Hoorcollege 8 - B Flashcards Preview

Digestie > Hoorcollege 8 - B > Flashcards

Flashcards in Hoorcollege 8 - B Deck (34):
1

Geef 6 functies van de maag.

1. Opslag voedsel
2. Meschanische en Chemische verkleining
3. Afgifte maagzuur (onschadelijk maken micro-organismen)
4. Start eiwitvertering (pepsine)
5. Gedoseerde afgifte chymus aan het duodenum
6. Vertering versus fermentatie

2

Wat is het verschil tussen vertering en fermentatie?

Fermentatie is het afbreken van cellulose en hemocellulose door bacteriën. Dit gebeurt anaeroob.

3

Waar ligt de enkelvoudige maag normaal gesproken? En waar ligt de herkauwersmaag?

De maag ligt in normale toestand binnen de ribboog. Alleen als een hond of kat veel gegeten heeft, komt hij aan de ventrale zijde achter de ribboog (palpabel). De ingang van de maag (oesophagus naar cardia) ligt over het algemeen in de middenlijn. De herkauwermaag is vele maten groter en neemt een heel groot deel van het abdomen in beslag.

4

Beschrijf de anatomie van de enkelvoudige maag.

Cardia is de aansluiting van de oesophagus op de maag. Vervolgens is er het fundus gebied. Dit is het proximale deel van de maag. Daarna kom je in de corpus, het antrum of antrum pyloricum en de pylorus sfincter. De pylorus kan heel gecontroleerd zorgen dat alleen hele kleine delen door kunnen naar het duodenum. De curvatura minor en curvatura major hebben beide een stuk mesenterium, het omentum minus en het omentum majus. Dit wordt ook wel het mesogastrium genoemd.

5

Waaruit ontstaat de maag embryonaal gezien?

De oerdarm komt intra-embryonaal te liggen. Als die intra-embryonaal ligt, ontstaat er een voordarm, een middendarm en een einddarm. De maag ontstaat uit het voordarmgedeelte en gaat zich van daaruit verder ontwikkelen.

6

Beschrijf de maagdraaiing.

Eerst is de voordarm niets anders dan een buis van voor naar achteren. De voordarm gaat zich verwijden en daarna gaat hij draaien. Er vinden twee draaiingen plaats. De eerste draaiing is een draaiing van 90 graden naar links. Vervolgens draait vervolgens om zijn transversale as (van dorsaal naar ventraal) tegen de klok in.

7

Beschrijf de ligging van de vliezen van de maag.

Na de twee draaiingen. Het omentum minus vormt de verbinding tussen de maag en de lever. Het omentum majus gaat ongelooflijk uitgroeien over de ventrale buikwand. Dat is het grote net. Doordat dit een dubbele laag is geworden, is daar een ruimte. Bij de enkelvoudige maag (hond, kat) is deze ruimte niet opgevuld. In de herkauwer is deze ruimte wel verder ontwikkeld. De ruimte noemen we de bursa omentalis.

8

Op welke manier kunnen we de maag indelen?

Lumen: enkelvoudig (1 holte) of meervoudig (meerdere holtes)

Slijmvlies (mucosa): eenvoudig klierrijk slijmvlies of samengesteld klierloos slijmvlies en klierrijk slijmvlies

9

Beschrijf de paardenmaag

Bij een paardenmaag zie je dat er een hele duidelijke scheiding is tussen het klierloze deel en het klierrijke deel. Die scheidslijn is klinisch van belang. Deze overgang tussen klierloos en klierrijk in de maag van het paard noemen we de margo plicatus.

10

Omschrijf de opbouw van de tunica muscularis van de maag.

Belangrijke functie van de maag is het kneden en het voortstuwen van het voedsel richting de darm. Daar zijn spieren voor nodig. De longitudinale spieren (met name aan de curvatura major en de curvatura minor kant) zijn voornamelijk van belang om het voedsel van meer proximaal in de maag naar meer distaal in de maag te sturen. De circulaire spiervezels zitten overal in de maag helemaal om de maag heen. De sterkste concentratie circulaire spiervezels zit aan de distale kant in het antrum gebied en bij de pylorus. Het antrum gebied is echt bedoeld om hele stevige menging van de inhoud van de maag te kunnen laten plaatsvinden.

11

Omschrijf de bloedvoorziening van de maag.

De aorta komt van het hart af, gaat door de borstholte en gaat door het diafragma. Op het moment dat hij door het diafragma gaat, splitst er één ongepaarde arterie vanaf. Deze eerste ongepaarde afsplitsing in de buikholte heet de arteria coeliaca. Vanaf die arterie splitsen een aantal arteriën af die de maag van bloed voorzien. De linker en rechter arteria gastrica voorzien voornamelijk de curvatura minor zijde van bloed. De linker en rechter arterie gastroepiploica voorzien vooral de curvatura major zijde van bloed. Een aftakking van de arterie splenica (voorziet milt van bloed) is onder andere de linker arterie gastroepiploica.

