocrien: aanmaak hormonen insuline en glucagon.
    • Exocrien: aanmaak verteringsenzymen voor eiwitten en vetten.
    • Ook opname suikers + eiwitten.
  • Ontstaat als een dorsale EN ventrale aanleg uit de oerdarm, CAUDAAL van de lever aanleg. Het dorsale deel van de pancreas zal de torsie van het mesogastrium/-duodenum volgen en zal dus de mediaanlijn over steken naar links. 
  • Ligt caudaal van de lever bij het duodenum pars descendens.

3

Bespreek lig. lieno renale.

  • ENKEL bij PAARD
  • Milt-nier band
  • Van dorsale deel milt → LINKER nier
  • Is in feite een verderzetting van lig. phrenico-lienale
  • Is vaak de oorzaak van afsnoering van de dunne darm
     

4

Wat is het diastema? Ligging , functie en klinische relevantie.

  • Via het diastema staat het vestibulum oris in verbinding met de eigenlijke mondholte.
  • Het is de ruimte tussen de snijtanden en de kiezen = tandloze zone.
  • Hier wordt de tong van het paard tussen gelegd bij onderzoek van de mond zodat het niet op zijn eigen tong zou bijten of op de handen.


     

5

Bespreek de banden diafragma-lever.

  • Lig. Falciformes hepatis (naast lobus quadratus naar diafragma en ventrale buikwand) (niet meer 
    functioneel)
  • Lig. Triangulare dextrum/sinister (rechter/linker deel lever naar diafragma)
  • Lig. Coronarium hepatis (in verbinding met ligg. Triangularia naar diafragma)

6

Waarom is het paard zo gevoelig aan koliek in vergelijking met andere species als we denken aan de maag? Bespreek tevens de belangrijkste verschilpunten van de maag van een paard met de andere monogastrische huisdieren (varken, hond).

  • Het paard kan niet “boeren” noch braken → het gas kan niet ontsnappen via de maag door de sterke cardiasfincter en komt dus in de darmen terecht.
  • Paard:
    • Saccus caecus.
  • Varken:
    • Diverticulum ventriculi
    • Torus pyloricus.
  • Hond:
    • zo goed als volledig glandulair.

7

Verklaar waarom de glandula parotis klinisch zo belangrijk is ivm haar ligging.

Ligt onder de oorbasis waar verschillende belangrijke leidingen lopen (bloedvaten en zenuwen) die bij een ontsteking van de parotis ook kunnen beschadigd geraken.

8

Wat is foramen epiploicum?

  • Het foramen epiploicum geeft toegang tot de bursa omentalis. 
    Wordt door de volgende structuren begrensd:
    • Dorsaal:      venae cava caudalis
    • Ventraal:     venae portae
    • Craniaal :    processus caudatus van de lever
    • Caudaal :    pars cranialis van het duodenum
  • Omentum majus dient als bescherming voor de darmen en houdt deze ook op hun plek.
  • Darmslingeringen kunnen door het foramen in de bursa omentalis komen, dit kan koliek tot gevolg hebben.

9

Wat is tympani?

Net zoals bij het paard is er bij het rund ook veel gasvorming. Het gas komt in de dorsale penszak. Wanneer het gas niet weg kan (door bv. verstopping vd slokdarm, vochtig voedsel..) zwelt de pens op en soms verdwijnt de hongergroeve zelfs. Deze opzwelling heet bombage. 

10

Een cliënt belt jou in paniek op dat zijn Duitse Herder apathisch(in shock) op de grond ligt. De hond was direct na het eten van een grote hoeveelheid hondebrokken naar buiten gelopen en tegen hoge snelheid uitgegleden op het natte gras en op zijn linkerzijde gevallen op de stenen boord van de vijver. Eerst leek het dier vrij normaal en stond het direct weer recht, maar na een tijdje werd de hond plots heel slecht en geraakte in shock. Bij aankomst blijkt dat het dier inderdaad in shock is en zeer bleke mucosae vertoont. Wat is volgensjou de meestwaarschijnlijke diagnose? Beschrijf tevens hoe de betrokken anatomische structu(u)r(en) zich situe(e)r(t)(en) t.o.v. de omliggende structuren.

