L15 : Betreden van plaatsen, schouw, rondkijken en doorzoeken Flashcards Preview

Formeel Strafrecht > L15 : Betreden van plaatsen, schouw, rondkijken en doorzoeken > Flashcards

Flashcards in L15 : Betreden van plaatsen, schouw, rondkijken en doorzoeken Deck (52):
1

Welke bevoegdheden kunnen tot het betreden van plaatsen worden uitgeoefend?

- opsporingsbeveogdheden

- toezichtoudende beveoegdheden

2

Voor welke categorie plaatsen kunnen de bevoegdheden zijn gegeven?

- beperkte categorie plaatsen

- algemeen voor plaatsen waar betredeing voor de vervulling van de toezichthoudende taak naar het oordeel van de ambtenaar noodzakelijk is

3

Stel dat een ambtenaar van de FIOD-ECD in een bedrijf de naleving van een bijzondere wet controleert na uitoefening van die bevoegdheid van art 20 WED. Hij stuit daarbij op een antieke klok die, naar hij heeft gehoord, de vorige week is gestolen bij een grote antiekroof. Mag hij de klok in beslag nemen? Staat er iets in de weg bij het gebruik voor het bewijs van een verklaring die hij ter terechtzitting als getuige aflegt (vgl art 342 Sv) over het feit dat hij de klok daar heeft gezien?

Als de ECD ambtenaar bevoegd is tot opsporing van strafbare feiten van het WvSr ( en dat is het geval, want ingevolge de Wet op de bijzondere opsporingsdiensten, geldt o.a. voor FIOD_ECD dat zij beschikken over algemene opsporingsbevoegdheid en als er voldaan is aan de alternatieve eisen die art 96 Sv stelt tav de inbeslagneming, dan mag de ambtenaar de klok in beslag nemen.

Er staat niets in de weg aan het gebruik van een ter zitting afgelegde getuigenverklaring (Het verschil in opsporingsbeveogdheid zou wel van betekenis kunnen zijn bij de vraag op welke voet een door hen vervaardigd bescheid voor bewijs kan worden gebezigd, nl via art 344 lid 1, onder 2 of via 5 Sv)

4

Waar moet ihkv strafvordering onderscheid in worden gemaakt?

In het kader van de strafvordering moet onderscheid worden gemaakt tussen algemene betredingsbevoegdheden en specifieke betredingsbevoegdheden, welke afzonderlijk en uitdrukkelijk zijn geformuleerd

5

Waarvoor zijn algemene betredingsbevoegdheden?

-  Algemene betredingsbevoegdheden: Het doel van betreding is algemeen, nl. opsporing. Zie bijv. 9 lid 1 onder b Opiumwet: opsporingsambtenaren hebben altijd toegang tot de plaatsen waar een overtreding van de Opiumwet wordt gepleegd of waar dit redelijkerwijs wordt vermoed. 

6

Omschrijf specifieke betredingsbevoegdheden?

 Specifieke betredingsbevoegdheden:

het doel van de betreding is specifiek, bijv. 96 Sv: inbeslagneming; voorwaarde is heterdaad of misdaad ex 67 lid 1 Sv.

Andere specifieke bevoegdheden tot plaatsbetreding zijn die tot aanhouding en tot schouw (150 en 192 Sv) en het verhoor van een verdachte, getuige of deskundige (202, 212 en 234 Sv). Soms kan worden betreden om vervolgens te doorzoeken ter inbeslagneming (97 e.v. en 110 Sv).

Specifieke betredingsbevoegdheden kunnen zowel afzonderlijk en uitdrukkelijk zijn geformuleerd, als besloten liggen in andere, verder strekkende bevoegdheden. 

7

Wat zijn de regels mbt voertuigen?

Opsporingsambtenaren beschikken onder voorwaarden (heterdaad of misdaad ex 67 lid 1 Sv) ook de bevoegdheid tot het doorzoeken van vervoermiddelen verleend (96b Sv). Dit betreft een drietal bevoegdheden:


• het zich toegang verschaffen


• vordering tot stilstand brengen


• vervoermiddel naar het politiebureau (laten) brengen
Het woongedeelte van een vervoermiddel is van deze doorzoekbevoegdheden uitgezonderd.

Ook de diverse bijzondere wetten bevatten bevoegdheden tot doorzoeken van voertuigen. 

8

Wat is een schouw en wanneer kan die plaatsvinden?

