Hoorcollege 10 - B Flashcards Preview

Digestie > Hoorcollege 10 - B > Flashcards

Flashcards in Hoorcollege 10 - B Deck (41):
1

Wat gebeurt er wanneer maagsap direct van de maag doorgaat naar het duodenum?

De darmwand zou worden aangetast. Om dit te voorkomen hebben we verschillende beschermingsmechanismen. De pylorus laat de chymus maar in kleine brokjes door. Er wordt mucus geproduceerd. Het zuur kan in het duodenum ook gebufferd worden door afgifte van bicarbonaat. Bicarbonaat wordt afgegeven door het duodenum zelf en de galgangen, maar die hoofdrol heeft de pancreas. De afvoergangen in de pancreas produceren de meeste bicarbonaat die de buffering mogelijk maakt.

2

Hoe kun je maagzweren krijgen?

Je kunt maagzweren of duodenale zweren ontwikkelen als de bescherming van de wand van de darmtractus niet goed gaat.

3

Wat is het teerste stukje van de digestietractus? Hoe wordt dit beschermd en wie reguleren dit?

De gastroduodenale overgang. Gastroduodenale coördinatie voorkomen maag- en duodenumzweren. De voorkoming wordt uitvoerig gereguleerd door:

- ENS
- Enterogastron werking van secretine, GIP en CCK

4

Wat zijn enterogastronen?

Dit zijn hormonen die door de darmcellen worden geproduceerd om de maag te remmen in zijn functie.

5

Waarop reageren de enterogastronen?

Als reactie op zure chymus worden secretine, GIP en CCK gevormd. Die gaan de maagzuursecretie remmen, maar daarnaast remmen ze ook de maagmotiliteit.

6

Hoe wordt de pariëtale cel geremd?

Je kunt de pariëtale cel makkelijk remmen door de D-cel te activeren. De D-cel produceert somatostatine, wat de grote maagzuurremmer is. De enterogastron kan dus het beste deze D-cel aanzetten, die dan op alle fronten de maagzuursecretie gaat remmen. De D-cellen worden ook geactiveerd door een lage pH aan de lumenzijde. Somatostatine remt vervolgens op in ieder geval 3 manieren de maagzuursecretie: remt de ECL-cel, remt de G-cel en remt de pariëtale cel

7

Geef van secretine aan waar en door wie het wordt afgegeven, wat de stimulus is en wat de functie(s) is/zijn van deze stof.

Afgift: endocrien door S-cellen in duodenum

Stimuli: lage pH in het duodenum

Functies: remmen van zuursecretie en remmen van ledigen maag, stimuleren van secretie bicarbonaat door ductuscellen van pancreas

8

Geef van GIP aan waar en door wie het wordt afgegeven, wat de stimulus is en wat de functie(s) is/zijn van deze stof.

Gastric Inhibitory Polypeptide

Afgifte: endocrien door K-cellen in duodenum/jejunum

Stimuli: koolhydraten (vooral) en vetzuren in het duodenum

Functie: remmen zuursecretie en maaglediging.

9

Geef van CCK aan waar en door wie het wordt afgegeven, wat de stimulus is en wat de functie(s) is/zijn van deze stof.

Cholecystokinine

Afgifte: Endocrien door I-cellen in duodenum/jejunum

Stimuli: vetten (vooral) en eiwitten in duodenum.

Functies: remmen zuursecretie en maaglediging, stimuleren galsblaascontractie

10

Hoe voert de pancreas zijn stoffen af naar het duodenum?

De belangrijkste afvoergang van de pancreas komt samen met de afvoergang van de galblaas. Aan het einde van deze samengestelde afvoergang bevindt zich de sfincter van oddie die, als hij zich ontspant, pancreassap en gal doorlaat naar het duodenum.

11

Heeft ieder dier een galblaas?

Nee.

12

Hoe is de pancreas opgebouwd?

