Hoofdstuk 6 Flashcards Preview

Grieks > Hoofdstuk 6 > Flashcards

Flashcards in Hoofdstuk 6 Deck (23):
1

αἰσχρος

lelijk, schandelijk

2

ἀργυρους

zilveren

3

δεινος

1. geducht
2. verschrikkelijk

4

δεσποτης, ὁ

heer des huizen, meester, heerser

5

δικη, ἡ

vonnis, straf

6

θαλαττα, ἡ

zee

7

μακρος

lang

8

ναυτης, ὁ

zeeman, matroos

9

ὁπλα, τα

wapens

10

πλοιον, το

schip

11

στολος, ὁ

expeditie, reis, tocht

12

στρατηγος, ὁ

veldheer, aanvoerder, generaal

13

φαυλος

onbetekenend, waardeloos

14

χαλκους

bronzen, koperen

15

χρυσους

gouden

16

αἰτεω

vragen (om iets te krijgen), eisen

17

καλεω

roepen

18

κωλυω

verhinderen, beletten

19

λυω

losmaken, beslechten (een ruzie), schenden (een verdrag)

20

παρασκευαζω

klaarmaken, voorzien van, organiseren

21

ἀνευ

zonder (+ gen.)

22

οὐν

dus, dan, welnu

23

τελος

tenslotte