Hoofdstuk 20 Flashcards Preview

Muziekgeschiedenis I/2 > Hoofdstuk 20 > Flashcards

Flashcards in Hoofdstuk 20 Deck (13):
1

Hoe zag Europa er rond de Verlichting uit?

Landbouw verbeterde waardoor meer voedsel kon worden geproduceerd en de populatie groeide. Steden werden groter. De middenklasse werd welvarender en groter, en de aristocraten werden langzaam van hun positie gestoten. Leden van rijke families uit verschillende landen trouwden met elkaar; gezamenlijkheid en cultuur werden belangrijker dan eigenbelang.

2

Welke drie thema's kenmerkten de Verlichting?

Natuur, rede en vooruitgang.

3

Welke ideeën rondom o.a. vooruitgang hield men er in de Verlichting op na?

Dat mensen allerlei problemen zelf konden oplossen, door voorzichtige observatie en redenering vanuit de ervaring. De rol van de staat werd gezien als bestaande uit het verbeteren van de omstandigheden voor de mens. Promotie van de kunst en literatuur vond plaats, maar ook van een algemene sociale hervorming. De liefde voor het leren zelf en muziek en kunst werd steeds belangrijker en bereikte steeds meer mensen.

4

Hoe was de muzikale situatie in de Verlichting in het kort?

De inkomsten vanuit het publiek werden steeds belangrijker. Er ontstond daarnaast een groeiende beweging van amateurmusici. Er werd steeds vaker in koren gezongen door amateurs. Uitgevers gaven vaker werk uit speciaal voor amateurs, met name in kleine bezettingen en pianomuziek. Er werd ook steeds vaker over muziek geschreven in tijdschriften, daar de nieuwsgierigheid onder het publiek toenam.

5

Hoe omschreven critici goede muziek in de achttiende eeuw?

In de achttiende eeuw was er sprake van veel verschillende nationale stijlen. Goede muziek moest echter universeel zijn en niet gehinderd worden door landsgrenzen, en zowel gevorderd als amateurpubliek aanspreken. Men had een voorkeur voor het natuurlijke. Dit sloot goed aan bij het algemene Verlichtingsidee.

6

Wat is de galantstijl?

Een vrije manier van componeren, waarbij de componist in tegenstelling tot het strenge contrapunt, niet is gebonden aan harmonische regels. Expressie staat hierbij hoog in het vaandel.

7

Waarom is de term klassiek lastig te definiëren?

De term heeft soms betrekking op muziek uit alle tijden, en soms alleen op die uit de achttiende eeuw. Soms wordt de term alleen gebruikt voor de muziek van Haydn en Mozart, en soms juist wat breder. Grofweg wordt klassiek toegepast op de periode tussen 1730 en 1815.

8

Wat verstaan we onder periodisering in de harmonie van de klassieke muziek?

Rusten braken de melodie vaak doormidden. Muzikale ideeën werden door duidelijke frases geuit. Twee of meer van die frases vormden een periodisering, die werd afgesloten door een cadens.

9

Op welke manier staat de retorica in verhouding tot de harmonie van de klassieke muziek?

Het idee van fraseringen is gebaseerd op de retorica; zoals ook een zin wordt onderbroken door pauzes gebeurt dit ook in de muziek om het geheel beter te volgen te maken. Ook komt de terminologie uit de retorica.

10

Wat is de Alberti bas?

De onderliggende akkoorden worden in een simpel herhalend patroon van korte noten genoteerd. Hierdoor komt de melodie beter tot zijn recht.

11

Hoe veranderde de visie op affecten in de klassieke muziek?

Emoties waren niet langer statische gegevens, maar constant in beweging en tegenstrijdig. Het idee uit de barok om één enkele emotie te willen overbrengen in een deel raakte uit de mode.

12

Welke ideeën hebben we overgenomen uit de Verlichting?

Dat mensen de natuur kunnen begrijpen door hun zintuigen en rede, en vooruitgang kunnen boeken in de wetenschap en cultuur.

13

Welke beweging ging tegen het idee van de Verlichting in?

De romantiek, waarin men geloofde in fantasie in het bovennatuurlijke.