12

Waar maak je de maag open?

Je blijft weg uit de curvatura major en de curvatura minor kant omdat daar de kans op bloeding veel groter is. Je maakt de maag dus in het midden open.

13

Beschrijf de motiliteit van de maag naar functie.

Digestieve fase (postprandiaal)
- Tonische contracties in fundus en corpus
- Peristaltiek in antrum pyloricum

Interdigestieve fase
- Housekeerperactiviteit

14

Beschrijf de digestieve fase van de maag. Welke functionele delen kent de maag in deze fase?

In deze fase moet er opslag van voedsel plaatsvinden, er moet menging van voedselmassa met maagsap plaatsvinden en er moet gecontroleerd transport van chymus naar de dunne darm zijn. Je hebt dan te maken met twee functionele delen van de maag:

1. Proximale tonische deel (fundus en stukje corpus) voor opslag (elastisch reservoir). Voedsel ontvangen en opslaakn

2. Distale fasische deel (stukje corpus en antrum pyloricum) voor menging en voortstuwing naar duodenum. Extra spieren voor klein maken en daarna doorsturen.

15

Hoe wordt het proximale deel van de maag ook wel genoemd? En waarom?

Dit wordt ook het elastisch reservoir genoemd. Dit komt omdat er twee typer relaxatie zijn: receptieve relaxatie en adaptieve relaxatie.

16

Wat gebeurt er bij vulling van de maag?

1. Receptieve relaxatie en adaptieve relaxatie in proximale deel van de maag: elastisch reservoir.

2. Peristaltische contractiegolven distale deel zorgen voor menging, fijnmalen en voortstuwen van maaginhoud.

3. Ontmenging in antrum en zeving in pylorus

17

Beschrijf de motiliteit van de proximale maagwand

Je slinkt een voedselbrok door. De UES relaxeert en daarachteraan komt een contractie. Deze beweging zet zich voort naar caudaal. Deze receptieve relaxatie gevolgd door de contractie loopt over het proximale deel van de maag heen. Op het moment dat die circulaire contractie over het proximale deel van de maag heen gaat, moet daar een reactie op komen. Die wand moet niet blijven contraheren. De proximale maagwand moet zich adaptief gaan relaxeren. Op het moment dat die contractie over die maagwand heen gaat, wordt dat opgepakt door rekreceptoren in de maagwand. Dan komt er een vago-vagale reflex via de nervus vagus waarna relaxatie plaatsvindt van de maagwand om het voedsel heen. De maagwand gaat dus niet helemaal ontspannen, maar hij relaxeert een beetje zodat bij de volgende voedselbrok dat ook weer opgenomen kan worden.

18

Wat voor motiliteit zie je in het distale deel van de maag?

In het distale deel van de maag vindt peristaltiek plaats. Die peristaltische bewegingen worden veroorzaakt door slow waves (enteric nervous system).

19

Geef de taken van de proximale maag (fundus)

- Opslag
- Transport naar distale deel
- Tonische contracties (receptieve en adaptieve relaxatie)

20

Geef de taken van de distale maag (corpus / antrum)

- Mengen en verkleinen
- Zeven en transport naar duodenum
- Pacemaker initieert fasische contracties d.m.v. slow waves.

21

Ander woord voor slow waves

Fasische contracties

22

Ander woord voor receptieve en adaptatieve relaxatie

Tonische contracties

23

Geef nu voor elk deel van de maag kort weer wat het doet.

- Proximale deel (fundus): elastisch reservoir / tonische contracties
- Distale deel (corpus/antrum): fasische contracties (pacemaker) t.b.v. mengen, voortstuwen
- Pylorus: verhoogde tonus tijdens antrale contracties + sluiting aan eind van elke contractie

24

Beschrijf de motiliteit rond de interdigestieve fase

Aan het eind van de digestieve fase ontstaat een interdigestieve fase. Peristaltiek van het distale gedeelte gaat over in heftigere en meer regelmatige contracties, die bij de cardia beginnen. Het lumen van het distale deel van de maag wordt volledig dicht gedrukt. De maag wordt na gebruik grondig gereinigd. Dit duurt 10 tot 15 minuten en bevat 30 tot 50 peristaltische contractiegolven. Na 1.5 tot 2 uur is er weer een toename van de maagmotiliteit van enkele minuten. Speeksel, afgestoten epitheelcellen en maagslijm (voedingsbodem bacteriën) worden verwijderd. Dit eindigd met heftige peristaltische golven van cardia tot pylorus: housekeeper activiteit.

25

Hoe wordt de enkelvoudige maag gereguleerd?

Gladde spieren van de tunica muscularis laten in rust in meer or mindere mate tonische of fasische contracties zien. Deze intrinsieke activiteit kan door de hogere regelsystemen (extrinsiek) in positieve en negatieve zin gemoduleerd worden.