Waneer de behefte bestaat aan het bekijken van de situatie op de plaats waar het strafbare feit zich zou hebben afgespeeld of op een andere plaats die van belang is, dan wel om een voorwerp te bekijken

De schouw kan op verschillende momenten plaatsvinden.
Zo wordt de schouw voor het onderzoek ter terechtzitting geregeld in 318 Sv.  VoorhetGVOin192en193Sv
Voor het opsporingsonderzoek in 150 en 151 Sv. 

9

Kunnen op de plaats van de schouw ook voorwerpen in beslag worden genomen?

Vanwege de algemene inbeslagnemingsbevoegdheid (96 Sv, opsporingsambtenaar en 104 Sv, R-C binnen het GVO) mogen o.g.v. het leerstuk van de voortgezette bevoegdheid voor inbeslagneming vatbare voorwerpen in beslag worden genomen. 

10

Stel bij gelegenheid van een schouw in de woning van de verdachte door de hulp OvJ ivm een door verdachte aldaar vermoedelijke gepleegde verkrachting, wordt voor de hand aangetroffen een van diefstal afkomstige tv. Mag de hulpOvJ deze in beslag nemen?

De hulpOvJ is ogv art 96 Sv bevoegd tot inbeslagneming an de tv, als de tv op heterdaad is ontdekt (hier onwaarschijnlijk), dan wel de tv betrekking heeft op een verdenking van een misdrijf als omschreven in art 67 lid 1 Sv. Dat laatste is hier het geval (diefstal)

11

Kent de rechtbank een inbeslagnemingsbevoegdheid?

De rechtbank kent geen algemene inbeslagnemingsbevoegdheid

12

Hoe is het binnentreden van woningen geregeld?

Het binnentreden van woningen (en andere privacy-gevoelige plaatsen)
De Algemene wet op het binnentreden (Awbi, 1994) omvat bepalingen met algemene voorwaarden voor het binnentreden van een woning met en zonder toestemming van de bewoner (legitimatie, mededeling van het doel van het binnentreden en schriftelijk verslag), een en ander op grond van art. 12 Gw (het huisrechtartikel).
Uitzonderingen hierop zijn slechts toegelaten als ze bij formele wet (i.c. Awbi) worden gesteld.

vbb: achterwege blijven verslag ihkv de nationale veiligheid

13

Kan binnentreden alleen plaatsvinden ivm de opsporing van strafbare feiten?

Zowel opsporing van strafbare feiten als het verrichten van toezichthoudende controletaken kunnen het binnentreden rechtvaardigen.

14

Hoe is de procedure voor binnentreden?

Steeds dient eerst te worden nagegaan of een bepaalde bevoegdheid tot het binnentreden is verleend ( vaak in WvSv geregeld, bijv. 96 Sv). Vervolgens moet bekeken worden welke additionele voorwaarden de Awbi verbindt aan het binnentreden (bijv. machtiging). In beginsel dient vooraf legitimatie en doel vermeld te worden (1 Awbi). 

15

Wanneer kan er van de algemene binnentredingsprocedure worden afgeweken?

Wanneer binnentreden:

- vermoedelijk gevaar kan opleveren voor personen of goederen

- in stuaties waarin deze bevoegdheid niet kan worden nageleefd

- in situaties waarin naleving strafvorderig schaadt en waarbij het  gaat om misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten

16

Zijn bij binnentreden de eisen van proportionaliteit en subsidiariteit van belang?

Ook bij het binnentreden zijn de eisen van subsidiariteit en proportionaliteit van kracht, zie bijv. 7 Awbi betreffende binnentreden gedurende de nacht. De Awbi is van toepassing op woningen. 

17

Kan een woning zonder toestemming van de bewoner worden betreden?

Een woning kan met of zonder toestemming worden betreden.

Toestemming tot binnentreden moet voorafgaande aan het binnentreden worden gevraagd en moet blijken aan de persoon die binnentreedt.

In de overige gevallen wordt de woning zonder toestemming van de bewoner betreden.

18

De Awbi is van toepassing op het binnentreden van een woning. Blijft het daartoe beperkt?

In arrest Niemietz (EHRM 1992) is bepaald dat het recht op privacy (8 EVRM) óók kan gelden voor andere ruimten dan woningen. Dat betekent niet dat de Awbi zonder meer van toepassing is op dergelijke privacy- gevoelige plaatsen, maar wel dat de eisen van het EVRM ook op dergelijke gevallen van toepassing zijn.

 

19

Geeft de Awbi bevoegdheid tot binnentreden?