De pancreas bestaat uit een endocrien deel en een exocrien deel

Endocrien deel:
Eilandjes van Langerhans, 2% van pancreas, alfa, bèta en delta-cellen.

Exocrien deel:
Betrokken bij digestie, 85% van pancreas. Acinaire cellen (zymogeen) en ductuscellen (afvoergangen)

13

Wat doen de acinaire cellen van de pancreas?

Acinaire cellen van de pancreas scheiden enzymen inactief uit. Dit doen zij omdat het uitscheiden van actieve enzymen zelfdestructief zou zijn. De enzymen kunnen eiwitten knippen. Pas in het duodenum worden zij actief dankzij de brush border. Door de ductuscellen wordt het sap nog wat gemodificeerd en bicarbonaat wordt toegevoegd.

14

Geef de samenstelling en functie van het pancreassap.

1. Enzymen (proteasen gesecerneerd als pro-enzymen). Secretie door acinaire cellen. Functie: afbraak eiwitten, koolhydraten en vetten

2. Bicarbonaat (en water). Secretie door ductuscellen. Functie is bescherming tegen lage pH in het lumen (buffer)

15

Hoe zorgt de ductuscel dat hij bicarbonaat uitscheidt naar de ductus?

Het doel van het secreet van de ductuscel is de pH omhoog krijgen. Het zure chymus moet worden geneutraliseerd. Dit is tegenovergesteld aan de functie van de pariëtal cel. Water en CO2 komen via diffusie de cel binnen. Met behulp van koolzuuranhydrase wordt dit omgezet tot H+ en HCO3-. H+ wordt aan de bloedzijde uitgewisseld tegen Na+. Na+ kan de cel uit gaan met behulp van Na/K-ATPase. K+ verlaat de cel via diffusie. De negatieve lading aan de lumenzijde zorgt ervoor dat Na+ paracellulair naar het lumen gaat, waardoor ook water paracellulair volt. Het bicarbonaat wordt met behulp van een Cl/HCO3- uitwisselaar gewisseld aan de lumenzijde.

16

Waarom kost het proces van de Na/K-ATPase energie?

Natriumionen worden de cel uitgegooid en kaliumionen komen de cel in. De concentratie natriumionen is buiten de cel hoger dan binnen, dus deze wordt tegen de gradiënt in verplaatst. De concentratie kaliumionen is in de cel hoger dan buiten, dus ook deze wordt tegen de gradiënt in verplaatst. Dit is primair actief transport. Als er één wel met de gradiënt mee zou verplaatsen, zoals dat vaak gebeurt bij andere pompen, is er geen externe energie nodig omdat de stof die met de gradiënt mee verplaatst de energie biedt om de andere stof tegen de gradiënt in te verplaatsen. Dit is secundair actief transport. Als een stof zich gewoon via een kanaaltje met de gradiënt mee laat verplaatsen, spreek je van passief transport.

17

Hoe komt de ductuscel aan zijn chloorionen?

Chloor komt via een NaClK-transporter de cel binnen vanaf de bloedzijde. Vervolgens kan chloor weer via een CFTR kanaal naar de lumenzijde. Zo kan de pomp die bicarbonaat naar het lumen pompt door blijven gaan.

18

Hoe wordt de pancreassap secretie globaal gereguleerd?

Neuraal en endocrien

19

Hoe wordt de pancreassapsecretie neuraal gereguleerd?

Cefaal (20%) alleen door de n. vagus en gastrisch beide (minimale hoeveelheid)

- Parasympaticus: n. vagus (ACh)
- ENS (rek wordt opgemerkt)

20

Hoe wordt de pancreassecretie endocrien gereguleerd?

Alleen in de intestinale fase. De hoofdzakelijke rol ligt hier en niet neuraal.

- Secretine: stimulatie ductuscel
- CCK: stimulatie acinaire cellen

21

Wat gebeurt er met de pancreassecretie in de intestinale fase?

