Hoorcollege 19 - D Flashcards Preview

Digestie > Hoorcollege 19 - D > Flashcards

Flashcards in Hoorcollege 19 - D Deck (50):
1

Geef de indeling van de wormen en belangrijke andere parasieten

Nematoda Rondwormen
Trematoda Zuigwormen
Cestoda Lintwormen
Acanthocephala Stekelsnuitwormen
Protozoa
Arthoropoda (apathogeen)

2

Geef de wormen van de lebmaag van het rund.

Allemaal nematoden. Ostertagia ostertagi is heel pathogeen en het belang van de soort en voorkomen in Nederland is groot. Geeft witte bobbeltjes in mucosa van de lebmaag van waar de larven hebben gezeten. Ostertagia leptospicularis is niet pathogeen, komt voor bij rund, ree en schaap. Trichostrongylus axei is ook niet pathogeen.

3

Geef de 6 wormen van de dunne darm van het rund.

1. Nematood Cooperia onchophora is mild pathogeen, belang is groot. Komt voor bij jongvee.
2. Nematood Nematodirus helvetianus is niet pathogeen en komt wel voor in Nederland
3. Nematood Nematodirus battus is niet pathogeen, komt amper voor
4. Nematood strongyloides papillosus is niet pathogeen, komt amper voor
5. Nematood Bunostomum phlebotomum is niet pathogeen, komt amper voor
6. Cestood Moniezia spp is niet pathogeen, komt veel voor en heeft een indirecte cyclus

4

Geef de 2 wormen van de dikke darm van het rund.

1. Nematood oesophagostomum radiatum. Niet pathogeen, komt amper voor.
2. Nematood Trichuris spp. Niet pathogeen, komt amper voor.

5

Geef de 3 wormen van de lebmaag van de schaap en de geit.

1. Nematood Haemonchus contortus. Zeer pathogeen, zeer belangrijk, veroorzaak haemonchose. Dit komt met anemie en oedeem. Bleke slijmvliezen.
2. Nematood Teladorsagia circumcincta. Ook behoorlijk pathogeen
3. Nematood Trichostrongylus axei. Niet pathogeen, maar komt wel voor.

6

Geef de 7 wormen van de dunne darm van de schaap en de geit

1. Nematood Tricostrongylus vitrinus. Behoorlijk pathogeen en belangrijk.
2. Nematood Cooperia curticei. Niet pathogeen, komt wel voor.
3. Nematood Nematodirus battus. Behoorlijk pathogeen en belangrijk.
4. Nematood Nematodirus filicollis. Niet pathogeen, komt wel voor
5. Nematood Strongyloides papillosus. Niet pathogeen, komt wel voor.
6. Nematood Bunostomum trigonocephalum. Niet pathogeen, komt amper voor.
7. Cestood Moniezia spp. Komt voor, niet pathogeen, indirecte cyclus.

7

Geef de 3 wormen van de dikke darm van de schaap en de geit.

1. Nematood Oesophagostomum bevenulosum. Niet pathogeen, niet belangrijk
2. Nematood Chabertia ovina. Komt voor, maar niet pathogeen.
3. Nematood Trichuriss spp. Komt voor, maar niet pathogeen.

8

Geef de 3 wormen van de maag van het varken.

1. Nematood Hyostrongylus rubidus. Niet pathogeen, niet belangrijk.
2. Nematood Physocephalus sexalatus. Niet pathogeen, indirecte cyclus via mestkevers.
3. Nematood Ascarops strongylina. Niet pathogeen, indirecte cyclus via mestkevers.

9

Geef de 4 wormen van de dunne darm van het varken.

1. Nematood Ascaris suum. Heel belangrijk, niet pathogeen, wel zoönotisch
2. Nematood Strongyloides ransomi. Niet pathogeen, niet belangrijk.
3. Nematood Trichinella spiralis. Belangrijk, niet pathogeen wel zoönotisch
4. Nematood Globocephalus urosubulatus. Niet pathogeen, niet belangrijk.

10

Geef de 2 wormen van de dikke darm van het varken.

1. Nematood Oesophagostomum spp. Niet heel belangrijk, kan wel voor problemen zorgen.
2. Nematood Trichuris suis. Niet heel belangrijk, niet pathogeen, beetje zoönotisch

11

Hebben runderen zoönotische wormen?

Nee.

12

Hebben geiten zoönotische wormen?

Nee

13

Hebben schapen zoönotische wormen?

Nee.

14

Hebben varkens zoönotische wormen?