De Awbi geeft geen bevoegdheid tot binnentreden, maar slechts de regels daaromtrent. Als het betreden van woningen aan de orde is, dan moet altijd worden nagegaan welke additionele eisen de Awbi stelt

20

Welke eisen stelt de wet tav binnentreden zonder toestemming?

Voor het binnentreden zonder toestemming is een machtiging noodzakelijk (2 Awbi):
voor de gewone opsporingsambtenaar een machtiging van de OvJ of de hulp-OvJ,
voor de hulp-OvJ van de OvJ of van een andere hulp-OvJ
evt. kan de hulp-OvJ een opsporingsambtenaar machtigen en deze begeleiden (8 lid 1 Awbi) 

21

Moet de bewoner, met uitzondering van situaties waarin men zonder toestemming kan binnentreden, uitdrukkelijk om toestemming worden gevraagd?

Nee

22

Moet toestemming altijd expliciet worden gegeven?

Als de bewoner afwezig is, kan er dan sprake zijn van toestemming?

Toestemming kan ook stilzwijgend worden gegeven.
Is de bewoner afwezig, dan kan nooit sprake zijn van toestemming. 

23

Noem de uitzonderingen op de eis van legitimatie en mededeling?

Uitzonderingen op eis van legitimatie en mededeling van het doel binnentreden (1 lid 2 Awbi):


•   Veiligheid van personen of goederen (gewapend persoon)
•   Feitelijke onmogelijkheid (er is niemand thuis: dit leidt niet tot onbevoegdheid tot binnentreden)
•   Indien het naar redelijke verwachting de strafvordering schaadt t.a.v. misdrijven ex 67 lid 1 Sv (bijv. gevaar voor uitwissen van sporen, vluchtgevaar). In zo’n geval kan oponthoud bij binnentreden onwenselijk zijn. 

24

Wat is de regel als de naleving van de grondwettelijke voorschriften naar redelijke verwachting de opsporing van deze misdrijven zou schaden?

Dan gelden de verplichtingen slechts voor zover de naleving ervan onder die omstandigheden kan worden gevergd.

25

Art. 12 van de Gw verplicht niet voor een systeem van lastgeving of machtiging. Toch heeft de wetgever daarvoor gekozen.

Waarom?

Reden van de invoering van de eis tot machtiging is dat dan een autoriteit (doorgaans niet rechtstreeks bij de uitvoering van het binnentreden betrokken) kan toetsen of een inbreuk op het huisrecht in een bepaald geval gerechtvaardigd is.
Dat is tevens passend voor de nadruk die in de jurisprudentie van het internationaal recht op het huisrecht wordt gelegd. 

26

Kan een ambtenaar zichzelf machtigen?

De HR heeft het binnentreden ogv een aan zichzelf uitgeschreven machtiging geaccepteerd. HR 1984

27

Waarom is gekozen voor de term machtiging?

- De ambtenaar niet verplicht is tot binnentreden.

- De bewoner kan toestemming tot binnentreden geven

- Degene die de machtiging afgeeft in hiërarchisch opzicht niet de meerdere behoeft te zijn van degene aan wie de machtiging wordt gegeven

28

Welke betekenis heeft art 9 Awbi?

Degene die bevoegd is tot binnentreden mag dat volgens art. 9 doen met behulp van de sterke arm. Voor opsporingsambtenaren was dat al geregeld in 146 Sv. De sterke arm ‘vergezelt’ dan de opsporingsambtenaar en mag dus zelf ook binnentreden. Het toegepaste geweld mag echter niet onevenredig zijn t.o.v. het doel (arrest Braak bij binnentreden, HR 1978). 

29

Het huisrecht is een aspect van het recht op bescherming van de persoonlijke levenssfeer, dat in art 8 EVRM is neergelegd. Welke eisen worden gesteld aan het doen van afstand van een in het EVRM opgenomen recht?

Wie toestaat dat een opsporingsambtenaar de woning betreedt, doet afstand van een grondrecht (zie arrest Colozza, EHRM 1985). Aan de eisen van het EHRM lijkt echter niet voldaan te zijn indien uit de afwezigheid van bezwaar wordt afgeleid dat een bewoner afstand doet van zijn huisrecht. De toestemming moet dus expliciet blijken. 

