Frans werkwoorden Flashcards Preview

Frans > Frans werkwoorden > Flashcards

Flashcards in Frans werkwoorden Deck (37):
0

Être

Zijn

1

Avoir

Hebben

2

Chanter

Zingen

3

Aimer

Houden van

4

Acheter

Kopen

5

Payer

Betalen

6

Partir

Vertrekken

7

Dormir

Slapen

8

Sortir

Buitengaan

9

Attendre

Wachten

10

Entendre

Horen

11

Vendre

Verkopen

12

Aller

Gaan

13

Boire

Drinken

14

Connaitre

Kennen

15

Courir

Lopen

16

Devoir

Moeten

17

Dire

Zeggen

18

Ecrire

Schrijven

19

Faire

Maken,doen

20

Lire

Lezen

21

Mettre

Plaatsen,leggen

22

Ouvrir

Openen

23

Pouvoir

Kunnen,mogen

24

Prendre

Nemen

25

Apprendre

Leren

26

Comprendre

Begrijpen

27

Savoir

Weten,kennen,kunnen

28

Venir

Komen

29

Voir

Zien

30

Vouloir

Willen

31

Tomber

Vallen

32

Gagner

Winnen

33

Nager

Zwemmen

34

Raconter

Vertellen

35

Trouver

Vinden

36

Aider

Helpen