Hoofd- en bijzinnen Flashcards Preview

HTF Taalvaardigheid 2 > Hoofd- en bijzinnen > Flashcards

Flashcards in Hoofd- en bijzinnen Deck (12):
1

Noem 3 kenmerken van een hoofdzin.

Een hoofdzin :
- is in principe altijd een zelfstandige zin.
- Onderwerp en persoonsvorm staan noodzakelijk naast elkaar. Je kunt er geen ander woord tussen zetten.
- kun je niet door één woord vervangen.

2

Hoe vind je de hoofdzin ?

1. Zoek alle persoonsvormen ( zin in andere tijd zetten).
2. Zoveel persoonsvormen, zoveel zinnen ( hoofd- of bij-).
3. Begrens de zinnen ( eerste en laatste woord noteren)
4. Zoek bij elke persoonsvorm het onderwerp en stel vast : hoofd- of bijzin.

3

Wat is een bijzin ?

Een bijzin :
- is altijd een zinsdeel van een "hogere"zin.
- kan niet zelfstandig voorkomen.
- onderwerp en persoonsvorm staan niet noodzakelijk naast elkaar. Je kunt er altijd "niet" tussen plaatsen. Persoonsvorm schuift dan naar achteren.
- is altijd ondergeschikt aan de hoofdzin.
- kun je altijd vervangen door één woord.

4

Wat is een rompzin ?

Een rompzin is een hoofdzin min alle bijzinnen.

5

Wat is een enkelvoudige zin ?

Een zin met één persoonsvorm en één onderwerp.

Bijv. Jan is gek. (hoofdzin) - enkelvoudige zin.

6

Wat is een samengestelde zin ?

Een zin met twee of meer persoonsvormen en twee of meer onderwerpen.

7

Hoe vind je het onderwerp van de zin ?

- Stel eerst de persoonsvorm vast.
- Onderwerp en persoonsvorm moeten in getal overeenkomen : ze staan of allebei in het enkelvoud of allebei in het meervoud. Wanneer een van beide verandert, verandert het andere meestal mee.
- De makkelijkste mannier om het onderp te vinden is "wie"of "wat "voor de persoonsvorm te zetten. Het antwoord op de vraag die dan ontstaat, is het onderwerp.

8

Begin je met "wie"of met "wat" als je op zoek bent naar het onderwerp in de zin ?

Met "wie". Het onderwerp wordt namelijk vaak gevormd door personen. Als dat niet lukt, zet je "wat"voor de persoonsvorm.

9

Hoe stel je de persoonsvorm vast in een zin ?

- De persoonsvorm is een werkwoord dat in de zin van tijd kan veranderen.

10

Kunnen er meerdere persoonsvormen in een zin voorkomen ?

Ja, soms kunnen er in een zin meerdere werkwoorden van tijd veranderen. Deze werkwoorden zijn dan allemaal persoonsvorm.
De zin is dan opgebouwd uit verschillende zinnen. Dit noemen we een samengestelde zin.

11

Oefenzin. Wat zijn de hoofdzinnen en wat de bijzinnen?

Sommige onderzoekers menen, dat de Amerikanen door een gebrek aan vrije ruimte onder te grote druk staan, waardoor de sociale structuur ernstig bedreigd wordt.

Aanpak :

1. Zoek alle persoonsvormen ( zin in andere tijd zetten)
- menen -> meenden
- staan -> stonden
- wordt -> werd

2. Zoveel persoonsvormen, zoveel zinnen ( hoofd- of bij-). 3 zinnen dus.

3. Begrens de zinnen ( eerste en laatste woord)
- Sommige... menen.
- dat.... staan.
- waardoor... wordt.

4. Zoek bij elke persoonsvorm het onderwerp en stel vast : hoofd- of bijzin.
- onderzoekers -> hoofdzin
- de Amerikanen -> bijzijn
- de sociale structuur -> bijzin

12

Oefenzin. Wat zijn de hoofdzinnen en wat de bijzinnen?

Hoewel hij er nauwelijks in slaagde zijn emoties in bedwang te houden, besloot hij zich aan zijn belofte te houden en sprak hij uiteindelijk de volledige waarheid, wat hem de sympathie van het publiek opleverde.

Aanpak :

1. Zoek alle persoonsvormen ( zin in andere tijd zetten).
-