LOI-H11a Mots Flashcards Preview

Frans LOI per hoofdstuk > LOI-H11a Mots > Flashcards

Flashcards in LOI-H11a Mots Deck (122):
1

préhistoire f

prehistorie

2

caverne f

grot

3

fossile m (un animal fossilisé)

fossiel

4

glaciation f (première époque interglaciaire)

ijstijd

5

âge m (l'âge de fer, de bronze)

tijd (ijzertijd, bronstijd)

6

druide m

druïde

7

Gaulois m

Galliër

8

civilisation f

beschaving

9

province f

provincie

10

vestige m

overblijfsel

11

conquérir

veroveren

12

tribu f

volksstam

13

administration f

bestuur

14

dynastie f

dynastie

15

empire m

keizerrijk

16

règne m (sous le règne de ....)

bewind, rijk, heerschappij

17

trône m (Il a été détrôné.)

troon

18

croisade f

kruistocht

19

féodalité f

feodaliteit

20

fief m

leen(goed)

21

chevalier m

ridder

22

cour f

hof

23

moine m

monnik

24

seigneur m

heer

25

servage m

horigheid

26

tournoi m

toernooi

27

université f

universiteit

28

vassal m

leenman, vazal

29

bourgeoisie f

burgerij

30

capitalisme m

kapitalisme

31

corporation f

gilde

32

troubadour m

troubadour

33

humanisme m

humanisme

34

imprimerie f

boekdrukkunst, drukkerij

35

courtisan m

hoveling

36

style m

stijl

37

foire f

de beurs

38

libertin m

vrijdenker

39

préciosité f

preciositeit, gekunsteldheid

40

classicisme m

classicisme

41

Encyclopédie f

encyclopedie

42

rationalisme

rationalisme

43

absolutisme m (le pouvoir absolu)

absolutisme

44

étiquette f

etiquette

45

café m

kroeg

46

commerce

handel

47

expansion f

expansie, groei

48

industrie f (un produit industriel)

industrie

49

liberté

vrijheid

50

philosophe m

vrijdenker, filosoof

51

progrès m

vooruitgang, de ontwikkeling

52

réforme f

hervorming

53

science f

wetenschap

54

prehistorie

préhistoire f

55

grot

caverne f

56

fossiel

fossile m (un animal fossilisé)

57

ijstijd

glaciation f (première époque interglaciaire)

58

tijd (ijzertijd, bronstijd)

âge m (l'âge de fer, de bronze)

59

druïde

druide m

60

Galliër

Gaulois m

61

beschaving

civilisation f

62

provincie

province f

63

overblijfsel

vestige m

64

veroveren

conquérir

65

volksstam

tribu f

66

bestuur

administration f

67

dynastie

dynastie f

68

keizerrijk

empire m

69

bewind, rijk, heerschappij

règne m (sous le règne de ....)

70

troon

trône m (Il a été détrôné.)

71

kruistocht

croisade f

72

feodaliteit

féodalité f

73

leen(goed)

fief m

74

ridder

chevalier m

75

hof

cour f

76

monnik

moine m

77

heer

seigneur m

78

horigheid

servage m

79

toernooi

tournoi m

80

universiteit

université f

81

leenman, vazal

vassal m

82

burgerij

bourgeoisie f

83

kapitalisme

capitalisme m

84

gilde

corporation f

85

troubadour

troubadour m

86

humanisme

humanisme m

87

boekdrukkunst, drukkerij

imprimerie f

88

hoveling

courtisan m

89

stijl

style m

90

de beurs

foire f

91

vrijdenker

libertin m

92

preciositeit, gekunsteldheid

préciosité f

93

classicisme

classicisme m

94

encyclopedie

Encyclopédie f

95

rationalisme

rationalisme

96

absolutisme

absolutisme m (le pouvoir absolu)

97

etiquette

étiquette f

98

kroeg

café m

99

handel

commerce

100

expansie, groei

expansion f

101

industrie

industrie f (un produit industriel)

102

vrijheid

liberté

103

vrijdenker, filosoof

philosophe m

104

vooruitgang, de ontwikkeling

progrès m

105

hervorming

réforme f

106

wetenschap

science f

107

aussitôt

direct, dadelijk

108

sanguinaire

bloeddorstig

109

quitte à

op gevaar af, desnoods door

110

charivari m

tumult | wanorde

111

sous-jacent

onderliggend | verborgen

112

saisissant

onverwacht | boeiend

113

fainéant

lui, nietsdoend

114

poncif m

lessenaar

115

direct, dadelijk

aussitôt

116

bloeddorstig

sanguinaire

117

op gevaar af, desnoods door

quitte à

118

tumult | wanorde

charivari m

119

onderliggend | verborgen

sous-jacent

120

onverwacht | boeiend

saisissant

121

lui, nietsdoend

fainéant

122

lessenaar

poncif m