Intelligentie I (Theorien & Tests) Flashcards Preview

Persoonlijkheidsleer en -onderzoek > Intelligentie I (Theorien & Tests) > Flashcards

Flashcards in Intelligentie I (Theorien & Tests) Deck (25):
1

2 categorien intelectuele vaardigheden

(1) kortstondig: kortstondig moment van begrip en kennisvaardigheid

(2) langdurig: voortdurende staat van begrip en kennisvaardigheid

van (2): spefifiek: op een gebied d.m.v. oefening

algemeen: intelligentie

2

wat is differentiele psychologie?

psychologie over de verschillen tussen mensen

 

onderzoek naar intelligentie zijn deel van differentiele psychologie

3

2 soorten theorien over hoe intelligentie zich opbouwt

 

(1) impliciete theorien: basis van intuitie door leken

(2) expliciete theorien: empirisch getest door onderzoekers

4

4 dingen waarop intelligentie invloed heeft

1. fysieke gezondheid en levensverwachting

2.geestelijke gezondheid

3. academische prestaties

4. beroepsmatig succes (intelligentie beter voorspeller dan academische prestaties of SES)

5

hoe staat intelligentie in verband met persoonlijkheid?

intelligentie is GEEN onderdeel van persoonlijkheid

(persoonlijkheid zijn niet-intelectuele verschillen)

maar

persoonlijkheid en intelligentie beinvloeden elkaar

(op de domeinen neuroticisme, verdraagzaamheid en openheid voor ervaringen)

6

hoe staat intelligentie in verband met cultuur?

 

hoe zijn ras en intelligentie gecorreleerd?

(1) per cultuur verschilt de opvatting van intelligentie

(2) rassen zijn sociale constructen, geen biologische of genetische evidentie -> ras en intelligentie zijn die gecorreleerd

 

7

Impliciete theorien over intelligentie

wat zijn de 3 kenmerken van intelligentie die van "alledaagse westerse mensen" genoemd worden?

wat is in het algemeen de verschil in impliciete theorien tussen westerse en afrikaanse landen?

kenmerken:

(1) praktische problemen oplossen 

(2) verbale vaardigheid

(3) sociale intelligentie

impliciete theorien:

westerse landen: boven genoemd

afrikaanse landen: nadruk op sociale vaardigheden en bijdragen aan de commune

8

op welk set van theorieen zijn meeste intelligentietesten opgebouwd?

Psychometrisch: psychologische functies en processen

9

 2 Theorien met intelligentie als één facet

 

(1) Galton: intelligentie bepaalde door sensorische capaciteit

(2) Spearman: algemene factor "g" bepaald intelligentie: mentale energie voor alle taken

gevonden door een factoranalyse: alle subtesten correleren positief met elkaar -> een factor impact op alle domeinen

"g" verklaart 70% van de variantie van intelligentie 

 

10

3 theorien met intelligentie als meerdere facetten 

(multifactor theories)

(1) Thurstone: intelligentie = 6 primaire mentale vaardigheden

(2) Catell: g bestaat uit 2 factoren:

-crystallized intelligence = feitelijke kennis

-fluid intelligence = vaardigheid relaties te herkennen tussen ideen en objecten

(3)Guilford: intelligentie = 120 elementaire vaardigheden georganiseerd in 3 dimensies: operations, content, product

11

Cattell: hoe veranderen crystallized en fluid intelligence met leeftijd?

crystallized neemt toe

fluid neemt af

12

Guilford: betekenis van de 3 dimensies

operations

content

product

 

operations - het type van informatieverwerking (evaluatie, geheugen, cognition etc)

content - het soort informatiemateriaal (visueel, semantisch, gedrag)

product - hoe de informatie opgeslagen of verwerkt wordt classes, relations, transformation etc)

13

2 hierarchische theorieen van intelligentie

(1) Vernon: spearman's "g" + 2 niveaus: major en minor groep factors

(2) three-stratum model: ontstaan uit grote meta-analyse

14

uitleg: three stratum model

3 strata:

stratum 3: factor "g"

stratum 2: 8-10 algemene vaardigheden (crystallized, fluid, geheugen etc)

stratum 3: ongeveer 70 specifieke vaardigheden

 

veel bijgewerkt en geperfectioneerd -> erg betrouwbaar

15

Breder perspectief: 3 theorien over intelligentie

(1) Gardner: multiple intelligences - meerdere intelligenties die onafhankelijk van elkaar zijn (weinig empirische onderbouwing)

(2) Sternberg: triarchich theory of intelligence

intelligentie opgedeeld in 3 categorien: 

 - analytische intelligentie

- creatieve intelligentie

- praktische intelligentie 

(3) Goleman: emotionele intelligentie belangrijk onderdeel van intelligentie: de vaardigheid je eigen emoties en die van anderen goed te ontvangen, interpreteren en modificeren

16

Wat is een bijzonder aspect aan de "triarchich theory of intelligence" van Sternberg?

Houdt rekening met de mate waarin iemand zich kan aanpassen aan de omgeving

17

2 kritische aspecten bij intelligentie testen

(1) wat moet je precies meten? welke theorie gebruik je?

(2) is het mogelijk een cultuurvrije test te maken?

18

verschil Army Alpha en Army Beta test?

alpha: engelstalige test, verbale vaardigheden

beta: niet in verband met taal

19

uitle: Stanford-Binet-test (5 factoren)

 

 

hoe wordt met het prestatieniveau van de idividu rekening gehouden tijdens de testafname?

5 factoren:

-fluid redenatie

-kwantitatieve redenatie

-visueel spatiele verwerking

-kennis

-werkgeheugen 

alle afgenomen op non-verbale EN verbale niveau 

adaptive testing: informatie over individu gebruiken om geschikte niveau van moeilijkheid toe te passen 

 

 

 

20

Wilhem Stern: hoe wordt IQ berekent?

voor wie was de IQ geschickt? 

IQ = mentale leeftijd/chronische leeftijd x100

 

alleen geschickt voor kinderen! volwassenen ontwikkelen langzamer -> formule niet toepasbar

21

uitleg: Wechsler-test

 

van welk IQ wordt gebruik gemaakt bij deze test?

4 subschalen:

(1) verbaal begrip

(2) perceptuele redenatie

(3) werkgeheugen

(4) verwerkingssnelheid

er wordt gebruik gemaakt van de "deviation IQ" -> score relatief ten opzichte van een normgroep

IQ = totale testscore/verwachte score voor leeftijd x 100

22

uitleg: cognitive ability resource (ICAR)

open source: makkelijk te gebruiken maar geen empirisch bewijs

gebruikt dezelfde subschalen als de Wechsler test

geschikter op groepsniveau dan op individuele niveau

23

uitleg: ravens progressive matrices

meet factor "g" op een cultuuronafhankelijke manier 

 

opbouw: 5 sets van 12 matrix-items

24

uitleg: sternberg triarch abilities test (STAT)

gebaseerd op "triarch model of sternberg" (surprise =D)

opbouw: 3 intelligentievormen afgenomen op 4 manieren

(1) verbaal

(2) kwantitatief

(3) figuurlijk

(4) schrijftelijk

25

uitleg: Cognitive Assessment System (CAS)

gebaseerd op PASS-model (?)

4 competencies, geassocieerd met 4 breingebieden

(1) frontale kwab - planning, doelen, feedback

(2) thalamus, breinstam - attentie-arousal, verleidingen weerstaan

(3) occipitale en parietale kwab - simultaan processing, dingen integreren

(4) fronto-temporale gebieden - succesief processing, dingen serieel doen