Hoorcollege 5 - A Flashcards Preview

Digestie > Hoorcollege 5 - A > Flashcards

Flashcards in Hoorcollege 5 - A Deck (44):
1

Waar kunnen infecties van het epitheel in de mondholte vandaan komen?

- Lokaal
- Systemisch (infectie epitheelcellen via viremie, deze meestal, incubatietijd langer dan bij lokale infecties)

2

Geef de termen waarmee we laesise omschrijvne

Laesies: macula (verkleuringen), papula (lichte verhevenheid), erosies (deel van de epitheelcellen is weg), ulcera (laesies van het epitheel tot aan basaalmembraan), pokken, papillomen.

3

Wat voor epitheel hebben we in de bek?

Epitheel van de bek is meerlagig plaveiselepitheel, al dan niet verhoornd.

4

Noem een aantal gedragingen die passen bij koeien met MKZ

Koe op filmpje smakt en speekselt erg. Meerdere koeien op de stal doen dit. Koeien zijn onrustig aan de achterhand. Ze staan te trappelen. Dit gaat om mond en klauwzeer.

5

Geef de interpretatie van de leeftijd van blaren aan de hand van de aard van de blaar

Intact: 1 a 2 dagen

Open, helderrood, epitheel deels intact: 1 a 3 dagen

Open, korstvormig, granulatie: 4 a 6 dagen

Laesies met bindweefselvorming: > 7 dagen

Herstel: > 17 dagen

6

Zeg iets over de motiliteit van MKZ en geef de incubatietijd

Mortaliteit van MKZ is niet heel hoog. Kalveren kunnen er nog wel eens aan dood gaan. De incubatietijd is 2 tot 8 dagen. Mond en klauwzeer wordt ook in de tussenteenspleet en aan de tepel gezien.

7

Wat is het meest contagieuze virus van vee?

Mond en klauwzeer

8

Wat voor virus is MKZ?

Picornavirus, genus apthrovirus,k er zijn 7 typen (A, O, C, SAT 1, 2, 3 en Asia) die verschillende subtypen kennen. het is resistent buiten de gastheer en verspreid zich makkelijk

9

Welke dieren kunnen geïnfecteerd raken met MKZ?

Alle evenhoevigen zijn gevoelig, varkens spelen een belangrijke rol (maken veel virus. Runderen, geiten, schapen, giraffe, lama maar ook olifanten, egels en gordeldieren

10

Is MKZ zoönotisch?

Onbekend, maar er is weinig bewijs voor. Wel een ander virus (coxsackie) zorgt voor zelfde beeld

11

Beschrijf de pathogenese van MKZ

Sytstemische infectie, infectie door inhalatie of ingestie met een korte incubatietijd. Na eerste virusvermeerdering viremie en verspreiding naar diverse organen. Vermeerdering in epitheelcellen: celzwelling, lysis, afbraak intercellulaire bridges. Microvesicles worden macrovesicles (blaren met celdebris, leuko's, vocht en heel veel virus). De epitheelcel ruptureert: basaalmembraan blijft in tact en we spreken dus van ulcera

12

Wat zie je bij MKZ bij het schaap?

Vergelijkbare (maar kleinere) laesies en vooral kreupelheid als klinisch verschijnsel (net als varken)

13

Wat is het varken?

Amplifier host! Kleinerer laesies maar maakt 10^2 tot 10^3 meer virus aan dan runderen, belangrijke rol in verspreiding.

14

Waarom is MKZ aangifteplichtig?

Lage mortaliteit, maar grote economische betekenis

- Daling melkprodutie: tijdelijk en deels blijvend
- Verminderde groei kalveren en varkens
- Export verboden

15

Geef de epidemiologie van MKZ.

Het MKZ virus kan makkelijk aerogeen verspreiden. In 1981 bleek dit over tientallen kilometers te kunnen plaatsvinden. De windrichting stond toen precies de goede kant op. Dit maakt bestrijding erg lastig. 4 – 26 maart 13 uitbraken van FMD in Bretagne die ook in Isle of Wright terecht kwamen.

16

Waarom is er bij MKZ risico op snelle verspreiding?Geef 6 punten

1. Grote hoeveelheden virus geproduceerd in pharynx (en melk). Varkens produceren 1500x meer virus dan rund.

2. Snelle replicatie cyclus.

3. Virus verspreiding via de lucht (aerosolen) over grote afstanden (> 80 km)

4. Virus is stabiel buiten gastheer

5. Korte incubatieperiode

6. Er bestaan dragers (met name onder rund) en daarom wordt er niet gevaccineerd

17

FMD

Footh and Mouth Disease = Fast Moving Disease. Rol dierenarts: snelle diagnose

18

Wanneer was de laatste MKZ epidemie?

in 2001

19

MKZ in Nederland.