  • Diagnose: miltruptuur
  • Milt is links gelokaliseerd, lateraal van en via zijn hilus aan de facies parietalis verbonden met de maag, nl. via het omentum majus en meer specifiek het lig. gastrolienale.
  • Bij sterke vulling van de maag komt deze extrathoracaal bij de hond te liggen en de milt dus ook. Deze wordt op deze manier gevoelig voor trauma. Dit is hier dan ook gebeurd. De facies parietalis is beschadigd geraakt.

11

Hond doet aan slederijden. Wat is de oorzaak? Hoe ontstaat dit? Bespreek omliggende structuren.

  • Ontsteking van de anaalzakjes.
  • In de overgangszone anale kanaal – aars liggen klieren → gll. circumanales.
  • Op de overgang van de mucosa van de anus en de huid ontstaan anaalzakjes: sinus paranalis, ter grootte van een hazelnoot zijdelings van de aars. 
    In de wand van het anaalzakje ontwikkelt zich een talgklier, de gl. sinus paranalis, welke een vettig, sterk ruikend secreet produceert. Dit wordt uitgeperst door de omgevende gladde en dwars gestreepte spieren (herkenning/territorium).
  • De uitvoeropeningen van deze anaalzakjes zijn erg klein, en als deze dus verstopt raken kan het secreet niet weg en gaat het ophopen waardoor de anaalzakjes gaan ontsteken. Dit veroorzaakt jeuk waardoor de hond met zijn achterwerk over de grond gaat schuren → sleetje rijden + naar staartbasis bijten + pijn bij defaecatie.
  • Meestal is het voldoende om de klieren gewoon uit te knijpen (stinkt verschrikkelijk en spuit hard), af en toe is er antibiotica kuur nodig.

12

Fysiologische navelbreuk.


Door sterke lengtegroei van de pre-vitelliene darm en expansie van de lever, passen de darmen niet meer in de buikholte. De darm gaat daarom via de navel uitpuilen in het extra-embryonaal coeloom. Na een tijdje herstelt dit zich, doordat de buikholte doorgroeit en de expansie van de lever stopt; er ontstaat weer genoeg ruimte voor de darmen.


 

13

Dieren die brachiocephaal zijn (o.a. Engelse Bulldog) vaak ademhalingsstoornissen. Geef twee congenitale oorzaken die hiertoe bijdragen.

= kortsnuitig

  • Zachte gehemelte is niet met de kop geregresseerd waardoor het te lang is, hierdoor gaat het bij inspanning vibreren waardoor je een snurkend geluid krijgt en turbulentie van de lucht in de neusschelpen. In het ergste geval raakt het zachte gehemelte vast achter het strottenklep waardoor de epiglottis in de val wordt gezet en deze niet meer kan sluiten en er verslikkingspneumonie plaatsvindt.
  • Choanen te smal + te korte schedel
  • Smalle/vernauwde neusopening
  • Vernauwde luchtpijp (trachea hypoplasie)

14

Agenesie van de slokdarm.

De slokdarm ontwikkelt niet volledig. De slokdarm is verbonden met de trachea waardoor voedsel in de luchtpijp en de longen  kan terecht komen. Het heeft een embryonale oorzaak.

15

Bespreek: maagtorsie.

De slokdarm (en het pyloruskanaal) kunnen worden afgesloten, waardoor het gas (ontstaat bij vertering) niet kan ontsnappen. Dit heeft vaak dodelijke gevolgen. Kan ontstaan wanneer het dier, vlak na het eten, een plotselinge beweging (rollen, springen, e.d.) maakt. De maag zet uit wanneer een dier net gegeten heeft, ligt dan buiten de ribbenkas; leidt vaak bij grote hondenrassen met een brede borstkas/buikholte tot problemen.

16

Acute maagdilatie.

