jk deel 2 Flashcards Preview

Organisatiestrategie > jk deel 2 > Flashcards

Flashcards in jk deel 2 Deck (41):
1

accountability

de marketingfunctie geeft verantwoording voor zijn uitgaven

2

customer lifetime value

de netto constante waarde van de cashflow die voortkomt uit toekomstige transacties van de klant

3

het customer-equity model

Volgende drivers hebben invloed op het mogelijke switchgedrag van afnemers:
1) brand equity = de subjectieve waarde-elementen bovenop de objectieve waarde-elementen
2) Value equity = de door de afnemer vastgestelde objectieve waarde-elementen
3) Relationship equity = De subjectieve waarde-elementen die voortkomen uit de relatie met de onderneming

4

Voorwaarden van goede strategische opties

1) compatibel met de strategische issues
2) dragen bij tot doelen
3) in lijn met de strategische uitgangspunten
4) acceptabel voor stakeholders
5) duurzame grondslag voor waardecreatie en positionering

5

SMART doelstellingen

specifiek, meetbaar, ambitieus, realistisch, tijdsgebonden

6

Generieke strategieën volgens Porter

Bepalen van de strategische waarde obv de competitieve schaal en de competitieve voordelen:
- cost leadership
- differentiation
- focus strategy

7

Waardestrategieën van Treacy en Wiersema

Er zijn 3 grote strategieën waarin een bedrijf kan uitblinken. Elk bedrijf moet een minimum leveren, maar om echt succesvol te zijn moet men uitblinken in 1 van de 3:
- Product leadership
- customer intimacy
- operational excellence

8

Ansoff model

Binnen de groeistrategieën heeft een bedrijf 4 opties, gebaseerd op de markt en het product:
- Marktpenetratie
- Marktontwikkeling
- Productontwikkeling
- Diversificatie

9

Consolidatie

een ontwikkelrichting waarbij men niets doet en blijft waar men is

10

Turn-around

Ontwikkelrichting waarbij men het bedrijf helemaal omvormt en alles anders doet

11

Uitmelken

Ontwikkelrichting voor een productcategorie die aan het uitsterven is, waarbij men langzaam de productie afbouwt.

12

Terugtocht

Ontwikkelrichting waarbij men zich terugtrekt uit de business.

13

Strategische issues

Die aandachtspunten waarbij externe ontwikkelingen en interne middelen elkaar versterken of juist afzwakken.

14

Confrontatiematrix

De kansen en bedreigingen uit de omgeving worden in een matrix gerelateerd aan de sterktes en de zwaktes uit de interne analyse om zo de strategische issues te definiëren (positieve + of negatieve -)

15

Mixed flexibility

Tegenwoordig is het mogelijk om beide strategische opties na te streven zonder 'stuck in the middle' te geraken. Hiermee kan zowel op specifieke behoeften worden ingespeeld, als een strategie van lage prijzen worden gebruikt.

16

Blue ocean strategy

Concurreren op andere dimensies dan die waarop overige aanbieders in de markt concurreren.

17

Keuzecriteria voor strategie

Geschiktheid, haalbaarheid, acceptatie

18

scorekaart of scorematrix

Strategische alternatieven tov een set relevante beoordelingscriteria

19

Het businessmodel

Laat zien hoe de organisatie middelen inzet om klanten een bepaalde ervaring te bieden over de gehele customer journey

20

Brand promise

in een positioneringsstatement worden de keuzes die worden gemaakt met het ook op de positionering in detail besproken

21

core benefit

De waarde die afnemers toekennen aan het aanbod.

22

De 5 C's

De waardeperceptie van de klanten die volgen uit de marketinginspanningen vh bedrijf:
- core benefit
- cost
- conveniece
- communication
- compliance

23

Marketingmix: product

Heeft betrekking op de wijze waarop in de behoefte van de afnemers wordt voorzien.

24

Marketingmix: prijs

De kosten die de afnemer moet maken om het product te kunnen verkrijgen in relatie tot wat men ervoor terugkrijgt.

25

Marketingmix: promotie

De instrumenten die de marketeer heeft om met de afnemer te communiceren.

26

Marketingmix: plaats

Alle instrumenten die de organisatie ter beschikking staan om het aanbod aan de klant te leveren.

27

Kostengebaseerde prijsstelling

Winstpercentages worden toegevoegd om de gewenste winst te behalen.

28

Concurrentiegebaseerde prijsstelling

Prijzen van de concurrentie zijn het referentiepunt voor prijsbepaling

29

Waardegebaseerde prijsstelling

De waardeperceptie van de afnemer en diens vraag wordt als uitgangspunt genomen voor de prijszetting.

30

Marketingmix: proces

De procedures die worden gebruikt om diensten aan klanten te leveren en de interactieprocessen tussen klant en aanbieder.

31

Marketingmix: physical evidence

De tastbaarheden die onderdeel zijn van de waardebeleving.

32

Marketingmix: people

De verleners van de diensten, waar onderscheid wordt gemaakt tussen frontoffice en backoffice

33

Customer delight

De klant niet alleen tevreden stellen, maar hem ook verrassen en verrukken.

34

Marketingplan

De marketinginstrumenten worden op een onderling samenhangende wijze ingevuld met de volgende aspecten per instrument: doelstelling, strategie, uitwerking, beheersing

35

4 kernelementen van het implementatieproces

1) Middelen
2) Organisatie
3) Activiteitenplan en budget
4) Evaluatie en bijsturing

36

Balanced scoreboard

Een instrument waarmee op verschillende plaatsen de voortgang op verschillende plaatsen kan worden bepaald en geëvalueerd (dit op 4 gebieden: financiering, klanten, interne organisatieprocessen en organisatorisch leren)

37

Return on marketing investment

Geeft de financiële waarde van een marketinginvestering weer tov de kosten van die investering

38

Incrementele MROI

geeft inzicht in de financiële effecten van een bepaalde marketinginvestering

39

Het adoptiepotentieel van een nieuw product in afhankelijk van

relatief voordeel, complexiteit, observeerbaarheid, compatibiliteit, probeerbaarheid

40

Cause related marketing

Een bedrijf dat aan CSR doet binnen het strategisch plan, waarbij een ngo zijn acties labelt met het logo van het bedrijf in ruil voor resources.

41

Donut economics

Er moet een basis economie zijn om economische welvaart voor iedereen te garanderen, maar expansie moet rekening houden met de grenzen van het milieu.