Expert - Inotropica & Vasopressie Flashcards Preview

Medisch > Expert - Inotropica & Vasopressie > Flashcards

Flashcards in Expert - Inotropica & Vasopressie Deck (30):
1

Waar vind je α-adrenerge receptoren?

Behoren tot het sympatisch zenuwstelsel, met name aanwezig in arteriolen van spieren, organen, huid en ook in de grote venen

2

Waar zorgt stimulatie van α-adrenerge receptoren voor?

1. Vasoconstrictie van arteriën en venen
2. Zwak positief inotroop
3. Sterke vasoconstrictie m.a.g. diastolische tensiestijging en secundaire afname van cardiac output (verhoogde afterload)

3

Waar vind je β1-adrenerge receptoren?

Met name in het hart, ook in het juxtaglomerulaire apparaat van de nieren.

4

Waar zorgt stimulatie van β1-adrenerge receptoren voor?

1. Positief inotroop
2. Positief chronotroop
3. Toename cardiac output
4. Verkorting van refractaire periode
5. Hogere snelheid van prikkelgeleiding
6. Snellere AV-geleiding (positief dromotroop)
7. Activatie van het RAAS

5

Waar vind je β2-adrenerge receptoren?

In de grote venen en de arteriolen van spieren, organen en longen.

6

Waar zorgt stimulatie van β2-adrenerge receptoren voor?

1. Vasodilatatie m.a.g. tensiedaling
2. Bronchodilatatie
3. Afname van slijmproductie in luchtwegen
4. Reflectoire tachycardie
5. Stimulatie van glyocgenolyse
6. Stimulatie van lipolyse

7

Waar vind je dopaminerge receptoren?

In de bloedvaten van o.a. nier- en splanchicusgebied

8

Waar zorgt stimulatie van dopaminerge receptoren voor?

Vasodilatatie van bloedvaten in nier- en splanchicusgebied

9

Wat is dopamine en wat stimuleert het?

De directe precursor van norepinefrine, het stimuleert:
1. Dopaminerge receptoren (lage dosering)
2. β-receptoren (middelhoge dosering)
3. α-receptoren (hoge dosering)

10

Hoeveel is de middelhoge dopamine dosering en wat gebeurt er als je dit geeft?

- 2-10 mcg/kg/min
- Stimuleert de β-receptoren
- Toename van de cardiac output

11

Hoeveel is de hoge dopamine dosering en wat gebeurt er als je dit geeft?

- va. 10 mcg/kg/min
- Stimuleert naast de β-receptoren, ook de α-receptoren
- Toename van de cardiac output, perifere vasoconstrictie m.a.g. tensiestijging
- va. 20 mcg/kg/min domineert het α-adrenerge effect

12

Wat is dobutamine en wat stimuleert het?

Een sympathicomimetisch catecholamine. Stimuleert β1-receptoren (positief inotroop en chronotroop) en zwak/matig β2-receptoren en zwak α1-receptoren stimulerend effect

13

Wanneer geef je dobutamine en wat is het effect?

Bij hartfalen (zowel ischemisch als sepsis), effect op tensie is zeer wisselend!

14

Wat is adrenaline en wat stimuleert het?

Een catecholamine met potente stimulatie van alle adrenerge receptoren

15

Wat is het effect van adrenaline?

1. Perifere vasoconstrictie (α > β2)
2. Positief inotroop en chronotroop
3. Tensiestijging
4. Bronchodilatatie

16

Wanneer geef je adrenaline?

Shock bij sepsis, reanimatie, allergische reacties, status asthmaticus

17

Wat is noradrenaline en wat stimuleert het?

Een hormoon en neurotransmitter. Sterk α-receptor stimulerend, zwak β-receptor stimulerend

18

Wat is het effect van noradrenaline?

1. Perifere vasoconstrictie
2. Licht positief inotroop

19

Wanneer geef je noradrenaline?

Septische shock, cardiogene shock (noradrenaline verhoogt ook de diastolische tensie, is belangrijkste fase bij vulling van coronairen)

20

Wat is Enoximone en wat stimuleert het?

Een fosfodiesteraseremmer. Bindt NIET aan adrenerge receptor, maar remt cardiaal fosfodiesterase waardoor intracellulair cyclisch AMP toeneemt

21

Wat is het effect van Enoximone?

1. Positief inotroop
2. Vasodilatatie

22

Wat zijn bijwerkingen van Enoximone?

1. Hypotensie
2. Ritmestoornissen
3. Extrasystolie
4. Misselijkheid en braken
5. Hoofdpijn

23

Wat stimuleert isoprenaline en wanneer geef je het?

β1- en β2-receptoren. Bij bradycardieën (sinusbradycardie, AV-blok, sinoatriaal blok)

24

Wat is het effect van isoprenaline?

1. Positief inotroop
2. Positief chronotroop
3. Bronchodilatatie
4. Perifere vasodilatatie

25

Wat zijn bijwerkingen van isoprenaline?

1. Hypotensie
2. Palpitaties
3. Ritmestoornissen
4. Acidose
5. Hyperkaliëmie

26

Wat is atropine en wat stimuleert het?

Een parasympathicolyticum en neurotransmitter, geen effect op adrenerge receptoren. Remt competitief de werk van ACh op muscarinereceptoren, effect op nicotinereceptoren is gering. ACh brengt nervus vagus effecten over (omgekeerd aan β-receptor: negatief inotroop en chronotroop).

27

Hoe werkt Acetylcholine?

Werkt via muscarine- en nicotinereceptoren.
N: stimulatie via ACh opent voltagegestuurde Na-kanalen m.a.g. cel depolarisatie en actiepotentiaal
M: prikkeling verhoogt cyclisch AMP

28

Wat is het effect van atropine?

1. Vermindering van speekselproductie
2. Bronchodilatatie
3. Positief chronotroop en inotroop
4. Pupilverwijding

29

Wanneer geef je atropine?

Behandeling van bradycardieëen (ook met hypotensie)
Asystolie
Antidotum bij vergiftiging met acetylcholineesterase remmers

30

Wat zijn bijwerkingen van atropine?

1. Palpitaties
2. Ritmestoornissen
3. Droge mond
4. Verwardheid