L14 : Inbeslagneming en teruggave; enkele dwangmiddelen ter inbeslagname Flashcards Preview

Formeel Strafrecht > L14 : Inbeslagneming en teruggave; enkele dwangmiddelen ter inbeslagname > Flashcards

Flashcards in L14 : Inbeslagneming en teruggave; enkele dwangmiddelen ter inbeslagname Deck (29):
1

Wat is 'onder zich nemen'?

Dit is het opheffen van de beschikkingsmacht van de beslagene. Het voorwerp komt onder de macht van de ambtenaar. Dit kan door het betreffende voorwerp mee te nemen, maar ook door het te waarmerken of te verzegelen. Ook kan een voorwerp ter plaatse worden achtergelaten, onder toezicht van de gene onder wie beslag werd gelegd. De enkele mededeling dat beslag wordt gelegd is onvoldoende. Uitreiking van een kennisgeving van inbeslagneming is echter geen voorwaarde. 

2

Wat is 'onder zich gaan houden"?

Hiervan is bijvoorbeeld sprake wanneer een politie-ambtenaar een door hem gevonden bankbiljet voor de eigenaar vasthoudt, terwijl later blijkt dat het biljet afkomstig is van een overval. De ambtenaar houdt het onder zich. 

3

Is voor inbeslagneming vereist dat het voorwerp waarschijnlijk dienstig is ten behoeve van een of meer van de in artikelen 94 & 94a Sv genoemde doelen?

Voor inbeslagneming is niet vereist dat het voorwerp waarschijnlijk dienstig is t.b.v. één of meervan de in 94 Sv (waarheidsvinding) of 94a Sv (voordeelsontneming) genoemde doelen. Voldoende is dat op het moment van inbeslagneming bij de beslagleggende ambtenaar het redelijke vermoeden bestaat dat het voorwerp daartoe kan dienen. 

--> gevolg van de eis van proportionaliteit en subsidiariteit

4

Bestaat er een verplichting tot inbeslagneming?

Er bestaat een verplichting tot inbeslagneming. De opsporingsambtenaar is op grond van artikel 126ff Sv verplicht van de hem verleende inbeslagnemingsbevoegdheden gebruik te maken. Alleen in uitzonderlijke gevallen mag daarvan tijdelijk worden afgezien

5

Hoe is de algemene inbeslagnemingsbevoegdheid omschreven die aan een opsoringsambtenaar, in afwijking van Sv, in bepaalde bijzondere wetten is teogekend?

Bevoegdheden van opsporingsambtenaren en particulieren ter inbeslagneming
In verschillende bijzondere wetten is een algemene inbeslagnemingsbevoegdheid voor opsporings- ambtenaren geformuleerd (zie 9 lid 3 Opw en 52 lid 1 WWM). Formulering is vergelijkbaar met die van 104 Sv voor de R-C. naast de bevoegdheid tot toegang is tevens een bevoegdheid tot het vorderen van uitlevering gekoppeld.
Art. 96 Sv voorziet in een algemene inbeslagnemingsbevoegdheid voor opsporingsambtenaren mits sprake is van heterdaad of misdrijf ex 67 lid 1 Sv. Daaraan gekoppeld is een algemene betredingsbevoegdheid en een bevriezingsbevoegdheid ter plaatse.
Let op: als het een woning betreft dan gelden de eisen zoals beschreven in Algemene wet op het binnentreden.

6

Invoegen opgave 14.1 p 232

7

Stel bij een doorzoeking worden andere voor inbeslagneming vatbare voorwerpen aangetroffen die niets met het feit hebben te maken waarvoor zij werden verricht. Kunnen deze dan in beslag worden genomen?

zie Geweerarrest

- indien doorzoeking wordt verricgt door (hulp) OvJ of een opsporingsambtenaar (OGV Wet wapens & munitie) kan hij bestaande bevoegdheden tot inbeslagneming uitoefenen

- minder duidelijk situatie van de RC:

-- hij heeft algemene inbeslagnemingsbevoegdheid ex art 104 Sv

-- art 104 Sv lijkt er van uit te gaan dat de bevoegdheid alleen kan worden uitgeoefend als het gaat om een zaak waarin de RC zelf onderzoek doet. en daarvan is niet noodzakelijkerwijs sprake ten aanzien van toevallige vindsten

8

Welke arresten hebben effect op et bevel tot uitlevering?

Op grond van een bijzondere wet kan aan de verdachte een bevel tot uitlevering worden gegeven. Recente 45 jurisprudentie van het EHRM heeft echter op dit punt consequenties tot gevolg gehad (zie arresten Funke, Saunders, JB vs Zwitserland en het Jalloh-arrest). 