Zuur chymus verplaatst zich van de maag naar het duodenum. Voedsel bevat een lage pH en dat zorgt ervoor dat de S-cellen in het duodenum worden gestimuleerd om secritine uit te scheiden. Dat secritine gaat via de bloedbaan naar de ductuscellen van de pancreas, waar het zorgt dat er water en bicarbonaat als buffer worden uitgescheiden. Het neurale stelsel doet ditzelfde via een vago-vagale reflex. De specifieke samenstelling van het voedsel zorgen ervoor dat de I-cellen (vetten en eiwitten) in de darm CCK via het bloed naar de pancreas sturen, waardoor de acinaire cellen zorgen dat er pro-enzymen worden uitgescheiden voor de vertering. Datzelfde gebeurt ook weer neuraal. Het neurale en het endocriene deel kunnen elkaar versterken (synergistisch)

22

Hoe zorgt secretine voor de stimulatie van de ductuscel?

De regulatie van de ductuscel vindt vooral plaats door secretine. Secretine bindt aan een receptor aan de interstitiële zijde van de ductuscel. Daar zorgt dit stofje voor de activatie van adenylaat cyclase. Dit zorgt ervoor dat er meer cyclisch AMP in de cel aanwezig is. cAMP zorgt voor de activatie van proteïnekinase A en dat leidt ertoe dat het chloorkanaaltje gefosforyleert wordt en daardoor open gaat staan. Nu kan er chloor worden uitgescheiden waardoor chloor ook weer opgenomen kan worden om uitgewisseld te worden tegen bicarbonaat. Bicarbonaat wordt dan dus uitgescheiden naar de lumenzijde.

23

Welke rol speelt de lever?

Centrale rol in metabolisme, maar ook een rol in de digestie, namelijk galsecretie.

24

Wie zal er meer gal uitscheiden? Tomaat of M&M?

Bij de M&M zal meer gal worden uitgescheiden omdat er meer vetten in de M&M zitten. We scheiden gal uit om vetten goed af te kunnen breken. Gal helpt het enzym lipase omdat gal de vetdruppeltjes kleiner maakr.

25

Door wie wordt gal gemaakt? En via welke route wordt het uitgescheiden?

Gal wordt door levercellen, hepatocyten, aangemaakt. Zij secerneren dus de galzouten. Vervolgens komt dat gal vanuit de hepatocyten in de canaliculi terecht, daarna in de galganen, dan in de ductus choledochus en vervolgens (samen met afvoergang van de pancreas) in het duodenum

26

Waaruit worden galzuren gemaakt? Hoe worden ze uitgescheiden? Wat doen ze?

Galzuren worden gemaakt uit cholesterol, uitgescheiden als Na+ zouten en ze emulgeren vetten

27

Wat doet CCK wat betreft de galsecrestie?

- Stimulatie galblaaslediging
- Stimulatie relaxatie sfincter van Oddi

28

Wat doet secretine wat betreft de galsecretie?

Stimulatie galgang epitheel: gaat bicarbonaat en water uitscheiden

29

Hoe heeft de enterohepatische kringloop effect op de aanmaak van gal?

Gal hoef je niet continu opnieuw aan te maken. We doen aan recycling. Het uitgescheide gal wordt in de dunne darm en de dikke darm weer opnieuw opgenomen en dan komt het gal via de poortader weer terecht in de lever. Gal wordt via de poortader bijna volledig opgenomen.

30

Wat is de samenstelling van darmsap?

- Pancreassap
- Gal
- Mucus geproduceerd door slijmbekercellen
- Bicarbonaat

31

Wat is de functie van darmsap in de verschillende plaatsen van de darm?

Dunne darm
- Vertering

Dikke darm
- Veel reabsorptie van ionen en water (colonocyten)
- Beetje secretie ionen en water (cryptecellen)
> regulatie door aldosterone

32

Wat is er bijzonder aan aldosteron?