30

Stel dat 2 opsporingsambtenaren, die een woning ter inbeslagneming willen betreden, over een machtiging beschikken om de woning van Joacob G. aand de X-straat te Groningen te betreden. Daar aangekomen bellen zij aan. In de deuropening verschijnt Jacob G. die de ambtenaren vraagt wat zij willen. Deze antwoorden dat zij voor de inbeslagneming van een bepaald van diefstal afkomstig voorwerp komen. tegelijkertijd toont een van hen Jacob G. de machtiging, waarop zij de woning betreden. Voordat Jacob G. goed en wel beseft wat er aan de hand is, zo verklaart hij later, hebben de ambtenaren gevonden wat zij zochten. Het opgemaakte pv vermeldt niet dat de opsporingsambtenaren zijn binnengetreden zonder toestemming van Jacob G. Achteraf blijkt de machtiging ongeldig te zijn. De feitenrechter oordeelt dat de ambtenaren niet zonder toestemming van de bewoner zijn binnengetreden. Is dat oordeel juist?

Nee, want de toestemming moet expliciet blijken

31

Kan een kind toestemming geven tot binnentreden?

  Een kind kan mogelijk niet (goed) beoordelen of het een ambtenaar moet binnenlaten:
opsporingsambtenaren mogen alleen op de wilsverklaring afgaan van iemand die het oordeel des onderscheids heeft. Zo niet dan geldt art. 2 Awbi) 

32

Is een kraker ook bewoner van de gekraakte woning?

En een huishoudster?

Een kraker kán bewoner zijn als hij in de woning een privé-leven leidt.

Ook een huishoudster of een logé kunnen namens de bewoner de toegang weigeren. 

33

Wat als er meer bewoners zijn van wie de een toestemming geeft tot binnentreden en de ander bezwaar maakt?

Geeft de ene bewoner toestemming tot binnentreden en weigert de andere, dan is er sprake van binnentreden tegen de wil van de bewoners. 

(Anders is de een voor de uitoefening van een grondrecht afhankelijk van de ander)

34

Wat is een woning?

Hieronder vallen ook de hotelkamer (onduidelijk is de hotelkamer voor 1 nacht) of de kamer bewoond door een huurder; het zijn afzonderlijke ‘woningen’. En hieronder vallen ook schuurtjes, winkels, werkplaatsen
(zie arrest Niemietz, EHRM 1992) – als hier zich privé-leven afspeelt. 

Niet gemeenschappelijke portieken in een flatgebouw

35

Wat betekent de term doorzoeking?

Met de term ’doorzoeking’ wordt tot uitdrukking gebracht dat de uitoefening van de bevoegdheid niet gekoppeld is aan een bepaalde plaats (een huis / woning), maar dat het hierbij gaat om een bepaalde (namelijk een intensieve) wijze van zoeken. Zo is is sprake van doorzoeken wanneer deuren en kasten worden open gebroken, behang wordt verwijderd enzovoort. 

36

Wie is de centrale autoriteit voor een doorzoekingsbeveogdheid van een auto?

Bij een vervoermiddel: de opsporingsambtenaar (zie 96b Sv). Voorwaarden hierbij zijn: heterdaad of misdaad 67 lid 1 Sv.
Met het oog op het doorzoeken van een vervoermiddel kan de opsporingsambtenaar:
- zich toegang verschaffen tot het vervoermiddel;
- het vervoermiddel tot stilstand doen brengen;
- het vervoermiddel naar het politiebureau (laten) brengen.
De ambtenaar mag niet het woongedeelte van een vervoermiddel zonder toestemming van de bewoner betreden en doorzoeken. Wel kan hij de situatie bevriezen (96 lid 2 Sv). 

37

Wie is de centrale autoriteit voor de een doorzoekingsbeveogdheid van andere plaatsen dan een woning of het kantoor van een geheimhouder?

Bij plaatsen, niet zijnde een woning of het kantoor van een geheimhouder is de OvJ de autoriteit (96c Sv). Voorwaarden hierbij zijn: heterdaad of misdaad 67 lid 1 Sv. Te denken valt aan winkels, kantoren, banken, cafés en openbare gebouwen. Onder stringente voorwaarden (zie 96c lid 2 Sv) mag de hulp-OvJ plaatsen (m.u.v. woningen en kantoren geheimhouders) doorzoeken; gezien de mogelijkheid voor de hulp-OvJ tot bevriezing van de situatie zal echter van spoedeisendheid niet gauw sprake zijn. 

38

Wie is de centrale autoriteit voor een doorzoekingsbevoegdheid van een woning of het kantoor van een geheimhouder?