9

Wie mag een bevel tot uitlevering geven en wat zijn de voorwaarden?

- Elke opsporingsambtenaar mag een bevel tot uitlevering van voor inbeslagname vatbare voorwerpen geven. De wetgever meende met deze regel dat daarmee een rem kon worden gezet op het aantal doorzoekingen.

- Voorwaarde is dat het gaat om een misdrijf ex 67 lid 1 Sv (96a Sv).  --> de alternatieve voorwaarde van ontdekking op heterdaad is hier niet opgenomen

10

Aan wie mage het bevel tot uitlevering gegeven worden?

Het bevel mag gegeven worden aan iedere houder (diegene die het feitelijk in zijn macht heeft aan het bevel tot uitlevering te voldoen), behalve aan de verdachte (tenzij het gaat de WWM of opiumwet betreft). De verdachte mag er uiteraard wel om verzocht worden. 

11

Wie hoeft niet aan het bevel te voldoen?

Een verschoningsgerechtigde

12

Wat als er niet aan het bevel tot uitlevering wordt voldaan?

strafbaar ex art 184 of 193 Sr

Houder = degene die het in zijn feitelijke macht heeft

13

Hoe kan een bevel tot uitlevering worden gegeven?

- mondeling --> pv opmaken

- schriftelijk --> niet betekenen

14

Wat houdt de verwijzing naar art 218 Sv in bij inbeslagneming van post?

In geval van poststukken bij een postbedrijf mag het bevel tot uitlevering slechts door de OvJ (100 Sv) of de R-C (114 Sv) worden gegeven. In 100 lid 2 Sv worden 217-219 Sv (m.b.t. verschoningsgerechtigden) van overeenkomstige toepassing verklaard.

Men neemt aan dat 218 Sv in dit kader betrekking heeft op uitzonderlijke gevallen waarin geen sprake is van algemeen vervoer of telegraafverkeer, maar van bijzondere instellingen of diensten, zoals die t.b.v. ziekenhuizen of in zeer vertrouwelijke sfeer wakende overheidsdiensten in welk geval inlcihtingen aan de (hulp)OvJ zou kunnen worden geweigerd ogv een bijzondere aan ee bepaald ambt of beroep verbonden geheimhoudingsplicht

15

Wat zijn de voorwaarden bij inbeslagneming bij geheimhouders?

Twee voorwaarden verschoningsgerechtigde:


-  Hij moet een geheimhoudingsplicht hebben


- De getuige moet kunnen worden gerekend tot de personen van wie het de taak is aan anderen hulp te verlenen, maar deze taak pas naar behoren kan vervullen als hij zich tegenover de strafrechter kan verschonen t.a.v. geheimen die hem zijn toevertrouwd.

bv advocaat, arts, geestelijke, reclasseringsambtenaar

16

Zijn er naast hulpverleners nog anderen aan wie het verschoningsrecht toekomt?

Het verschoningsrecht komt ook toe aan personeel en collega’s met wie zij mochten hebben overlegd. 

17

Wanneer kan een geheimhouder toestemming geven tot inbeslagneming?

Een geheimhouder kan toestemming geven tot inbeslagneming in gevallen waarin het geven van informatie in het belang van de cliënt kan zijn. 

18

Zijn er andere omstandigheden denkbaar waarbij de geheimhoudingsplicht moet wijken?

Daarnaast kunnen zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen waardoor het maatschappelijk belang zwaarder dient te wegen, zodat de plicht tot geheimhouding moet wijken. Daarvoor is geen algemene richtlijn te geven. 

19

Wat zijn de door de HR geformuleerde voorwaarden bij ' uitzonderlijke omstandigheden' op grond waarvan het verbod tot inbeslagneming moet wijken voor de waarheidsvinding?

 -  De vraag of het gaat om een bestaande verdenking van de verschoningsgerechtigde (alleen deze factor is onvoldoende om het verschoningsrecht te doorbreken, en dient tezamen met de andere factoren te worden beschouwd).


 -  De aard en omvang van de gegevens, die met doorbreking van het verschoningsrecht in de strafprocedure zouden worden ingebracht.

 -  De aard en zwaarte van de delicten.


-  De vraag in hoeverre de relevante gegevens op andere wijze kunnen worden verkregen. 

20

Wat is rechtens indien de verschoningsgerechtigde zelf verdachte is?

