Hoorcollege 18 - D Flashcards Preview

Digestie > Hoorcollege 18 - D > Flashcards

Flashcards in Hoorcollege 18 - D Deck (41):
1

Noem twee belangrijke virussen.

Coronavirussen en rotavirussen. Per diersoort verschilt het hoe groot de rol is die zij spelen. Rotavirussen spelen vooral een rol bij runderen, paarden en varkens, maar ook bij konijnen, schapen en de mens. Coronavirussen spelen vooral een rol bij konijnen en varkens, maar ook bij honden, katten, paarden, schapen en geiten.

2

Hoe kun je virale enteritis krijgen?

1. Door lokale infectie van de darm: virus passeert de maag. Dit geldt bijvoorbeeld voor rota- en coronavirussen.
2. In verloop van een systemische infectie. Dit geldt bijvoobreeld voor parvo bij de hond en voor bovine virus diarree (BVD) bij het rund.

3

Hoe komen de infecties tot stand?

Er wordt heel veel virus aangemaakt in de darm. Er komt vervolgens heel veel virus mee in de ontlasting (10^9 virusdeeltjes per gram feces). Infectie zal vooral faeco-oraal zijn. Dit kan door direct contact met de feces zijn, maar ook door indirect contact (omgeving, materialen, handen, voedsel, water, mens). Dit is belangrijk voor de hygiënemaatregelen. Indirecte overdracht vindt vooral plaats bij virussen die zeer resistent zijn.

4

Wat gebeurt er als een virus de darm heeft bereikt?

Het virus zit in de enterocyten en gaat zich daar vermeerderen. Er is een verschil in welke cellen dat virus gaat zitten en zich gaat vermeerderen.

5

Waar vermeerdert TGE bij de big zich?

Dit is een coronavirus dat zich in de hele villus van de darm kan vermeerderen. Je ziet atrofie van dit deel.

6

Waar vermeerdert een rotavirus zich bij een kalf?

Vanaf halverwege de villus tot de top. Je ziet atrofie van dit deel.

7

Waar vermeerdert een rotavirus zich in de muis?

In het puntje van de villus. Je ziet atrofie van dit deel.

8

Waar vermeerdert het parvovirus zich bij de hond?

In de crypten. Daarom zie je volledige destructie van de crypt en daarmee een destructie van de hele villus na verloop van tijd.

9

Wat gebeurt er bij een coli-enterotoxicose met absorptie en secretie?

Dan krijg je geen aantasting van de epitheelcellen en dus is de absorptie gewoon normaal. Enterotoxinen van de bacterie zorgen ervoor dat er een grote mate van secretie plaatsvindt vanuit de crypten.

10

Wat gebeurt er bij virale infecties zoals TGE met de absorptie en secretie?

Door aantasting van de cellen in de toppen van de villi is er een verminderde absorptie. Dit is malabsorptie. De crypten worden dieper (ze gaan meer delen). Door de cryptenhyperplasie krijg je ook een toegenomen secretie.

11

Waarom zie je virale infecties vooral bij jonge dieren?

Veel infecties komen gewoon endemisch voor. De meeste dieren hebben immuniteit voor deze infecties dankzij verworven afweer. Jonge dieren zijn gevoelig voor deze infecties als de maternale immuniteit minder wordt. Bij deze dieren vindt je de verschijnselen.

12

Welke verschijnselen kun je tegenkomen bij neonatale diarree?

Vieze achterhand door diarree, diepliggende ogen ten gevolge van uitdroging. Bloederige diarree bij jonge honden (parvoverdenking) of hele erge acute diarree bij de jonge hond (denken aan caronavirus).

13

Wat zie je bij rotavirusinfecties? Geef ook incubatietijd en verloop.

Diarree bij jonge dieren (1 – 8 weken oud), incubatietijd van 1 tot 3 dagen. Verloop: meestal herstel binnen 3 tot 4 dagen. Sterfte komt als gevolg van dehydratie of secundaire bacteriële infecties (e. coli). Rotavirusinfecties veroorzaken lokale infecties. Dit maakt de incubatietijd duidelijk korter dan bij systemische infecties. Omdat de toppen van de villi worden aangetast, kan het herstel bij dieren die voldoende vocht erbij krijgen binnen 3 tot 4 dagen optreden. Als je onvoldoende vocht krijgt, kan je sterven. Dubbelinfecties met bacteriën komen vaak voor,

14

Wat zie je op de elektronenmicroscopie van rotavirus?

Vlokatrofie bij rotavirus diarree. Bij de normale opname zie je mooie vlokken van de darm. Bij de rotavirussen zie je dat de vlokken heel erg zijn afgeplat. Dit leidt tot functieverlies. In het histologische beeld zie je dat vlokken zijn afgebroken en kleiner zijn.