Ja! Nematood Ascaris suum en nematood Trichinella spiralis uit de dunne darm zijn beide zeer zoönotisch. Nematood Trichuris suis uit de dikke darm is een beetje zoönotisch.

15

Welke 3 wormen zitten in de krop en oesophagus van de kip?

1. Nematood Capillaria contorta. Redelijk belangrijk, niet pathogeen, indirecte cyclus met als gastheer regenworm.
2. Nematood Capillaria annulata. Onbelangrijk, niet pathogeen, indirecte cyclus met als gastheer regenworm.
3. Nematood Gongylonema ingluvicola. Onbelangrijk, niet pathogeen, indirecte cyclus met als gastheer kakkerlak en kever.

16

Welke 2 wormen zitten er in de kliermaag van de kip?

1. Nematood Tetrameres fissipina. Niet belangrijk, niet pathogeen, indirecte cyclus met als gastheer de regenworm en de sprinkhaan.
2. Nematood Dispharynx narusa. Niet belangrijk, , indirecte cyclus met als gastheer de pissebed.

17

Welke worm zit er in de spiermaag van de kip?

Nematood Acuaria hamulosa. Niet belangrijk, niet pathogeen, indirecte cyclus met als gastheer (meel)kever en sprinkhaan.

18

Welke 6 wormen zitten er in de dunne darm van de kip?

1. Nematood Ascaridia galii. Belangrijk maar niet pathogeen.
2. Nematood Capillaria obsignata. Belangrijk maar niet pathogeen.
3. Nematood Capillaria caudinflata of Capillaria bursata. Redelijk belangrijk, niet pathogeen, indirecte cyclus via regenworm.
4. Cestood Raillietina spp. Redelijk belangrijk, niet pathogeen, indirecte cyclus via mier en kever
5. Cestood Davainea proglottina. Niet zo belangrijk, kan pathogeen zijn als het er heel veel zijn want de lintwormen gaan aan de darmen hangen en verstoppen, indirecte cyclus via slak
6. Cestood Hymenolepsis spp. Niet zo belangrijk, niet pathogeen, indirecte cyclus via mest- en meelkevers.

19

Welke worm zit er in de caeca van de kip?

Nematood Heterakis gallinarum. Belangrijk maar niet zo pathogeen.

20

Kun je zien welke soort er in de feces zit als je naar de eieren kijkt bij de nematood Capillaria?

Nee. Je weet wel dat het Capillaria is. Contorta, annulata kunnen erg ziekmakend zijn dus dan ga je ontwormen.

21

Bij welke wormen ga je pas bij een bepaald aantal ontwormen bij de kip?

Bij Ascaridia en Heterakis. Zij blijven in het lumen en trekken niet door het lichaam en zijn daarom niet zo pathogeen. Ongeveer 1000 eieren per gram ga je ontwormen.

22

Zijn lintwormen pathogeen voor runderen, schapen, geiten, varkens en kippen?

Niet bij runderen, schapen, geiten en varkens maar wel voor kippen.

23

Welke drie wormen kom je tegen in de maag van het paard?

1. Arthropode Gasterophilus intestinalis (horzel). Redelijk belangrijk. Larven gaan in de maag van het paard zitten en doen niets.
2. Nematood Habronema muscae. Niet zo belangrijk. Indirecte cyclus met vlieg gastheer.
3. Nematood Trichostrongylus axei. Niet zo belangrijk.

24

Welke 4 wormen kom je tegen in de dunne darm van het paard?

1. Nematood Parascaris equirum. Zeer pathogeen, zeer belangrijk. Geeft bij veulens in het eerste levensjaar koliek en sterfte. Is een lumenparasiet, bij veel aantallen perforatie van de darm.
2. Nematood Strongyloides westeri. Belangrijk.
3. Cestood Anoplocephala perfoliata. Belangrijk. Pathogeniteit onbekend.
4. Cestood Anaplosephala magna; Anaplocephaloides mamillana

25

Welke 5 wormen kom je tegen in de dikke darm en het caecum van het paard?

1. Nematood Cyathostominae (> 25 spp). Zeer pathogeen, zeer belangrijk. Jonge paarden (1 tot 3) met als klinisch beeld vermagering.
2. Nematood Strongylus vulgaris. Pathogeen en belangrijk. Met name bij paarden in het wild (oostvaardersplassen). Komt door resistentie en minder vaak ontwormen een beetje terug.
3. Nematood Strongylus edentatus. Minder belangrijk.
4. Nematood Triodontophorus spp. Minder belangrijk.
5. Nematood Oxyuris equi. Belangrijk. Aarsmaden.