In de jaren 40 en 50 kwam MKZ heel veel voor en werd dat gewoon gevaccineerd. Er is gevaccineerd van 1951 tot 1992. Er zijn momenten geweest dat andere typen virus de overhand namen maar vaccineren werd doorgezet. Het aantal gevallen MKZ verminderde zeer. Het stoppen met vaccineren gebeurde in 1992. Het aantal gevallen mond en klauwzeer was erg afgenomen en om puur economische redenen zijn we toen gestopt met vaccineren.

20

Wat is het bestrijdingsbeleid voor MKZ?

Non vaccinatiebeleid

Verdere transmissie voorkomen/reduceren.
- Ruimen dieren op besmette bedrijf
- Traceren contactdieren
- Screening risicobedrijven
- Voerverboden
- Ringvaccinaties (advies groep deskundige ne nEU toestemming)

21

Wat zijn ringvaccinaties?

Je vaccineert bedrijven om de uitbraak heen om zo de verspreiding van het virus te voorkomen of in te perken. Dat leidt er wel toe dat die bedrijven uiteindelijk ook worden geruimd. Ze zijn moeilijk te onderscheiden van veldinfecties. Daarmee heb je wel minder snelle spreiding bereikt.

22

Wat is het compartimentensysteem?

Compartimenten systeem. Alle bedrijven in een straal van 1 km worden geruimd. Alle bedrijven in een straal van 2 km rondom het besmette bedrijf worden gevaccineerd. Dan is er nog een beschermingsgebied (3 KM) en een toezichtsgebied (10 KM) waarbij de verplaatsing van dieren zeer wordt ingeperkt. Binnen die regio wordt, als er meerdere besmette bedrijven zijn, een toezichtszone en een vaccinatiegebied gemaakt. Binnen de toezichtszone is heerst een marktverbod en een verplaatsingsverbod. Transport wordt gecontroleerd.

23

Wat zijn DIVA vaccins?

Differentiating Infected from Vaccinated Animals. DIVA vaccin zorgt voor een herkenbaar deel wat als vaccin kan worden gezien. In geïnactiveerd virus zitten geen niet-structurele eiwitten. Zo wordt wel het virusdeeltje gemaakt maar niet de rest van de eiwitten. Je moet testen op de niet-structurele eiwitten om te zien of die koe toch is besmet met het actieve MKZ virus. Bij MKZ worden geïnactiveerde vaccins gebruikt. Er wordt getwijfeld om bij een volgende uitbraak mogelijk de DIVA gevaccineerde dieren niet te ruimen. Je moet dan kunnen testen of de dieren antilichamen maken tegen de structurele eiwitten, maar niet tegen de niet-structurele eiwitten.

24

Onderling onderscheid vesciculaire virale aandoeningen.

De vesciculaire virale aandoeningen lijken klinisch erg op elkaar. Met de huidige diagnostische methoden zoals PCR is een onderscheid makkelijk te maken, maar toch moet je hierop bedacht zijn. Varkens zijn gevoelig voor heel veel vesiculaire ziekten. Deze vesciculaire virale aandoeningen zijn ook aangifteplichtig omdat men niet wil dat dit zich gaat verspreiden omdat dan mogelijk MKZ toch over het hoofd kan worden gezien.

25

Noem 4 verschillende vesciculaire virale aandoeningen

1. MKZ
2. Ves. Varkens ziekte
3. Ves. Stomatitis
4. Ves. Exanthema

26

Wat voor virus is Ves. varkens ziekte? Welke dieren zijn gevoelig?

Picorna (entero). Rund, schaap en paard zijn niet gevoelig, varken wel

27

Wat voor virus is het Ves. stomatitis ? Welke dieren zijn gevoelig?

Rhabdovirus. Runderen, schapen, varkens en paarden zijn gevoelig

28

Wat voor virus is het Ves. Exanthema virus en welke dieren zijn gevoelig?

Calicivirus. Rund, schaap en paard zijn niet gevoelig, varken is wel gevoelig

29

Wat is blauwtong en waar hoort hij in?

Blauwtong hoort in de DDx bij vesciculaire virale aandoeningen bij runderen, schapen en geiten. Het wordt door muggen overgedragen en is dus vector born. Blauwtong en MKZ kunnen klinische erg op elkaar lijken. In 2006 kwam blauwtong voor het eerst in Nederland voor. Voor die tijd kwam het alleen in tropische en subtropische gebieden voor omdat het vector borne is. 17 augustus 2006 definitieve diagnose.

30

Wat zien we bij blauwtong?

- Koorts (viremie schaap tot 50 dagen en rund tot 100 dagen)
- Ontsteking, ulceratie en necrose mondslijmvlies (soms blauw, vooral tong)
- Overmatig speekselen, neusuitvloeiing
- Oedemen
- kreupelheid (laminitis (kroonrand), coronitis (tussenklauwspleet))
- Abortus
- Pneumonie
- Sterfte (0 - 50% afhankelijk van subtype)
- Afwijkende wol door huidontstekingen

FFF = face fever feet

31

Hoe doen we de diagnostiek bij blauwtong?