15

Hoe werkt de pathogenese van rotavirus diaree?

In de eerste instantie gaan de virusdeeltjes in de enterocyten zitten van de villus en vermeerderen zich daar. Op deze manier krijg je atrofie van de vlok. Rotavirussen maken ook een niet-structureel eiwit genaamd NSP4. Dit wordt gemaakt tijdens de virusvermeerdering in de cel en wordt niet ingebouwd in het virusdeeltje. Het NSP4 heeft een enterotoxine effect. Dit stofje maakt niet zozeer de cellen kapot, maar zorgt er onder andere voor meer chloor wordt vrijgelaten, waardoor meer water wordt uitgescheiden, en het stimuleert het ENS. Dit resulteert in een secretoire diarree naast een diarree door malabsorptie. Dit lijkt dus heel erg op wat E. coli doet. Dit vergroot de ernst van een rotavirusinfectie.

16

Wat zijn een aantal predisponerende factoren voor een rotavirus infectie?

- Verminderde colostrum opname
- Slechte hygiëne / klimaatomstandigheden (bijvoorbeeld kou), mogelijk omdat de afweer dan wat onderdrukt wordt, maar vooral omdat de infectiedruk dan hoger wordt, en daarmee het risico op infectie gaat toenemen.
- Overcrowding
- Co-infectie met pathogene E. coli

17

Hoe ziet het canine parvovirus eruit?

- ss DNA (5,2 kb). 25 nm in diameter zonder mantel.

18

Hoe ziet het canine caronavirus eruit?

+ ss RNA (27 – 32 kb). 80 – 220 nm diameter met mantel. Op de mantel zitten allemaal spikes en daaraan ontleent het virus zijn naam.

19

Welk virus is resistenter, CPV of CCoV?

Het parvovirus is resistenter. Dit is omdat het virus met een mantel bestaat uit lipiden (een bilipidenlaag) die het virus krijgt als hij uit de cel gaat. Die bilipidenlaag is gevoelig voor detergentia en omgevingsinvloeden. Het parvovirus heeft dit niet en is daarom veel resistenter. Parvovirus kan rustig een jaar aanwezig blijven en dan ook infectieus blijven.

20

Wat zie je bij canine parvovirus?

Bij parvo kun je een ernstige hemorragische diarree zien. De diarree zit vol met virusdeeltjes, dus er moeten goede quarrantainemaatregelen genomen worden. Parvo verloopt over het algemeen ernstig.

21

Wat zijn de klinische verschijnselen van canine parvovirus?

Parvovirus heeft een incubatieperiode van 4 tot 7 dagen. Het geeft een systemische infectie. Via het bloed komt het dus pas bij de enterocyten van de darm. De belangrijkste verschijnselen zijn braken, anorexie, sloomheid, waterige vaak hemorragische diarree, dehydratie en koorts. Het virus infecteert ook het beenmerg, waardoor je ook een ernstige leukopenie (tekort aan witte bloedcellen) krijgt. Dat draagt bij aan het ontstaan van secundaire infecties en het risico op sepsis vanuit de darm (en dat deze sepsis niet wordt bestreden). Sterfte door parvo komt bij volwassen honden zelden voor, maar bij pups ligt de sterfte, afhankelijk van de leeftijd, op ongeveer 10%. Zeker bij jonge pups kan de sterfte heel hoog zijn.

22

Wat is sepsis?

Sepsis is opname van bacterie in het bloed.

23

Sinds wanneer zit canine parvo in de populatie?

Relatief kort. In het begin van de jaren tachtig werd een “vreemde ziekte” gevonden die honden bedreigt. In de VS was het toen al wat langer aanwezig. Het virus kwam dus binnen in een volledig maagdelijke populatie. Geen enkele hond had afweer tegen het virus. Het virus kon zich heel makkelijk verspreiden en er stonden rijen voor de dierenarts om een vaccin te krijgen. Het vaccin wat toen gebruikt werd is het vaccin wat al jaren werd gebruikt voor feline panleukopenie of kattenziekte bij de kat. Kattenziekte is ook een parvovirus wat zeer verwant is aan het canine parvovirus. Met dit vaccin kon je gedeeltelijke bescherming geven hiermee.

24

Hoe is kattenziekte aan canine parvo verbonden?

Canine parvovirus heeft waarschijnlijk een voorloper in het feline panleukopenie virus. Dat virus heeft zich door mutaties aangepast aan meer carnivoren, met een soort tussengastheer carnivoor. Van daaruit heeft het virus zich gemuteerd tot de hond. CPV-2 is niet meer in de populatie, type 2a en 2b hebben we nu. Er is zelfs een type 2c. Deze typen kunnen ook de kat infecteren.

