Hoofdstuk 7: Grammaire Flashcards Preview

Frans > Hoofdstuk 7: Grammaire > Flashcards

Flashcards in Hoofdstuk 7: Grammaire Deck (10):
1

Wat zijn de uitgangen van werkwoorden op -er in de présent?

  • Je loue
  • Tu loues
  • Il/elle/on loue
  • Nous louons
  • Vous louez
  • Ils/Elles louent

2

Wat zijn de uitgangen van werkwoorden op -ir in de présent?

  • Je finis
  • Tu finis
  • Il/Elle/On finit
  • Nous finissons
  • Vous finissez
  • Ils/Elles finissent

3

Wat zijn de uitgangen van werkwoorden op -re in de présent?

  • Je vends
  • Tu vends
  • Il/Elle/On vend (stam)
  • Nous vendons
  • Vous vendez
  • Ils/Elles vendent

4

Wat is de présent?

De tegenwoordige tijd

5

Welke drie regelmatige werkwoordgroepen zijn er?

-er, -ir en -re

6

Wanneer gebruik je de imperatif (de gebiedende wijs)?

Bij een opdracht, aanwijzing of bevel.

7

Hoe gebruik je de imperatif tegen/aan 1 persoon?

Je gebruikt de ik-vorm in de présent. 

Voorbeeld: je prends ton agenda

Uitzondering: aller - Va tout droit

8

Hoe gebruk je de imperatif tegen/aan 2 of meer personen of beleefdheidsvorm?

Je gebruikt de vous-vorm uit de présent.

Voorbeeld groep: Classe M4fa1 prenez-vos agendas.

Voorbeeld beleefdheidsvorm: Madame Pladet, partez d'ici!

9

Hoe gebruik je de imperatif tegen/aan meerdere personen, inclusief jijzelf?

Je gebruikt de nous-vorm. 

Dit vertaal je met: Laten we..

Voorbeeld: Allons-y!

Voorbeeld: Regardons le match!

10

Wat is de onregelmatige gebiedende wijs van être? 

Sois, soyons en soyez