Noem 2 soorten gedragsstoornissen
Geef 2 voorbeelden van disruptieve, impulsbeheersings gedragsstoornissen
Geef een voorbeeld van een depressieve stemmingsstoornis
Disruptive mood dysregulation disorder (DMDD) = disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis
Geef 5 kenmerken van psychopathie
Noem 2 types van agressie
Geef 4 kenmerken van reactieve agressie
Geef 4 kenmerken van proactieve agressie
Beschrijf de DSM-5 criteria A voor oppositionele-opstandige stoornis (ODD)
Boze/prikkelbare stemming, brutaal/ ongehoorzaam gedrag of ontevredenheid
- ruzie zoekend c.q. openlijk ongehoorzaam
- wraakzucht
Beschrijf de DSM-5 criteria B voor oppositionele-opstandige stoornis (ODD)
De verstoring in het gedrag gaat samen met lijdensdruk bij de betrokkene zelf of anderen in zijn/haar onmiddellijke sociale omgeving OF heeft een negatieve invloed op het sociale, schoolse of beroepsmatige functioneren OF in het functioneren op andere belangrijke terreinen
Beschrijf de DSM-5 criteria van normoverschrijdende-gedragsstoornis (CD)
A. Grondrechten van anderen/belangrijke maatschappelijke normen worden geschonden dmv agressie, diefstal, vernieling, etc.
B. Gedragsstoornis veroorzaakt klinisch significante beperkingen in het functioneren
C. Indien betrokkene ouder dan 18: niet voldaan aan criteria voor antisociale-persoonlijkheidsstoornis
Op welke 2 manieren kan een normoverschrijdende gedragsstoornis gespecificeerd worden?
Beschrijf de DSM-5 criteria voor de disruptieve stemmingsdisregulatiestoornis (DSD)
A. Ernstige recidiverende driftbuien gemanifesteerd in gedrag of verbaal die wat intensiteit/duur betreft disproportioneel zijn met de aanleiding/situatie
B. Driftbuien komen niet overeen met ontwikkelingsniveau
C. Driftbuien treden gemiddeld 3x per week of vaker op
D. Stemming tussen driftbuien is persisterend prikkelbaar en is door anderen waarneembaar
E. Criteria A-D > 1 jaar aanwezig, gedurende die periode nooit > 3 maanden symptoomvrij geweest
Noem gunstige factoren betreft gedragsstoornissen
Noem ongunstige factoren die predispositie geven voor gedragsstoornissen
Vroeg begin, veel gedragsproblemen, fysieke agressie, ADHD, laag IQ, ongevoeligheid, emotieloosheid, mannelijk geslacht
Wat is de DD van een gedragsstoornis?
Beschrijf de behandeling van een kind met een gedragsstoornis
Beschrijf de behandeling van een adolescent met een gedragsstoornis
Beschrijf 2 soorten farmacotherapie die nuttig kunnen zijn bij een gedragsstoornis
Noem 4 groepen psychotrope farmaca
Hoe werkt 3-MMC/flakka?
= amfetamine-achtige stof die re-uptake remt van noradrenaline, dopamine en serotonine
Noem 3 toxische gevolgen van 3-MMC
Hoe ontstaat het abstinentiesyndroom?
Wat is tolerantie?
Reactie van het lichaam waarmee het zich aanpast om het effect van een stof te verminderen
Noem 4 mogelijke mechanismen van tolerantie