25

Kan canine parvovirus de kat ook infectieren?

Nieuwe antigene typen van CPV vermeerderen in de kat en kunnen verschijnselen veroorzaken na experimentele infectie. Nieuwe antigene typen van CPV zijn geïsoleerd uit katten met panleukopenie (< 5 % van de onderzochte gevallen). Nieuwe antigene typen van CPV zijn gevonden in perifere bloed lymfocyten van gedomesticeerde en wilde katten in Taiwan.

26

Beschrijf de pathogenese van CPV.

Het virus komt oronasaal binnen. Vervolgens vindt er replicatie plaats van het virus in het lymfoïde weefsel van de oropharynx. Daarna ontstaat een viremie. Het parvovirus heeft een tropisme voor sneldelende cellen. Het heeft DNA-polymerase van de celdeling nodig om het eigen DNA van het virus te kunnen vermeerderen. Daarom volgen deze drie paden:

1. Virus gaat naar lymfoïd weefsel en beenmerg en veroorzaakt daar een panleukopenie, lymfoïde depletie en een thymus atrofie.
2. Virus gaat naar darmepitheel (crypten) en zorgt daar voor een enteritis met diarree. Dit kan herstellen of er kan een secundaire infectie optreden. Bij een secundaire infectie kan snel sepsis komen, met als gevolg sterfte.
3. Virus gaat naar de spiercellen van het hart (bij neonatale pups < 4-8 weken). Dit geeft een myocarditis met hartfalen.

27

Beschrijf het klinisch beeld van de darm van CPV

Sterk verwijde, overvulde dunne darmen, rood van oppervlakte. Als je deze inknipt, zie je vieze bruine hemorragische inhoud.

28

Beschrijf het klinisch beeld van het hart van CPV.

Myocarditis in de chronische staat met fibrosering (bindweefselvorming). Parvovirus zit in de spieren van het hart. In de histologie zul je insluitlichaampjes zien.

29

Beschrijf de pathogenese van FPV.

Infectie met het virus vindt plaats via oronasale route. Vervolgens vindt er replicatie van het virus plaats in lymfoïd weefsel van de oropharynx. Daarna treedt viremie op. Ook het FPV heeft een tropisme voor sneldelende cellen. Daarom zullen we de volgende drie paden zien:

1. Virus gaat naar lymfoïd weefsel en beenmerg en zorgt daar voor een panleukopenie, lymfoïde depletie en een thymus atrofie.
2. Virus gaat naar de crypten van het darmepitheel en zorgt daar voor een enteritis met diarree. Als er geen secundaire infecties optreden, treedt herstel op. Bij secundaire infecties krijg je al snel sepsis, met als gevolg sterfte.
3. Virus gaat naar de uterus en zorgt voor een in utero infectie. Dit zorgt voro foetale sterfte en cerebrale hypoplasie.

30

Geef de verschijnselen van FPV bij de kat

Diepliggende ogen door dehydratie, sterk overvulde darmlissen, in de darm is de epitheellaag volledig verdwenen en wat eigenaren soms noemen is dat de hond of kat de darm uitpoept (het epitheel wordt uitgepoept.

31

Wat is cerebrale hypoplasie?

Cerebrale hypoplasie kan worden veroorzaakt door FPV bij katten. Het cerebellum is verkleind. Een kitten raakt in de uterus geïnfecteerd. Het virus kan zich vooral in het cerebellum goed ontwikkelen. De kittens kunnen normaal geboren worden, maar op het moment dat ze gaan bewegen merk je problemen op. Ze zijn in meer of mindere maten atactisch. De prognose van zo’n kitten is redelijk oke, zo lang de mate van atactie niet heel hoog is.

32

Hoe stel je de diagnose van CPV?

De diagnose kan gesteld worden aan de hand van verschillende methoden.

1. Detectie virus of antigeen
- Antigeen sneltesten (ELISA, RIM)
- Elektronenmicroscopie
- Virusisolatie
- Haemagglutinatie
- PCR

2. Detectie antilichamen
- Gepaarde sera
- Verschillende testen
- Niet erg praktisch

33

Beschrijf de infectie met het CCoV.

Canine Caronavirus. Dit is een lokale infectie van het darmkanaal met een incubatietijd van 1 tot 4 dagen. Over het algemeen geeft dit miledere of asymptomatische infecties. Alle leeftijden, geslachten en rassen kunnen worden geïnfecteerd. Ernstiger verloop zie je wanneer er een co-infectie is met andere enteropathogenen. Over het algemeen is de virusuitscheiding 6 tot 9 dagen. Echter, sommige honden scheiden langer (tot wel 6 maanden) virus uit.

