Les 6 Flashcards Preview

methoden & onderzoek > Les 6 > Flashcards

Flashcards in Les 6 Deck (41):
1

3 stromingen in de wetenschapsfilosofie

- natuurwetenschappelijke stroming (kwantitatief)
- interpretatieve stroming (kwalitatief)
- kritisch-emancipatorische stroming (combi)

2

natuurwetenschappelijke stroming

= positivisme
- zo objectief mogelijk onderzoek, onderzoekssituatie beheersen
- feiten, waarnemingen
- onderzoeker staat buiten het onderzoek

3

interpretatieve stroming

= interpretivisme
- interesse in ervaringen/belevingen van personen
- interesse in achterliggende ideeën
- onderzoeker maakt deel uit van het onderzoek
- uit ervaringen en meningen proberen patronen in handelingen en/of gedrag te vinden = analyse

4

kritisch-emancipatorische stroming

= actieonderzoek/handelingsonderzoek
- samenleving en onderzoeksresultaten kritisch bekijken
- emancipatie van groepen mensen: verbeteren van hun positie in de samenleving

5

5 soorten kwalitatief onderzoek

- fenomenologisch onderzoek
- hermeneutisch onderzoek
- etnografisch onderzoek
- grounded theory
- actie- of handelingsonderzoek

6

fenomenologisch onderzoek

- beschrijven van de ervaring van mensen ten aanzien van een fenomeen in de werkelijkheid
- onderzoeker leeft zich zo veel mogelijk in in de situatie/ervaring van de persoon, geen interpretatie vanuit bepaalde theorieën/perspectieven

7

hermeneutisch onderzoek

- verklaren, uitleggen
- wél interpretatie in sociaalculturele context
- variatie = narratief onderzoek (levensverhaal)

8

etnografisch onderzoek

= beschrijving van een culturele groep
- emic view staat centraal = de manier waarop insiders naar de werkelijkheid kijken

9

grounded theory

= gefundeerde theorie
= ontwikkelen, testen en beschrijven van een theorie op basis van een inductief denkproces
- bestudeert interactie tussen mensen en gedrag (wil het gedrag van een persoon begrijpen)
- ontwikkelde theorie baseren op verschijnselen zoals die zich hebben voorgedaan in de werkelijkheid
- resultaten van kwalitatieve (deel) onderzoeken worden met elkaar vegeleken om tot theoretische beschrijving te komen

10

actie- of handelingsonderzoek

- onderzoek bevordert de emancipatie vd betrokken personen doordat deze personen zélf een veranderingsproces in gang zetten
- deelnemers zijn betrokken bij het ontwerpen, uitvoeren en weergeven van het onderzoek
- oplossen van een probleem samen met anderen

11

wordt er in een kwalitatief onderzoek een hypothese geformuleerd?

nee, het begint met een globale probleemstelling

12

kwalitatief onderzoek inductief of deductief?

inductief

13

kwantitatief onderzoek inductief of deductief?

deductief

14

kan een kwantitatief onderzoek zonder literatuurstudie/theorie beginnen?

ja, de onderzoeker gaat op zoek naar literatuur tijdens het onderzoeksproces

15

wat is zinvolle data

alle uitingen van taal

16

stappen kwalitatief onderzoek

- onderwerp kiezen
- globale onderzoeksvraag formuleren
- doel vh onderzoek formuleren
dataverzamelingsmethode kiezen
- dataverzameling: gegevens verzamelen + evt literatuur lezen
- gegevens vastleggen
- analyseren en literatuur vergelijken (eerste aanzet tot theorie formuleren)
- evt onderzoeksvraag bijstellen en nieuwe data verzamelen
- uitkomst formuleren
- onderzoeksrapport schrijven

17

dataverzamelingstechnieken kwalitatief onderzoek (3)

- geen voorgestructureerde vragenlijsten of meetinstrumenten
- interviews
- (paticiperende) observatie
- documenten

18

3 vormen interviews

- gestandaardiseerde interview
- vrije attitude interview
- semi-gestructureerde interview

19

gestandaardiseerde interview

= gesloten interview
- lijst met vragen, wordt in volgorde afgewerkt
- open antwoorden of selectie van antwoordmogelijkheden

20

vrije attitude interview

= open interview
- structuur ligt niet vast
- 1 beginvraag om onderwerp te bepalen/af te bakenen
- onderzoeker vraag door op thema's die informant noemt

21

semigestructureerde interview

- geen vaste structuur
- meer dan 1 beginvraag (topiclijst)
- ruimte voor eigen thema's van de informant

22

wat is een focusgroepinterview

- aantal mensen tegelijk geïnterviewd
- voordeel: interactie tussen participanten
- vooraf vastgelegd onderwerp (focus)

23

hoe diep ga je in interviews in op een bepaald onderwerp?

