Fysiologische benaderingen van persoonlijkheid (Week5) Flashcards Preview

Persoonlijkheidsleer en -onderzoek > Fysiologische benaderingen van persoonlijkheid (Week5) > Flashcards

Flashcards in Fysiologische benaderingen van persoonlijkheid (Week5) Deck (19):
1

verband van neurotransmitters/hormones en persoonlijkheid

 

1.testosteron

2.cortisol

3.monoamine oxidase

1. hoge dosis testosteron -> agressief, dominant en risocovol gedrag

2. veel cortisol - veel stress en angst

3. veel monoamine oxidase -> dopamine verdwijnt snel uit synaps -> sensatiezucht

2

invloed van het sympathisch zenuwstelsel op persoonlijkheid

 

actief zs?

sensitief zs?

sensitief zenuwstelsel -> introvert persoon, gevoelig voor geluid en stress

zenuwstelsel altijd actief -> hoog op neuroticisme en angst

3

invloed van hersenengebieden op persoonlijkheid (6)

1. extravertie - verhoogd activiteit van mediale orbitofrontale cortex en frontale kwab bijj positief informatie

2. neuroticisme - verhoogd activiteit in hippocampus,basale ganglia en frontale kwab bij negatief informatie

3. verdraagzaamheid staat in verband met de posterior cingulate cortex 

4. conscientieusheid staat in verband met de lateral prefrontale cortex

5. zelfdirectie (emotionele stabiliteit etc) correleert negatief met activiteit in de amygdala

6. ontbreken van een deel van frontale kwab -> problemen met impulscontrole, agressief en stemmingswisselingen

4

uitleg: cardiac reactiviteit

hoge reactiviteit -> sneller omhoog gaan van de hartslag en bloeddruk bij stressopwekkende taak 

 

staat in verband met type A persoonlijkheid ( ongeduld, competitie en vijandigheid)

5

uitleg: electrodermale activiteit

skin conductance - bij activatie van sympathische zenuwstelsel zweet op huid 

meten hoeveel iemand zweet door elektrische geleiding van huid te meten

 

hoge voltpercentage = hoge activatie sympathische zenuwstelsel

6

2 staten bloeddruk

1. systolisch (maximale druk) 

2.diastolisch (rustdruk tussen hardcontracties) 

7

2 manieren om breinactiviteit te meten

1. electroencephalography (EEG) - meten van breingolven door middel van elektroden

2. functional magnetic resonance imaging (fMRI) - verhoogde activiteit in een gebied 

-> meer bloed in dit gebied

-> verandering in magnetisch eigenschappen meten

8

2 soorten biochemische analyses

1. speksel - informatie over het immuunsysteem en levels van testosteron en cortisol

2. bloed - informatie over hoeveelheid bv MAO

9

uitleg: ascendig reticulair activating system (ARAS)

verschil introvertie/extrovertie

 

wat zegt Eysenck?

ARAS reguleert de hoeveelheid stimulus die het hersenen binnenkomt 

bij extrovert wordt weinig stimulus binnen gelaten -> meer stimulus nodig om optimale level arousal te bereiken

introvert wordt juist meer stimulus binnen gelaten -> minder stimulus nodig 

Eysenck: breinactiviteit van introverte en extraverte mensen verschilt -> klopt niet! bv als ze slapen

10

2 theorieen over het optimale level van arousal 

(eysenck, zuckerman)

eysenck: need for sensory input - mensen hebben een individuele hoeveelheid prikkels nodig om hun optimale level van arousal te bereiken

zuckerman: sensatiezucht door lage mate MAOI

weinig monoamineoxidaseremmer -> veel neurotransmitter in synaps -> weinig inhibitie van zenuwstelsel -> weinig controle over gedrag gedachten etc

dus MAOi als rem 

11

uitleg: Cloninger: tridimensionele persoonlijkheidsmodel

3 PSE staan in verband met 3 verschillenden neurotransmitters 

1. dopamine - novelty seeking (zoeken naar nieuwe opwindende stimuli)

2. serotonine - harm avoidance (vermijden van pijn)

3. norepinephrine(noradrenaline) - reward dependence (zoeken naar beloning) 

1 en 3 : lage mate neurotransmitter - sterke PSE

12

twee verschillende functies van serotoninemetabolisme (met betrekking op cloninger)

acute functie: op kortetermijn als reactie op stress of angst, op langetermijn als bescherming voor overreactie op stress - dit gebeurt waarschijnlijk door desensitisatie voor het stressgerelateerde vrijlaten van serotonine

functie op lange termijn: verlagen van serotonine levels over levensduur in verband met lage harm avoidance 

13

wat is der verband tussen persoonlijkheid, erfelijkheid en neurotransmitters?

hoe het systeem van neurotransmitters functioneert wordt bepaald door genen

bv. DRD4 dopamine receptor in verband met novelty seeking

en neurotransmitters spelen en grote rol in hoe een individu zich gedraagd

14

eigenschappen ochtendmens

 kortere circadiaanse ritme (<24 uren)

lichaamstemperatuur piekt vroeg

worden dus snel en makkelijk wakker maar gaan ook snel weer slapen

mannen: hoge neuroticisme

vrouwen: lage neuroticisme

15

eigenschappen avondmens

langere circadiaanse ritme ( >24 uren)

lichaamstemperatuur piekt later

worden dus moeilijk wakker maar kunnen savonds langer wakker blijven en presteren 

vrouwen: scoren hoger op agressie-vijandigheid, impulsiviteit en sensatiezucht 

16

zijn avondmensen of ochtendmensen beter in het aanpassen aan onderbrekingen van hun ritme?

avondmensen 

 

17

uitleg: free running

biologische ritme wordt niet bepaald door zonlicht, eetlust of andere mensen

kan leiden tot rare dag/nacht ritmes

18

uitleg: breinasymmetrie

vermeerdere activiteit in de linker/rechter hemisphere in rustmodus

 

19

verschillen linker/rechter hersenenhelft qua verwerken van stimuli

links: reageert meer op positieve emoties, gezichtsuitdrukkingen, zoete substanties

rechts: reageert meer op negatieve emoties, gezichtsuitdrukkingen, bittere substanties