H3 Flashcards Preview

Algemene Economie > H3 > Flashcards

Flashcards in H3 Deck (15):
1

Wat zijn concurrerende markten?

Markten waarin er veel kopers en verkopers zijn waardoor beide een minimale invloed hebben op de marktprijs.

2

Een perfecte concurrente markt?

Een markt waarbij alle producten homogeen zijn.

3

Een monopoly?

Alleen een verkoper in de markt. Deze heeft volledige invloed op marktprijs.

4

Een oligopolie?

Tussen concurrente markt en een monopoly. Bevat enkele verkopers. Weinig concurrentie.

5

Law of demand?

De bewering dat als andere dingen gelijk blijven, de gevraagde hoeveelheid van een goed daalt, wanneer de prijs van een goed stijgt en wanneer de prijs van een goed daalt, de gevraagde hoeveelheid van het goed stijgt.

6

Wat veroorzaakt een schift in de demand curve?

Wordt veroorzaakt door een andere factor dan prijs
Substituten
Complimentair
Normaal product - verandering in inkomen
Inferieur product - verandering in inkomen
Smaak
Verwachtingen
Bevolkingsstructuur

7

Complimentair goed?

Twee goederen waarvoor een verhoging van de prijs van de een leidt tot een afname van de vraag naar de andere. (Prijs benzine stijgt, minder vraag naar auto’s)

8

Substituut

Twee goederen waarvoor een verhoging van de prijs van een leidt tot een toename van de vraag voor de andere (Prijs van schepijs stijgt dus meer vraag naar waterijsjes)

9

Normaal product - verandering in inkomen

Bij een stijging van inkomens zal de vraag naar dit product toenemen. (andersom ook)

10

Inferieur product - verandering in inkomen

Bij een stijging van inkomens zal de vraag naar dit product afnemen. (andersom ook)

11

Law of supply?

De bewering dat als andere dingen gelijk zijn, wanneer de prijs van een goed stijgt, de aangeboden hoeveelheid van het goede ook stijgt, en wanneer de prijs daalt, de aangeboden hoeveelheid daalt ook.

12

Wat veroorzaakt een schift in de supply curve?

Wordt veroorzaakt door een andere factor dan prijs
Technologische ontwikkeling
Productiekosten
Hoeveelheid verkopers
Verwachtingen

13

Technologische ontwikkeling

Hogere productiviteit door verbeteringen

14

Productiekosten

Stijging of daling van prijs

15

Hoeveelheid verkopers

Aanbod daalt of stijgt