- wordt bepaald door de onderzoeksvraag
- onderzoeker is geen therapeut!!
- onderzoeker moet zich kunnen verplaatsen in de situatie van de informant

24

benodigdheden interviews

- pen en papier
- geluidsopnamenapp
- aangepast taalgebruik (geen vaktaal)
- aangepaste kledij
- tijd!!

25

regels bij een interview

- goede afspraken maken (anonimiteit?)
- doel moet duidelijk zijn (opletten voor demand characteristics: informant zegt dingen waarvan hij denkt dat ze bij het onderzoek passen)
- niet oordelen
- informant laten uitspreken
- geen suggestieve vragen
- parafraseren of vragen om verduidelijking als je iets niet begrijpt

26

wat observeer je bij een (paticiperende) observatie?

- gedragingen
- gesprekken
- reacties op gebeurtenissen

27

voordeel van observatie tegenover een interview

- ook context mee bekijken

28

wat is een onverhulde observatie?

- iedereen weet wat de onderzoeker komt doen
- nadeel: hawthorne effect

29

wat is een verhulde ('undercover') observatie (etische aspecten)

- illegale, criminele of duistere activiteiten
- niemand weet dat onderzoek gedaan wordt OF er werd een ander onderzoeksthema opgegeven

30

wat is een complete observatie?

onderzoeker neemt deel aan het dagelijks leven vd informanten

31

wat is een passieve observatie?

onderzoeker is aanwezig en observeert, maar participeert niet

32

wat zijn persoonlijke documenten?

- niet voor buitenstaanders bedoeld (toestemming nodig)
- dagboeken
- correspondentie
- gedichten
- gelezen boeken/berichten op internet

33

wat zijn algemene documenten?

- archiefdocumenten
- dossiers

34

4 stappen data-analyse

- interview lezen (voortdurend reflectie)
- tekst coderen (trefwoorden in kantlijn)
- categoriseren (indelen o.b.v. trefwoorden)
- thematiseren (thema's ontwikkelen voor de interviews)

35

vertekeningen van beoordelingscriteria

- demand characteristics
- verzamelen van de gegevens
- analyse
- aanwezigheid van de ander
- culturele verschillen

36

wat is triangulatie en welke vormen zijn er?

= combineren van verschillende onderzoeksmogelijkheden, bevordert de kwaliteit van kwalitatief onderzoek
- datatriangulatie
- meervoudige triangulatie
- tijdstriangulatie
- triangulatie van methoden

37

4 criteria van beoordelingscriteria

- geloofwaardigheid van de verkregen gegevens
- toepassingsmogelijkheid
- overeenstemming in gegevens
- neutraliteit

38

geloofwaardigheid (credibility) van de gegevens =

- dataverzameling totdat het verzadigingspunt is bereikt
- gebruik maken van 2 of meer verschillende methoden van dataverzameling
- teruggaan naar informanten met samenvatting (deelnemerscheck)
- inzage in wijze waarop codering gebeurde, verschillende onderzoekers
- passendheid: theorie moet overeenkomen met wat er leeft in het onderzoeksgebied

39

toepassingsmogelijkheid (applicability) =

- mate waarin er overeenstemming is tussen de data en de theorie
- de theorie moet herkenbaar zijn in het empirische veld
- de theorie moet gehanteerd kunnen worden in het empirische veld (soepel)

40

overeenstemming in gegevens (consistency) =

- overeenstemming tussen leden vh onderzoeksteam en consistentie tussen de verschillende mehtoden
- navolgbaarheid: andere onderzoekers moeten onderzoek kunnen volgend o.b.v. bewaard materiaal en aantekeningen

41

neutraliteit =

- balans tussen betrokkenheid en afstandelijkheid als onderzoeker
- verschillende vormen van triangulatie