26

Welke worm komt voor in de maag van de kat?

Nematood Ollulanus tricuspis. Niet belangrijk.

27

Kent het paard zoönotische wormen?

Ja. Nematood Toxocara cati, Cestood Dipylidium caninum (beetje) en Cestood Ecinococcus spp. Allemaal uit de dunne darm.

28

Welke 6 wormen komen voor in de dunne darm van de kat?

1. Nematood Toxocara cati. Belangrijk, zoönotisch. Voor kittens. Daarom speciaal ontwormingsregiem voor kittens.
2. Nematood Toxascaris leonina. Redelijk belangrijk.
3. Nematood Ancylostoma tubaeforme. Niet belangrijk.
4. Cestood Diphylidium caninum. Belangrijk, beetje zoönotisch. Jeuk aan de anus, sleetje rijden.
5. Cestood Taenia taeniaeformis. Belangrijk.
6. Cestood Echinococcus spp. Niet zo heel belangrijk voor de kat, maar wel zoönotisch. Dit is een vervelende zoönose met een hele lange levenscyclus met mens als tussengastheer (blaasworm).

29

Welke 8 wormen zitten er in de dunne darm van de hond?

1. Nematood Toxocara canis. Belangrijk en zoönotisch. Vooral problemen bij puppies, vast ontwormingsregiem, zoönose niet heel belangrijk.
2. Nematood Toxocaris leonina. Redelijk belangrijk.
3. Nematood Uncinaria stenocephala. Redelijk belangrijk.
4. Nematood Ancylostoma caninum. Onbelangrijk, behalve bij import.
5. Cestood Dipylidium caninum. Redlijk belangrijk, zoönotisch. Sleetje rijden.
6. Cestood Taenia spp. Redelijk belangrijk.
7. Cestood Echinococcus granulosus. Redelijk belangrijk en zoönotisch. Pas op bij vossen.
8. Cestood Echinococcus multilocularis. Onbelangrijk voor de hond, maar zoönotisch. Pas op bij vossen.

30

Welke worm zit er in de dikke darm en het caecum van de hond?

Nematood Trichuris vulpis. Redelijk belangrijk, zoönotisch. Komt met name voor in kennels. Kan alleen in grote aantallen voor problemen zorgen. Zoönotisch aspect is zeer gering.

31

Zijn wormen van de hond zoönotisch?

Ja. Nematood Toxocara canis, Cestood Dipylidium caninum, Cestoot Echinococcus granulosus en Cestood Echinococcus multilocularis uit de dunne darm zijn zoönotisch. Ook Nematood Trichuris vulpis uit de dikke darm is zoönotisch.

32

Wat doen maagdarm parasieten?

Zorgen voor diarree, kunnen zorgen voor magerheid en verminderde groei. Ook ruw haar kan gezien worden. Lusteloosheid, anorexie, algemene symptomen van maagdarminfecties. In combinatie met leeftijd en tijdstip in het jaar kun je het wel linken aan parasitaire infecties.

33

Wat is giardia? Welke symptomen? Hoe behandel je?

Giardia (zoals giardia duodenalis) is een protozoa die uit verschillende genotypen bestaat. Hij is vooral belangrijk bij de hond, kat en mens maar komt voor bij vrijwel alle dieren. Infectie gaat via cysten. Het is een lumenbewoner van de dunne darm. Giardia vermeerderd zich door tweedeling. Bij het dier zie je malabsorptie en maldigestie. Er is een chronische diarree (slijm) met steathorrhea (vet) in de feces, braken, gewichtsverlies en dit alles laat zich intermitterend zien. De diagnose stel je door het vinde nvan trophozoieten (verse diarree) of cysten, antigeen capture ELISA in feces of met een PCR (veel gevoeliger maar neit beschikbaar in NL). De therapie bestaat uit benzimidazolen of metronidazol (3 tot 5 dagen 1 of 2 keer per dag). De kans dat het van hond op mens overgaat is klein omdat ieder dier zijn eigen genotype heeft.

34

Wat is cryptosporidium parvum?

Dit is een protozoaire infectie die voorkomt bij ongeveer alle zoogdieren (ook sommige bij vogels en reptielen) met verschillende genotypen (zoönotisch). Hij veroorzaakt vooral bij kalveren, lammeren (schapen en geiten), veulens kort na de geboorte ziekte (na 1 tot 2 weken) en bij AIDS patiënten. Het is een intracellulaire parasiet in de borstelzoom van enterocyten van de dunne darm en soms de dikke darm. De oöcysten komen al gesporuleerd naar buiten (4 sporozoieten). Er zijn dunwandige en dikwandige oöcytsen. Dunwandige driingen de darm gelijk binnen. Het was de nagel aan de doodskist van AIDS patiënten.