BijeenwoningofhetkantoorvaneengeheimhouderisdeR-Cdeautoriteit.
Dit doorzoeken is losgekoppeld van een GVO (110 Sv). Maar in beginsel is het de R-C onder wiens leiding de woning doorzocht moet worden.
Bij uitzondering is de OvJ of hulp-OvJ bevoegd tot spoeddoorzoeking van een woning (97 Sv); vereist is een machtiging van de R-C; dat kan ook zonder vordering van een GVO. 

39

Kan een (hulp) OVJ bevoegd zijn tot een spoeddoorzoeking van een woning?

Bij uitzondering is de OvJ of hulp-OvJ bevoegd tot spoeddoorzoeking van een woning (97 Sv); vereist is een machtiging van de R-C; dat kan ook zonder vordering van een GVO

40

Wat is de consequentie van bevoegd tot betreden van een plaats, maar niet tot het doorzoeken ervan?

De opsporingsambtenaar die ex 96 Sv bevoegd is tot betreden van een plaats, mag alleen zoekend rondkijken en voor de hand liggende voorwerpen in beslag nemen, maar niet verder gaan. Dan zou het immers ‘doorzoeken’ zijn. Het openen van een niet gesloten keukenkastje is dan niet toegestaan (vgl. echter arrest Cocaïne in keukenkastje en arrest Heroïne in de linnenkast, die met deze regeling hun betekenis grotendeels hebben verloren). 

41

Wat als een ambtenaar niet maag doorzoeken en vreest dat voor inbeslagneming vatbare voorschriften worden weggemaakt?

In plaats van doorzoeken mag hij wel de plaats bevriezen (96 lid 2 Sv) en ordemaatregelen treffen (124 en 125 Sv). 

42

Wat zijn de regels omtrent spoeddoorzoeking van plaatsen (geen woning of kantoor geheimhouders) ?

Art. 96c 2e lid Sv verleent aan de hulp-OvJ de bevoegdheid om bij dringende noodzakelijkheid en indien het optreden van de OvJ niet kan worden afgewacht om plaatsen (m.u.v. woning) te doorzoeken.
Er zijn in 96c strikte voorwaarden geformuleerd. Zo moet hij in beginsel door de OvJ gemachtigd zijn. Dat kan tot 3 dagen na de doorzoeking.

Omdat een hulp-OvJ de zaak ook kan bevriezen zal niet zo snel sprake zijn van een spoedeisendheid die deze spoeddoorzoeking noodzakelijk maakt. 

43

Wat zijn de regels omtrent spoeddoorzoeking van woning ?

In art 97 Sv regelt de spoeddoorzoeking van een woning.
Voorwaarden (97 Sv):


 -  De RC verleent een machtiging (dat kan buiten het GVO om).
 -  De machtiging dient voorafgaand aan doorzoeking te zijn verleend en is in beginsel schriftelijk.
In praktijk veelal mondeling (telefonisch) met daarna PV.
 -  De machtiging is met redenen omkleed en deze dienen vermeld te zijn zodat kan worden afgeleid dat aan de in art 97 lid 1 Sv gestelde voorwaarden is voldaan, zodat hij thans degene is die de dringende noodzakelijkheid toetst

44

Heeft de hulp OvJ bij een spoed doorzoeking naast een machtiging tot doorzoeken ook een aparte machtiging tot binnentreden nodig?

Als de hulp-OvJ een machtiging tot doorzoeken heeft is een aparte machtiging tot binnenreden niet vereist (97 lid 4 Sv). 

45

Wat is de situatie bij een spoeddoorzoeking als er sprake is van een heterdaad of een verdenking van een feit waarop voorlopige hechtenis is toegestaan?

Is er sprake is van heterdaad of een verdenking van een feit waarop voorlopige hechtenis ex artikel 67a 1e lid, Sv is toegelaten en van dringende noodzakelijkheid en het optreden van de R-C niet kan worden afgewacht en ook niet het optreden van de Ovj (art. 97 3e lid) dan mag de hulp-Ovj onder omstandigheden tot spoeddoorzoeking van een woning overgaan. Hij heeft daartoe een voorafgaande machtiging van de R-C nodig, die zo veel mogelijk door tussenkomst van de OvJ gevraagd moet worden (art. 97, derde lid, Sv). 

46

Welke andere regels zijn van belang bij doorzoeking van een woning (gewoon en spoeddoorzoeking)

 -  98 : Inbeslagneming en doorzoeking bij geheimhouders
-  99: De ambtenaar dient bewoners in de gelegenheid te stellen voorwerpen vrijwillig af te geven.
 -  99a: raadsman bij doorzoeking.
-  110: geeft uitdrukkelijk aan dat R-C de leiding heeft bij doorzoeken en gaat in op wat dat inhoudt.( wijze, vorm en wanneer er contact dient te worden opgenomen) De RC dient van de getroffen maatregelen in het pv rekenschap te geven

47

Kunnen bijzondere wetten algemene betredingsbevoegdheden bevatten?