26

Geef de extrinsieke regulatie van proximale deel maag

1. Slikcentrum
2. Afferente en efferente zenuwen: n. vagus en n. splanchnicus

27

Geef de extrinsieke regulatie van het distale deel van de maag

1. Intramurale plexus (ENS) eerste niveau van regulatie en integratie (aanpassen contractiliteit aan vullingsgraad en chemische samenstelling)

2. Een groot deel van de afferente banen staan in verbinding met het autonome zenuwstelsel (communicatie van maag met rest van digestietractus) via de n. vagus en de n. splangnicus

28

Geef 4 voorbeelden van regulatie bij maagvulling.

1. Afbreken motiliteitspatroon interdigestieve fase: inhibitie vanuit slikcentrum naar maag (n. vagus).

2. Slikcentrum initieert ook receptieve relaxatie (n. vagus)

3. Adaptieve relaxatie: vagovagale reflex

4. Regulatie tijdens maagvulling vrijwel geheel neuraal, ook stimulatie maagsapsecretie in eerste instantie onder controle van nerveuze regulatie

29

Geef 4 voorbeelden van regulatie van maaglediging

1. Aanpassing maagmotiliteit aan de intragastrische vertering grotendeels via intramurale plexus.

2. Rekking proximaal stimuleert peristaltische activiteit distaat (vnl n. vagus) = antrale reflex

3. Fundus reflex: te grote aanvoer naar distaal, rekreceptoren, n. splanchnicus, verlaging tonus proximaal

4. Daling pH in duodenum: tonus verlaging proximaal, peristaltiek distaal verlaagd en maagsapsecretie afname (via n. splanchnicus)

30

Wat is braken, waarom braken we en hoe wordt het gereguleerd?

Dit is een defensieve reflex bij misselijkheid. Het voorkomt maagovervulling en het zorgt voor uitstoting van toxines en noxen. De regulatie vindt plaats via het braakcentrum. Braken is sterk ervaringsleren. Misscelijkheid is een krachtigere aversieve stimulus dan pijn.

31

Welke fases onderscheiden we bij braken?

1. Inleidende fase
2. Kokhalsfase
3. Uitstuwingsfase

32

Beschrijf de inleidende fase van het braken.

Misselijk, zweten, onrustig. Dan gebeurt er al iets met de motiliteit van je dunne darm en van je maag. Hiernaast zie je de drukverdeling in bepaalde delen van het digestiestelsel: fundus, andrum, pylorus en dunne darm. In de inleidende fase ontstaat er een retrograde peristaltische golf. Deze begint halverwege de dunne darm. De dunne darm moet leeg. Dit kan twee kanten op afgevoerd worden. Halverwege de dunne darm gaat er een golf in de richting van de maag. Aan de andere kant gaat er een golf richting de dikke darm. Dan is de dunne darm schoon. Nu zit alle rotzooi alleen in je maag.

33

Beschrijf de kokhalsfase van het braken

Hierbij komt de maaginhoud in de thoracale oesophagus terecht. Er zijn contracties in de thorax en in het abdomen. Door de contracties ontstaan er drukveranderingen. In je thorax ontstaat een negatieve druk doordat je tijdens de kokhalsfase aan het inademen bent met een gesloten glottis. Je ademt in, maar je ademt geen lucht in. Als je een ruimte groter maakt zonder er iets in te doen, gaat de druk omlaag. Bij het abdomen gebeurt het precies andersom. Je contraheert je spieren en je middenrif. De ruimte wordt kleiner in het abdomen dus de druk gaat omhoog. Er ontstaat een stuwende kracht van 30 kilo pascal. UES en LES zijn ontspannen. De longitudinale spieren van de slokdarm zijn maximaal gecontraheerd. De cardia wordt daardoor steeds een stukje de thorax ingetrokken. De inhoud van de maag wordt daardoor ook omhoog getrokken. Bij elke drukgolf gebeurd dat. Er ontstaat menging in de maag van de inhoud van de dunne darm en de maag. De viscositeit neemt af.

34

Beschrijf de uitstuwingsfase van het braken

Je ademt nog één keer in met een gesloten glottis. Vervolgens laat je dat volgen door uitademen met gesloten glottis. De ruimte in de thorax wordt kleiner dus de druk gaat omhoog (de onderdruk wordt gevolgd door een overdruk). De druk in het abdomen is ook hoog. Er ontstaat een gigantische stuwing naar buiten: er vindt expulsie plaats. Je gaat je lichaamshouding aanpassen (nek strekken, mond open). Er vindt gelijktijdig een toename van de speekselsecretie plaats. Dit wil je omdat je dan gelijk weer met bicarbonaat het zuur kan bufferen. De toegang tot de nasopharynx is gesloten.