35

Wat is coccidiose?

Protozoa. Een ziekte die veroorzaakt kan worden door Eimeria (vogels, herkauwers, konijn, varken), Isospora (I. suis bij jonge biggen) en Cystoisospora infecties bij de hond en kat. Het veroorzaakt vooral bij pluimvee, andere vogels, konijnen, jonge herkauwers en jonge biggen (alleen I. suis) problemen. Bij de hond en kat soms diarree bij jonge dieren. Het is zeer gastheerspecifiek. Cystoisospora kunnen ook asexuele cysten vormen bij transportgastheren (knaagdieren, herkauwers). Oöcysten moeten nog sporuleren bij naar buiten komen. Infectie is zelflimiterend. Het is een intracellulaire parasiet. De pathogeniteit is per soort afhankelijk van cyclus en locatie. Er is meestal diarree, vaak met bloed en slijm. Bij herkauwers hoort persen tot de kenmerken. Meestal is er geen duidelijke correlatie tussen OPG en erns ziekte (semi-kwanitatief). Meestal is er wel een relatie tussen de infectiedosis en de ernst van de verschijnselen.

36

Wat zijn Toxoplasma Gondii, Hammondia hammondi, Besnoitia spp (kat), Neospora caninum, Hammondia heydorni (hond) en Sarcocystis spp (vleeseters) voor parasieten?

Protozoaire parasieten. Heteroxene coccidiën. Gesporuleerde oöcytsen met 2 sporocysten met elk 4 sporozoieten. Bij Sarcocystis al gesporuleerd in verse feces en bovendien sporocysten meestal al vrij. Zelden ziekte in de eindgastheer en zeer gastheerspecifiek voor de eindgastheer. De meeste Sarcocystis spp en de Besnoitia spp zijn ook gastheerspecifiek voro de tussengastheer. De uitscheiding van oöcysten is bij Toxoplasma kort maar hevig, bij Neospora nog onduidelijk en bij sommige Sarcocystis spp lang. Toxoplasma, Neospora en sommige Sarcocystis spp zijn pathogeen voor de tussengastheer

37

Wat betekent het dat een protozoa heteroxeen is?

Hebben een tussengastheer.

38

Wat is de tussengastheer van toxoplasma?

Kleine knaagdieren en mensen.

39

Wat is histomoniasis?

Ook wel blackhead. Een ziekte veroorzaakt door Histomonas meleagridis bij vogels, vooral bij kalkoenen. Histomonas meleagridis is een flagellaat die gebruik maakt van Heterakis. De parasiet verschuilt zich in de wormeieren. Als deze opgenomen worden door regenwormen kunnen ze (de eieren en Histomonas) lang overleven. Het veroorzaakt een necrotiserende enteritis in caeca. Daarnaast zijn er karakteristieke dofgrauwe ronde of ovale necrosehaarden in de lever met een geelwitte randzone. Bij jonge kalkoenen is er vaak sterfte, bij oudere dieren chronische ziekte. Problemen door verbod op de preventieve medicatie.

40

Wanneer zie je ziekte bij een parasite?

Dit heeft te maken met plaats in het maagdarmkanaal. Als ze in het lumen zitten doen ze over het algemeen niet veel. Als ze met heel veel zijn krijg je een opstopping. Als je dieper gaat zitten in de wand zorg je voro steeds meer schade. Parasieten die tunnels kunnen graven. Geven de meeste problemen. In het maagdarmkanaal van de kop tot maag zie je meestal ontstekingen. In de maag tot en met de dunne darm zie je ontstekingen met soms diarree. Van de dunne darm tot de dikke darm zie je ontstekingen met diarree. Helemaal op het eind krijg je ook bloed in de feces. Er kan bij problemen in en voor de dunne darm melena in de feces zitten. Aantallen parasieten kunnen een rol spelen. Dit is wel parasietspecifiek. Parasiten maken allerlei excretie- en secretieproducten die vaak een rol spelen bij het toegang krijgen tot cel of weefsel of het afleiden van het immuunapparaat. De levens- en voedingswijze van de parasiet speelt een rol en ook de (over)gevoeligheid van de gastheer speelt een rol.

41

Beschrijf de ziekte bij Ostertagia ostertagi.