Ja,

bv art 9 lid 1 Opiumwet

48

Wanneer kunnen bij een schouw voor inbeslagneming vatbare voorwerpen in beslag worden genomen?

De schouw verschaft op zichzelf geen bevoegdheid tot inbeslagneming. Wel kan, in geval van voortgezette toepassing, tot in beslagneming worden overgegaan. dat kan uiteraard alleen indien is voldaan aan de voorwaarden die in de artikelen 95,96,96b of 97 Sv aan inbeslagneming worden gesteld.

49

Is het binnentreden door een geopende deur altijd rechtmatig?

Een openstaande deur impliceert in zichzelf geen uitnodiging aan opsporingsambtenaren om het pand te betreden. Van toestemming moet blijken en voorafgaand dient om toestemming te worden gevraagd (art 1 lid 4 Awbi). Toestemming kan dus niet zomaar worden aangenomen

50

Noem de 3 uitzonderingen die art 1 lid 2 Awbi maakt op de eis van voorafgaande legitimatie en mededeling van het doel van binnentreden?

Uitzonderingen zijn indienhet naleven van de legitimatieplicht en het vermelden van het doel vermoedelijk ernstig en onmiddelijk gevaar oplevert voor personen of goederen, feitelijk onmogelijk is of indien het vermoedelijk de strafvordering schaadt tav misdrijven waarvoor voorlopige hechtenis is toegelaten

51

Arrest Niemtz

Staat in onze wettelijke regeling, zoals die is ontworpen na het arrest Niemitz (en geldt sinds 2000), de bescherming van privé personen in hun woning en beroepsgeheimhouders op hun kantoor p één lijn voor wat betreft de mogelijkheid van het maken van inbreuken op hun grondrechten (artt 8 & 10 EVRM)?

Geef aan uit welke artikelen dat blijkt?

Dat kan inderdaad zo worden gezegd. zo is de beslissende autoriteit voor beide hetzelfde, indien het om doorzoeking en/of inbeslagneming in een woning dan wel het kantoor van een geheimhouder gaat (zie artt 96c & 97 Sv).

Uit artikel 98 Sv blijkt voorts dat inbeslagneming en doorzoeken van een kantoor of woning van een beroepsgeheimhouder dient te geschieden zonder schending van hun beroepsgeheidm (lees: zonder schending van aan beroepsgeheimhouders toevertrouwde documenten van derden)

52

Omschrijf arrest Niemitz (EHRM)?

Niemietz EHRM: Huiszoeking in advocatenkantoor is inmenging in privéleven, beschermd door art. 8 EVRM.
Tegen Klaus Wegener werd in januari 1986 in München een procedure gestart wegens belediging. In een brief aan de rechtbank van Freising, ondertekend door ene Klaus W., werd namelijk de handelwijze van een rechter, tijdens een proces tegen een werkgever die uit overtuiging had geweigerd voor zijn werknemers kerkbelasting af te dragen, ondemocratisch en terroristisch genoemd. In het kader van dit onderzoek was een huiszoekingsbevel uitgevaardigd dat betrekking had op het kantoor van de advocaat Niemietz. Niemietz was een aantal jaren voorzitter geweest van de Antiklerikaler Arbeitskreis, een werkgroep van de Freiburgse partij «Bunte Liste», waaraan Klaus Wegener verbonden was geweest (de voornoemde brief was blijkens het onderschrift geschreven in naam van Antiklerikale Arbeitskreis geschreven). Tot eind 1985 werd de post voor de «Bunte Liste», naar het kantoor van Niemietz (klager in dit geding) gestuurd. Door middel van deze huiszoeking hoopten de autoriteiten meer over Wegener te weten te komen.
Nederlands wettelijke regeling zoals die ontworpen is na het arrest Niemitz, is dat het om doorzoeking en/of inbeslagneming in een woning dan wel het kantoor van een geheimhouder gaat art. 96c en 97, 98 Sv geldt. Uit art. 98 Sv geldt voort dat inbeslagneming en doorzoeken van een kantoor of woning van een beroepsgeheimhouder dient te geschieden zonder schending van hun beroepsgeheim (zonder schending van aan de beroepsgeheimhouders toevertrouwde documenten van derden).