Hoofdstuk 3 - Voortplanting en ontwikkeling Flashcards Preview

Biologie - Dierkunde > Hoofdstuk 3 - Voortplanting en ontwikkeling > Flashcards

Flashcards in Hoofdstuk 3 - Voortplanting en ontwikkeling Deck (22):
1

Mitose

= vorming van 'gewone cellen'
- Interfase
- Profase
- Prometafase
- Metafase
- Anafase
- Telofase

2

Meiose

= vorming van voortplantingscellen
> slechts 1 verdubbeling van N chromosomen > twee opeenvolgende celdelingen > 4 haploïde cellen ontstaan
- Profase 1 en 2
- Prometafase 1 en 2
- Metafase 1 en 2
- Anafase 1 en 2
- Telofase 1 en 2 en interfase

3

Interfase

= eerste stap mitose
- groei- en duplicatiefase
- chromosomen volledig gestrekt
- exacte replica chromosomen gevormd
- DNA ketens gaan uiteen > DNA-polymerase maakt nieuwe complementaire strengen
- Elke DNA-keten wordt omgeven door fibrillen met ongedeelde centromeer

4

Profase

= tweede stap mitose
- chromatiden worden korter en dikker door toenemende contractie en spiralisatie
- er ontstaat een dochtercentriool > 2 centriolenparen, migreren naar beide polen en ontstaan spoeldraden

5

Prometafase

= derde stap mitose
-kernmembraan desintegreert
- chromosomen naar equatoriaalvlak cel
- spoel heeft centrale celgebied ingenomen

6

Metafase

= vierde stap mitose
- chromosomen op equatoriaalvlak
- chromatiden van chromosoom zijn met kinetochoor verankerd op spoeldraden in centromeer
- DNA van centriomeer zal verdubbelen > beide chromatiden komen volledig los van elkaar
> chromosomen wijken uit elkaar

7

Anafase

= vijfde stap mitose
- dochterchromosomen geheel uit elkaar en naar polen van de spoelfiguur > nemen V-vorm aan en worden nog korter

8

Telofase

= zesde stap mitose
- begint zodra dochterchromosomen zijn gegroepeerd in polen van de cel
- rond elke groep wordt nieuwe kernmembraan gebouwd
- chromosomen despiraliseren en uiteindelijk verschijnen de nucleoli
- gelijktijdig cytokinese > scheiden van dochtercellen

> twee identieke dochtercellen zijn gevormd, beiden zijn identiek aan oudercel. Nu begint een periode van groei voor beide cellen

9

Profase 1

= eerste stap meiose bij eerste deling
- chromosomen tegen elkaar (synapsis) = tetrade
- genetisch materiaal uitgewisseld (crossing-over)

10

Prometafase 1

= tweede stap meiose bij eerste deling
- chromatiden gespiraliseerd
- kernmembraan desintegreert
- spoelfiguur verschijnt
- tetraden in equatoriale vlak

11

Metafase 1

= derde stap meiose bij eerste deling
centromeren van homologe chromosomen naar tegengestelde polen

12

Anafase 1

= vierde stap meiose bij eerste deling
- centromeren geheel uit elkaar
- tetraden in samenstellende homologen gescheiden
- halve tetraden wijken uiteen
- 2 chromatiden hebben gemengde structuur, 2 anderen hebben zelfde structuur behouden

13

Telofase 1 en interfase

= vijfde stap meiose bij eerste deling
- chromosomen bereiken polen in gecondenseerde toestand
- interkinese lijkt op mitosische interfase maar zonder DNA-replicatie.

Resultaat = 2 haploïde dochtercellen

14

Tweede meiotische deling

Korte profase > nieuwe spoelfiguur > chromosomen equatoriaal vlak > centromeren uit elkaar, chromatiden naar overliggende polen > chromatiden bereiken polen ? cytokinese

Resultaat = 4 haploïde dochtercellen

15

Belang van meiose

1) halveren aantal chromosomen
2) genen willekeurig in nieuwe verbanden samengevoegd
> willekeurig wijken bivalenten
> crossing-over tussen bivalenten

16

Aseksuele voortplanting

= productie van individuen zonder tussenkomst van gameten
- nakomelingen zelfde genotype (klonen)
- bij: archaebacteria, eubacteria, protista en bepaalde phyla van animalia

Verschillende wijzen:
1) binaire deling - bij ééncelligen = gelijke deling
2) knopvorming = ongelijke deling, een uitgroei van de ouder (neteldieren)
3) gemmulatie - aggregatie cellen omgeven door gemmula (sponzen)
4) fragmentatie - organisme verdeeld in delen welke uitgroeien tot een nieuw individu (ongewervelden)

17

Seksuele voortplanting

= productie van individuen die een samensmelting zijn van twee ouderindividuen (gameten versmelten)
- Set van N chromosomen van één ouder en set van N chromosomen van andere ouder
- Ouders in principe van ander geslacht: vrouwelijk ova en mannelijk spermatozoa

18

Structuur van ovum

= onbeweeglijke cel met haploïde kern
- veel dooier aanwezig (vitellus of deutoplasma) in cytoplasma
- vaak omgeven door doorzichtige laag: zona pellucida
- cytoplasma niet uniform verdeeld
> animale pool bevat de kern
> vegetatieve pool bevat deutoplasma

19

Soorten ova

1) oligolecitaal ei
> weinig dooier, zeer gelijk verdeeld over cytoplasma. Mammalia, sponzen en holtedieren
2) Mesolecitaal ei
> veel dooier, duidelijk aan vegetatieve pool, kern aan animale pool. Weekdieren, wormen, vissen, amfibieën
3) telolecitaal ei
> zeer veel dooier, cytoplasma samengedrukt in klein eilandje. Vogels en reptielen
4) centrolecitaal ei
> veel tot zeer veel dooier, omring door cytoplasmatische schorslaag, kern centraal. Arthropoda

20

Structuur van spermatozoön

- weinig cytoplasma, geen overbodige organellen
- veel mitochondria om veel energie te produceren
- van bijna alle dieren geflagelleerd en zeer beweeglijk

Kop: is gecondenseerde kern, voorste 2/3e bedekt met acrosoom (als kap op nucleus). Acrosoom bevat enzymen.
Staart: omgeven door speciale structuren. Bij de kop bevinden zich veel mitochondria

21

Vormen van seksuele voortplanting

1) Parthenogenese = ontwikkeling van embryo van niet-bevruchte eicel.
> ameiotische of meiotische parthenogenese
2) Hermafroditisme - bij organismen die éénhuizig zijn.
> soms zelfbevruchting, vaak kruisbevruchting. Voordeel: potentieel tweemaal zoveel nakomelingen.

22

Interne bevruchting

1) Spermatoforen - mannelijk scheidt kleine pakketjes spermatozoa af, vrouwtje neemt deze op met receptaculum, bevruchting gebeurt intern.
2) Coïtus - mannelijk brengt spermatozoa direct in oviducti of andere speciale organen (spermathecae).