34

Virale oorzaken van acute diarree bij pups:

Co-infecties komen vaker voor dan je statistisch zou verwachten. In de gezonde groep zie je wel infecties met parvovirussen en coronavirussen, maar niet tegelijkertijd. In de groep met acute diarree hebben maarliefst 16 dieren wel een gelijktijdige infectie. Blijkbaar versterken ze elkaar.

35

Waarom verloopt een dubbelinfectie met een parvovirus en caronavirus ernstiger?

Het parvovirus vermeerdert in de crypten. Dit leidt ertoe dat er in de crypten geen cellen kunnen worden aangemaakt. Er treedt een sterke villusatrofie op. Coronavirussen vermeerderen in de toppen van de villi. Dit leidt ertoe dat de cellen daar afsterven. Vanuit de crypten zouden die cellen weer moeten worden aangevuld. De crypten gaan sneller vermeerderen, waardoor het parvovirus beter kan vermeerderen en dit leidt tot ernstigere verschijnselen

36

Wat doe je om infectie of verspreiding te voorkomen?

Je neemt hygiënische maatregelen en maatregelen in het management. Hieronder verstaan we vaccinatie, huisvesting enzovoorts.

37

Wat voor virus is het BVDV?

Het bovine virusdiarree virus behoort tot de familie van Flaviviridae in het genus pestivirus. Er zijn verschillende typen:
- 2 typen (genotypen): type 1 en 2
- 2 biotypen: op basis van effect in celcultuur in vitro, cytopathogeen en niet-cytopathogeen.

38

Welke klinische syndromen kun je onderscheiden bij infecties met BVDV?

1. Virus diarree (acute infectie)
2. Mucosal disease
3. Infectie van niet-immune drachtige koeien > infectie foetus

39

Beschrijf de virusdiarree die een infectie met BVDV kan veroorzaken.

Dit zie je bij infectie van niet-immune, niet-drachtige dieren. Veelal is er een subklinisch of mild verloop, met wat koorts en een leukopenie. Bij sommige dieren: diarree, oog- en neusuitvloeiing, stomatitis (rode plekken, erosies in de bek) en een daling van de melkgift. Door immunosuppressie (door infectie van het beenmerg) kun je opportunistische respiratoire en intestinale infecties bij kalveren zien. Sporadisch is er een zeer virulente stam (vaak type 2) die een hemorragisch syndoroom met trombocytopenie geeft: bloedingen, leukopenie, koorts, diarree, sterte, trombocytopenie. Je ziet erosies op de tong, oesophagus en bek.

40

Wat zie je bij een niet-immune drachtige koe met BVDV?

Dit is sterk afhankelijk van de leeftijd van de foetus en de eigenschappen van de virusstam. Met name in het begin van de dracht zie je abortus. Als die infectie optreedt tussen de 2 en de 4 maanden met een niet-cytopathogene stam, leidt dit tot een persistente infectie van het kalf. Het kalf is nog immunotollerant en zal dus een tollerantie krijgen voor BVDV. Na 4 maanden kan het kalf niet-eigen van eigen onderscheiden. Het kalf komt ter wereld en daar zie je eerst niets aan, soms groeien ze minder hard. Ze kunnen ook mucosal disease ontwikkelen. Die kalveren hebben dat niet-cytopathogene virus bij zich en scheiden dit uit (belangrijke infectiebron voor andere dieren op het bedrijf). Het niet-cytopathogene virus kan in het kalf zelf muteren naar een cytopathogeen virus. Die stam kan vermeerderen in allerlei epitheelcellen en dan krijg je mucosal disease: aantasting van alle slijmvliezen van het dier. Als de infectie later in de dracht plaatsvindt kan het zo zijn dat ze het virus elimineren, maar er kan ook abortus plaatsvinden en tot vervorming van de vrucht (vooral centrale zenuwstelsel).

41

Beschrijf mucosal disease.

Dit zie je in immuuntolerante, persisterend geïnfecteerde kalveren. Als gevolg van een superinfectie met homologe cytopathogene stam (mutatie ncp naar cp stam in het dier zelf of infectie van buitenaf) krijg je dan mucosal disease. Dit is een ernstige vorm van virusdiarree. Het heeft een lage morbiditeit maar een hoge mortaliteit. Er wordt hoge koorts, anorexie, profusie en waterige diarree gezien, samen met ulceratieve stomatitis en neusuitvloeiing. Sterfte vindt plaats binnen enkele dagen tot maanden.