Hoofdstuk 21 Flashcards Preview

Muziekgeschiedenis I/2 > Hoofdstuk 21 > Flashcards

Flashcards in Hoofdstuk 21 Deck (21):
1

Wat gebeurde er met de Italiaanse opera in de achttiende eeuw?

Die werd nog verder verspreid en vond aanhang in onder andere Madrid, Londen, Zweden en Rusland. Er werden nieuwe operagenres uitgevonden.

2

Wat is een opera buffa?

Een opera met zes of meer zingende karakters die in zijn geheel gezongen werd. Opera buffa betekent komische opera. De plots gingen over normale mensen, niet over mythologische figuren of koningen.

3

Wat voor aria's kende de opera buffa?

Zij waren typisch in galantstijl. Het waren korte, zuivere melodieën die vaak herhaald werden. Veel waren in da capo-stijl geschreven en werden begeleid door een vierkoppig strijkensemble.

4

Wat was een intermezzo?

Dit werd in enkele delen gespeeld tussen de aktes van een serieuze opera in.

5

Noem een componist van een beroemde intermezzo.

Giovanni Battista Pergolesi, "La serva padrona"

6

Wat is het verschil tussen opera buffa en andere komische opera's?

Opera Buffa heeft als enige recitatieven en aria's, de rest heeft ook gesproken tekst.

7

Welke ontwikkelingen maakte de komische opera door in de achttiende eeuw?

Serieuzere plots gingen naast de meer komische bestaan. Ook de ensemblefinale ontwikkelde zich; dit was ongebruikelijk in een serieuze opera. Maar de directe expressie, emotionele vloeiendheid en de sterke stilistische contrasten bleven de norm tot diep in de achttiende eeuw.

8

Wat is de opera seria? Wie was verantwoordelijk voor de 'standaard' van opera seria?

Een opera waarin serieuze onderwerpen worden behandeld; de Italiaanse dichter Pietro Metastasio was hier de grondlegger van. Gluck en Mozart zetten zijn werken op muziek.

9

Waarover gaan de opera seria's van Metastasio?

Over conflicten van menselijke aard, waarin liefde vaa tegenover plicht komt te staan. Het doel was moraliteit door entertainment te promoten en het idee van de Verlichting te verspreiden.

10

Waaruit bestaat een opera seria?

Uit drie aktes, waarin recitatieven en aria's elkaar afwisselen. In een aria drukt een karakter zijn of haar gevoelens uit.

11

Wie was Johann Adolf Hasse?

Eén van de succesvolste operacomponisten in Europa, voornamelijk binnen de opera seria.

12

Wat was de Querelle des bouffons?

Hierbij streden de partisanen van de Italiaanse opera tegen de sympathisanten van de Franse opera.

13

Welke rol speelde Jean-Jacques Rousseau in het conflict tussen de Franse en Italiaanse opera?

Hij was een sympathisant van de Italiaanse opera, omdat hij vond dat deze op elke manier door de melodie emotie kon overbrengen en ook hield hij van de tweekwartsmaat die veel werd gebruikt.

14

Wat was de Opera Comique?

Een Franse versie van de lichte opera, waarvan de muziek eerst vooral bestond uit vaudeville-deuntjes, maar die later veranderde in een mix van Italiaans-Franse stijl.

15

Wat was ballad opera?

Dit vond men in de achttiende eeuw in Engeland; deze opera werd gesproken in de lokale taal/dialect.

16

Wat was het Singspiel?

Een Duitse opera in de achttiende eeuw met gesproken dialoog, muzikale tussenstukken en meestal een komisch plot.

17

Welke veranderingen maakte de Opera Seria wel door in de achttiende eeuw?

Het idee van de Verlichting kwam er meer in naar voren. Men wilde dat de opera's natuurlijker werden en flexibeler en minder versierd dan voorheen. Naast de da capo-aria kwamen ook andere vormen van aria's op.

18

Noem twee componisten die belangrijk waren voor de hervorming van de opera seria.

Niccolo Jommelli en Tommaso Traetta.

19

Vertel iets over Christoph Willibald Gluck

Hij bereikte een synthese van Franse, Italiaanse en Duitse operastijlen. Zijn doel was muziek van "simpele schoonheid" te componeren. ZIjn bekendste opera is "Orfeo ed Euridice". Muziek moest volgens Gluck de poëzie en het plot dienen, en zangers moesten zichzelf zien als acteurs die zich een rol eigen moesten maken. Ook wilde hij minder contrast tussen het recitatief en de aria. Daarnaast was hij de eerste die tenoren in plaats van castraten liet zingen.

20

Noem enkele karakteristieke eigenschappen van het lied in de vroege klassieke periode.

Het lied had simpele melodieën en makkelijke begeleiding op de piano of gitaar. Veel liederen waren religieus en droegen directe gevoelens uit. De stijl was bescheiden en de liederen over het algemeen vrij makkelijk uit te voeren.

21

Omschrijf in het kort de rol van vroegklassieke muziek.

Deze wordt vaak gezien als een overgang van de barok naar de klassieke periode, maar heeft wel degelijk naam gemaakt; er werd veel gediscussiëerd over muziek en het musiceren door amateurs kende een heel eigen leven. Sommige werken overleefden langer dan andere. Componisten richtten zich op de groeiende vraag naar muziek en probeerden hun muziek toegankelijk te maken voor een groot publiek.