Middels PCR

32

Wat voor virus is blauwtong?

Orbivirus (familie Reoviridae). Dubbelstrengs RNA, meerdere segmenten (10), 24 serotypen. Ernstige verschijnselen bij geiten en schapen, minder bij wilde herkauwers en runderen. Ras afhankelijk. Infectie in tropische en subtropische gebieden. Niet besmettelijk: vector nodig, Arthropod borne. Diagnostiek door virusisolatie en PCR bloed

33

Beschrijf de overdracht van blauwtong door muggen

Een geïnfecteerd dier wordt geprikt door een mug. Die mug bezit nu ook dat virus. Dat virus vermeerdert zich in de mug, maar daarvoor zijn wel bepaalde factoren relevant zoals ondermeer de omgevingstemperatuur. Dit noemen we de extrinsieke incubatieperiode en die duurt gemiddeld zo’n 4 tot 20 dagen. Het virus wat zich vermeerdert in de mug komt ook in het speeksel terecht. Die mug die kan een nieuwe bloedmaaltijd nemen en zal dan een susceptible host infecteren. Dan is de cyclus rond.

34

Bescshrijf de verschillende manieren van overdracht van blauwtong

Culicoides (knutten) zijn de mugjes die blauwtong kan overbrengen. Blauwtong kan ook worden overgebracht via bloed (vuile naalden), semen, embryo en moeder op vrucht. Bij schapen worden nogaleens dezelfde naalden gebruikt voor routinehandelingen.

35

Waaraan voldoet een knut die vector van BTV kan zijn

1. Vector competentie (C. imicola > C. obsoletus). In knut moet voldoende virus repliceren (omgevingsafhankelijk) en in knut moet virus voldoende snel vermeerderen (afhankelijk van virus)

2. Vector capaciteit. Bijtfrequentie, diersoortvoorkeur, levensduur (ongeveer 20 dagen)

36

Zijn we vrij van blauwtong?

In 2007 en 2008 hadden we nieuwe gevallen. Sinds 2009 zijn we vrij en vanaf 15 februari 2012 hebben we een vrijstatus. Het risico blijft echter, kans op herintroductie en andere typen

37

Moeten we blauwtong ruimen?

Dieren met blauwtong hoeven niet geruimd. Ze herstellen vaak weer. Je kan vaccineren, maar dat doen we in Nederland niet meer sinds 2012. Blijkbaar dragen de dieren na infectie geen virus meer met zich mee. Wel economische gevolgen.

38

Wat voor virus is ecthyma? Wie hebben er last van, wat is de incubatietijd en wat zie je?

Pokkenvirus. Met name aantasting van lammeren (zuigen niet goed meer). De incubatietijd is ongeveer 1 week. laesies in mondhoeken, neuesgaten, soms oogleden, wangslijmvlies en tong

39

Geef het ziektebeeld van ecthyma

Roodheid lippen en mondhoeken. Papels gaan over in blaasjes en pustels. Laesies zijn proliferatief.
Korsten: bij verwijdering een verheven, roodachtig granulerend oppervlak.

40

Ander woord voor ecthyma en zoönotisch?

Orf is een zoönose

41

Beschrijf koepokken bij de kat.

Katten raken geïnfecteerd omdat het reservoir voor dit virus in knaagdieren zit. Daarom vaak eerst bij de kop. Dan komen de typische laesies (blaasjes, ruptureren, ulcereren). Als er dan bij verdenking van bijvoorbeeld een allergie corticosteroïden worden gegeven, wordt het erger en kan de kat zelfs een pneumonie ontwikkelen.

42

Beschrijf koepokken bij de mens

Vervelende, pijnlijke laesies. Bij een goede afweer is dit geen probleem, maar bij ernstige YOPI’s kan dit leiden tot een systemische infectie en soms zelfs tot de dood. Dit kun je oplopen via katten, maar dit kan ook via ratten. Ratten kunnen besmet zijn met koepokken en laten soms laesies zien aan de poten.

43

Wat zijn de overeenkomsten tussen koepokken en smallpox?

Koepokken, vaccinia en smallpox behoren allemaal tot de Orthopoxviridae. Vroeger werden mensen geënt tegen smallpox met vaccinia. Dat gebeurt nu niet meer. Niet gevaccineerde mensen zijn gevoeliger voor koepokken en daarom zien we dit tegenwoordig misschien wel meer. Kruisimmuniteit is niet meer in de populatie

44

Kunnen vogels ook pokken krijgen?

Pokkenvirussen bij duiven worden veel gezien en ook pokkendifterie bij kalkoenen. Zie blok Huid.