- deze omstandigheid is op zichzelf niet voldoende om het verschoningsrecht te doorbreken (HR 2008) 

Maar kan in samenhang met andere factoren(zie eerdere kaartje)  wel leiden tot doorbreking van het verschoningsrecht (HR 2007)

21

Wat is het doel van de regeling teruggave en bewaring inbeslaggenomen voorwerpen?

De regeling van teruggave en bewaring van in beslag genomen voorwerpen is te vinden in artt. 116 t/m 119a, 134 en 353 Sv. Met deze regeling heeft de wetgever beoogd dat:


- De bewaring zo kort mogelijk moet duren.
- Teruggave van voorwerpen aan de niet-rechthebbende crimineel (bijv. de dief) moet worden voorkomen
- de rechthebbende moet zo veel en zo snel mogelijk (weer) over zijn voorwerpen kunnen beschikken 

22

Wat is de hoofdregel bij teruggave?

Het voorwerp moet worden teruggegeven aan de beslagene zodra het belang van strafvordering zich er niet meer tegen verzet. Toepassing van deze regel zou er voor kunnen zorgen dat de aken aan de crimineel worden teruggegeven

23

Er zijn uitzonderingen op de hoofdregel voor teruggave. Welke?

- Schriftelijke afstand door beslagene en teruggave aan rechthebbende derde of bewaring (116 lid 2 Sv)


-  Beslagene doet geen afstand maar doet geen beklag of dat beklag wordt niet toegekend. Het OM doet teruggave aan rechthebbende derde of bewaring (116 lid 3 Sv)

.
- Bewaring door rechthebbende derde (116 lid 4 Sv).


-  Teruggave aan rechthebbende derde (116 lid 5 Sv). 

24

Wat zijn de overige regels mbt teruggave?

- art 94a Sv: bepaling maakt het mogelijk in bepaalde gevallen tbv een vermogenssanctie conservatoir beslag te leggen op vermogensbestanddelen. (zekerheidsstelling)

-  Artikel 117 Sv betreft de vervreemding, vernietiging, prijsgave of tot een ander doel dan het
strafvorderlijk onderzoek bestemmen van het in beslag genomen voorwerp.


 -  Art. 118 Sv geeft regels over de bewaarder en (de termijn) van de bewaring.


 -  Art. 118a Sv houdt verband met de conservatoire inbeslagneming ex 94a.

- Art 119 Sv: regels over last tot teruggave en compensatie in het geval niet meer aan de last kan worden voldaan

- art 119a Sv: verwijst naar Besluit inbeslag genomen voorwerpen

 


-

25

Op welke wijzen kan het beslag worden beeindigd?

ex art 353 moet de zittingsrechter bepalen wat het ex art 94 Sv inbeslaggenomen voorwerp waarvan geen last tot teruggave is gegeven dient te geschieden.

Wel kan hij ingevolge art 353, lid 2 Sv bevelen dat het voorwerp zal worden bewaard tbv de (nog niet bekende) rechthebbende

26

Wat moet precies onder het onder zich gaan houden van voorwerpen worden verstaan?

dat ziet op het geval dat pas tot inbeslagneming wordt overgegaan nadat men het voorwerp al onder zich heeft gekregen

27

Kan een doorzoeking alleen in woningen en niet openbare plaatsen worden verricht?

Nee

Doorzoeking ziet op de (intensieve) wijze van zoeken, niet op de plaats waar wordt gezocht

28

Is een registeraccountant verschoningsgerechtigde in de zin van art 218 Sv

Nee (HR)

29

Een notaris neemt van een cleint een pakket in bewaring dat na enkele dagen door deze zal worden opgehaald. Later blijkt dat de client bij een bankoverval betrokken is geweest, waarbij een groot bedrag aan geld is buitgemaakt, dat echter nog niet door politie en justitie is achterhaald.

Uit van derden verkregen informatie rijst het redelijk vermoeden dat een deel van de buit zich in het pakket bevindt. Er loopt een GVO. 
Wat kan er nu geneuren?

De Rc kan zowel aan de notaris en bevel tot uitlevering geven als tot doorzoeking en inbeslagneming overgaan

--> er is hier geen sprake van toevertrouwen binnen de relatie client-notaris als zodanig

-- art 96a, lid 3 jo art 105 lid 3 Sv verzet zich niet tegen een bevel nu niet kan worden gezegd dat uitlevering in strijd zou zijn metde plicht tot geheimhouding

-- art 98 Sv verzet zich bovendien niet tegen inbeslagneming wanneer het pakket niet valt onder brieven of andere geschriften