Ontsnappen van gas t.g.v. een maagverwijding is bijna niet mogelijk, wordt meestal gevolgd door maagruptuur en fatale peritonitis (buikvliesontsteking) door de uitstroom van maagbacteriën (door zware cardiasfincter op de overgang van slokdarm naar maag, hierdoor braken ook onmogelijk).

17

Bespreek: pylorusstenose.

= vernauwing

  • Enerzijds kan de pylorussfincter te sterk zijn, anderzijds kan er BW gaan verbinden met pylorus sfincter (die normaal alleen uit spierweefsel bestaat) waardoor er problemen ontstaan
  • Aangeboren
  • Maag gaat zich zeer sterk vullen en voedsel, dat grotendeels onverteerd is, gaat zeer moeilijk naar de dunne darm geraken
  • Diagnose: o.b.v.e. contrastradiografie ga je een sterk vernauwde sfincter zien

18

Gespleten gehemelte.

  • Verslikkingspneumonie: voedsel komt in ademhalingsstelsel.
  • Geen onderdruk creëren bij zuigen, enkel passieve opname van vocht.

19

Bespreek: actinomyces.

= kiem die voor ontsteking of infectie kan zorgen
Thv de papilae circumvalatae is er een verhevenheid, nl torus linguae, die werkt als een soort van barrière. Door het feit dat runderen weinig selectief zijn, komen vreemde voorwerpen hierin waardoor er ontstekingen gaan ontstaan.

20

Opbouw gehemelte.

  • Bestaat uit een hard (palatum durum - meer naar craniaal) en zacht (palatum molle - meer naar caudaal) deel
  • Het harde loopt over in het zachte en het zachte gehemelte gaat naar caudaal verder gezet worden als een ring die rond de keelopening zit, bilateraal gaat zachte gehemelte verderlopen in plica palatopharingea (vormen samen een ring rond het ostium interpharyngeum)
  • Raphe palatinium = versmeltingsplaat van de 2 platen die naar elkaar toe komen tvvh gehemelte
  • Rugae palatinae: dwarse plooien in het gehemelte

21

Speekselklieren.

  • gl parotideus: langs het oor, aan oorbasis en gaat dan ventraal lopen naar de achterhand vd onderkaak – meest oppervlakkig gelegen

     → ductus parotideus (afvoerweg van deze speekselklier), gaat eerst vrij oppervlakkig lopen en dan in diepte dringen en gaat aan bovenzijde (thv bovenkaak) uitmonden in de mondholte thvd kiezen
     → Ca en Fe: beperkt in grootte, deze gaat andere speekselklieren matig bedekken
     → Su: zandlopervormig, enorm groot, zal onderliggende speekselklieren bedekken
     → als deze gaat ontsteken kunnen bepaalde BVn en zenuwen afgekneld worden met paralyse tot gevolg.

  • gl mandibularis: onderkaak speekselklier, aan kaakronding (aan de mediale zijde)
  • gl sublingualis:

     → gl sublingualis monostomatica (nt bij Eq): klier die slechts 1 uitmonding heeft (= ductus sublingualis major), mondt uit in de carunculae sublingualis
     → gl sublingualis polystomatica: meerdere klierkwabjes die elk een afzonderlijke afvoerweg hebben (= ductuli sublingualis minores) in rec sublingualis krijg je een kam, nl de  crista sublingualis (bilateraal), dit is de plaats waar je verschillende gaatjes gaat zien voor uitmonding vd afvoerwegen van de gl sublingualis polystomatica

22

Draaiing maag

* Eerste draaiing: rond lengteas naar links (140° – 180°)

* Tweede draaiing: rond dorso – ventrale as (90°) waardoor pylorus (begin duodenum) rechts en cardia (einde slokdarm) links

* SVS hangt embryonaal gezien vast met dorsaal mesenterium aan wervelkolom en ventraal mesenterium onderaan

* Dorsaal mesenterium: wordt omentum majus

* Ventraal mesenterium: lever ontwikkelt hier in, wordt omentum minus