Aldosteron is het enige hormoon wat niet door het MDK zelf wordt gemaakt maar door de bijnieren

33

Hoe vindt absorptie in de dikke darm plaats?

Als eerste wordt Natrium in het lumen uitgewisseld tegen H+. Vervolgens wordt natrium uitgewisseld tegen K+ in de interstitiële ruimte. Kalium gaat weer via een kanaaltje de interstitiële ruimte in. De verplaatsing van Na+ van de lumenzijde naar de interstitiële zijde zorgt ervoor dat bicarbonaat en chloor tegen elkaar uitgewisseld kunnen worden. Hierbij gaat bicarbonaat naar de lumenzijde en chloor naar de cel. Het chloor kan vervolgens via een kanaaltje weer naar de interstitiële zijde. Water zal vervolgens paracellulair van de lumenzijde naar de interstitiële zijde verplaatsen. Alleen de uitwisseling van Natrium voor Kalium kost energie.

34

Beschrijf species verschillen in de osmotische druk.

Sommige dieren hanteren een hogere gradiënt en sommige dieren een lagere gradiënt. Het schaap hanteert een hogere gradiënt (hele droge poep) en het rund hanteert een lagere gradiënt (hele natte poep).

35

Welke 3 soorten diarree kennen we?

Motiliteitsdiarree - te snelle doorvoer
Secretoire diarree - te hoog elektrolytentransport
Osmotische diarree - te hoge osmotische gradiënt

36

Wat is voor absorptie heel belangrijk?

Voor absorptie is het heel belangrijk dat de villi in tact zijn. De absorptieve cellen zitten vooral bovenin de villi.

37

Hoe werkt vloeistofbeweging over de mucosa?

Actief elektrolytentransport creëert een osmotische gradiënt die (passief) wordt gevolgd door water. Dit geldt voor secretie en voor absorptie.

38

Beschrijf het actief transport van elektronen door de crypt cel.

Deze cel kan ionen (en water) uitscheiden. Normaalgesproken is deze cel vrijwel niet actief en dat komt doordat het chloorkanaal gesloten is. Als het chloorkanaal open is, dan kan chloor naar het lumen toe. Natrium zal vanwege de negatieve lading in het lumen paracellulair volgen (en zich dus vanuit de interstitiële zijde versplaatsen naar de lumenzijde). Er is nu een osmotische gradiënt gevormd en water zal zich dus paracellulair van de interstitiële zijde naar de lumenzijde verplaatsen.

39

Hoe werkt secretoire diarree?

De chloorkanalen van de cryptcellen staan open. Bacteriële infecties zoals cholera zorgen dat er enterotoxinen (geproduceerd door de bacterie) aanwezig zijn in het lumen. Deze enterotoxinen activeren het adenylaatcyclase. Dit gaat zorgen voor meer cAMP. Dit cyclisch AMP zorgt er weer voor dat de chloorkanalen open gaan staan. Chloor gaat het lumen in, water en natrium volgen.

40

Beschrijf osmotische diarree.

Er is een grote osmotische gradiënt omdat er veel voedsel in het lumen achterblijft. Dit kan bijvoorbeeld doordat je villi niet werken als die kapot zijn gemaakt. Het kan ook door een lactaatdeficiëntie. Als je melk drinkt, en je hebt geen lactase, dan kun je lactose niet omzetten in glucose of galactose. Lactose blijft dan in het lumen en creëert een osmotische gradiënt. Water zal zich dan weer naar het lumen gaan verplaatsen.

41

Geef een overzicht van de enterogastronen.

Secretine en CCK en GIP zorgen voor remming van maaglediging en maagzuursecretie. Secretine en CCK hebben nog andere taken. Binnen de pancreas zorgt secretine voor bicarbonaatsecretie (ductus cellen) en CCK voor de enzymatische secretie (acinaire cellen). CCK zorgt ook voor de lediging van de galblaas. Motiline speelt een rol bij de motiliteit.