Nematood van runderen die zich in de lebmaag manifesteerd. De ontwikkeling van de larven zie je als kleine witte puntjes met een donker middelste in de mucosa van de lebmaag. Ze zitten in de kliercrypte van de lebmaag. Doordat de larven groeien trekken ze de wand uit elkaar. De zuurproductie komt stil te liggen, waardoor pepsinogeen niet meer kan worden omgezet tot pepsine. De pH in de maag stijgt abnormaal hoog. De antibacteriële werking gaat eraan. Omdat de wand uit elkaar valt lekt pepsinogeen naar het bloed (diagnostische parameter) en je verliest bloedeiwitten naar het lumen. De larven zorgen door hun ontwikkeling in de mucosa voor problemen. Bij extreme infecties bij het kalf zie je achterstand van de groei.

42

Beschrijf de ziekte bij Haemonchus contortus.

Dit is een nematood van het schaap die zich in de lebmaag kan manifesteren. De volwassen wormen veroorzaken het probleem. Larven gaan wel naar de crypten, maar slopen daar de boel niet. De volwassen wormen drinken bloed. Ze prikken bloedvaatjes aan in de mucosa. Ze drinken per worm ongeveer 0,05 liter bloed per dag. Dan kun je dus bij duizenden wormen erg veel bloed kwijtraken. Dat zorgt voor anemie. Je ziet bleke slijmvliezen, mogelijk oedeem aan de kaaktakken. Uiteindelijk sterfte.

43

Beschrijf de ziekte bij Nematodirus battus

Dit is een nematood van de dunne darm bij schapen. De larven die door de mucosa heen graven zorgen voor de problemen, de volwassen worm zit gewoon in het lumen.

44

Beschrijf de ziekte bij Cyathostominae.

Dit is een Nematood die in de dikke darm en blinde darm van het paard voorkomt. Larven komen in de mucosa. De massale verplaatsing van larven vanuit de mucosa naar het darmlumen zorgt voor een ontsteking aan de darmwand. Dit leidt tot koliek bij de paarden. Volwassen wormen dragen een beetje bij. Met name de larven. Als dat uit de hand loopt heb je paarden die heel mager worden met een hele slechte prognose.

45

Beschrijf de ziekte bij Trichuris vulpis.

Dit is een nematood van de dikke darm van de hond. De volwassen wormen graven tunnels door de dikke darm en de blinde darm. Dan ontstaat er een ontsteking waar bloed bij betrokken is. Dit zie je alleen als er heel erg veel zijn. De volwassen wormen zijn op zoek naar weefselvocht en bloed.

46

Beschrijf de ziekte en de levenscyclus van Eimeria tenella.

Dit is een protozoa met een homoxene (directe) levenscyclus. In het stuk waar de parasiet zich ongeslachtelijk vermeerdert ( schizont in de mucosa) krijg je. Dan zie je uiteindelijk een hemorragische necrotische enteritis. Uit de schizont komten merozoieten vrij. Deze planten zich geslachtelijk voor en vormen uiteindelijk een zygote die uit de mucosa komt. Die gaat de gastheer uit zonder te sporuleerd in de omgeving en daaruit komt weer een oöcyst vrij die opgenomen kan worden.

47

Beschrijf de ziekte die je krijgt van giardia intestinalis.

Dit is een protozoa die bij diverse dieren zich in de dunne darm kan manifesteren en daar kan vasthechten aan het epitheel. Dit is een extracellulaire parasiet die als een dakpannetje op het epitheel gaat zitten. Er zijn wat secretieproducten die de verteringsenzymen van de dunne darm in de weg staan. Als het weinig parasieten zijn is er niet veel aan de hand. Als er een groot stuk van het oppervlak van de darm bedekt is krijg je diarree. Het is een hele slijmerige diarree.

48

Belangrijke mechanismen bij parasitaire infecties zijn dus:

Vertering, absorptie, vermagering, diarree, uitdroging, anemie

49

Wat is er belangrijk bij het diagnostiseren van parasitaire infecties?

Levenscycli koppelen aan wanneer en waar je ziekte tegenkomt.

50

Nematodirose vs Haemonchose.

Beide manifesteren zich in schapen. Nematodirose geeft diarree met soms vermageren en sterfte en haemonchose geeft oedeem en anemie met soms vermagering en sterfte. Nematodirose veroorzaakt klachten als larven. Dit betekent dat je al ziekte kan zien in de prepatentperiode, het mestonderzoek kan dan negatief zijn. Bij haemonchose veroorzaken de volwassen wormen de ziekte en is er een relatie tussen ziekte en EPG. Het moment dat je eieren in de feces telt bij nematodirose, zijn de wormen volwassen aan het worden en is de infectie eigenlijk bijna over.