MMO 5: Naar de supermarkt en naar een internetcafé Flashcards Preview

Spaans - LOI - beginners > MMO 5: Naar de supermarkt en naar een internetcafé > Flashcards

Flashcards in MMO 5: Naar de supermarkt en naar een internetcafé Deck (125):
1

groenten

verduras

2

verse groenten

verduras frescas

3

een blikje

una lata

4

blikgroenten

verduras en conserva

5

het eerste pad

el primer pasillo

6

het tweede pad

el segundo pasillo

7

het derde pad

el tercer pasillo

8

de rijst

el arroz

9

gek, verrassend, verbazingwekkend

sorprendente

10

verdwalen, de weg kwijtraken

perderse

11

u verdwaalt

(usted) se pierde

12

de grootste

el más grande

13

helaas

lo siento, desgraciadamente

14

de afdeling

la sección

15

de kaasafdeling

la sección de los quesos

16

vragen

preguntar

17

iemand anders

otro, otra persona

18

de winkel

la tienda

19

een thermoskan

un termo

20

levensmiddelenafdeling
(in een supermarkt)

la sección de alimentación
(en un supermercado)

21

te midden van, tussen

entre

22

de kampeerartikelen

los artículos para camping

23

zo niet, indien niet, ....

si no

24

de afdeling huishoudelijke artikelen

la sección de artículos para el hogar

25

dezelfde kant op

por ese mismo lado

26

een sinasappel

una naranja

27

schaars

poco, escaso

28

de appels zijn schaars nu

ahora hay pocas manzanas

29

het drankje

la bebida

30

rechtdoor

todo recto

31

de wijn

el vino

32

de wijnafdeling

la sección de vinos

33

water met bubbels (koolzuurgas)

agua con gas

34

water zonder bubbels

agua sin gas

35

verpakken

empaquetar

36

verpakt

empaquetado

37

een fles

una botella, un botellín

38

los

suelto/a

39

handig, praktisch

práctico

40

de tas

la bolsa

41

de kip (als voedsel)

pollo

42

een gegrilde kip

un pollo asado

43

een grill

un asador

44

apart houden, bewaren

apartar, guardar

45

ik zal een kip apart houden voor u

le aparto un pollo para ustedes

46

ik zal er een apart houden

les apartaré uno

47

een aspirientje

una aspirina

48

een pijnstiller

un analgésico

49

hoofdpijn hebben

tener dolor de cabeza

50

keelpijn

dolor de garganta

51

het medicijn

la medicina, el medicamento

52

uitgaan

salir

53

de uitgang

la salida

54

een apotheek

una farmacia

55

recht voor u, hier pal tegenover

justo enfrente

56

zoeken

buscar

57

een tas

una bolsa

58

een plastic tas

una bolsa de plástico

59

gratis

gratis

60

herbruikbaar

reciclable

61

ik geef je vijf tassen

te doy cinco bolsas

62

ik geef je er twee (van)

te doy dos

63

voldoende, genoeg zijn

ser suficiente, bastar

64

dat is voldoende, genoeg

es suficiente, basta

65

dat zal voldoende, genoeg zijn

será suficiente, bastará

66

vast en zeker

seguro

67

een internetcafé

un cibercafé

68

meer

varios

69

er zijn meer cafés

hay varios cafés

70

er zijn er meer (van)

hay varios

71

op zijn minst, minstens

por lo menos

72

dichtbij

cerca

73

dichterbij

más cerca

74

het dichtst bij

lo más cerca

75

een computer

un ordenador

76

wachten

esperar

77

lang wachten

esperar mucho

78

inlichtingen geven

dar información

79

in het algemeen

en general

80

wensen (= iemand iets toewensen)

desear

81

ik wens je een goede reis

te deseo un buen viaje

82

gebruiken

usar

83

gebruikt (voltooid deelw)

usado

84

de gebruikte uren

las horas usadas

85

vrij

libre

86

geluk hebben

tener suerte

87

vinden

encontrar

88

het is druk, er zijn veel mensen

está muy concurrido

89

betalen

pagar

90

volgende

siguiente

91

ieder volgend uur

cada hora de más

92

het lid (van een vereniging o.i.d.)

el miembro

93

worden

hacerse

94

lid worden

hacerse miembro

95

de prijs, het tarief is slechts ...

el precio, la tarifa es solamente

96

er zijn slechts twee mensen

solamente hay dos personas

97

zich inschrijven

inscribirse, abonarse

98

de zomer

el verano

99

de winter

el invierno

100

in de zomer

en verano

101

in de winter

en invierno

102

de week

la semana

103

wij zijn alleen door de week open

solamente abrimos durante la semana

104

de openingstijden

el horario de apertura

105

van maandag tot en met donderdag

de lunes a jueves

106

een snelle verbinding

una conexión rápida

107

de snelste verbinding

la conexión más rápida

108

printen

imprimir

109

een printer

una impresora

110

een faxapparaat

una máquina de fax

111

een scanner

un éscaner

112

de toonbank

el mostrador

113

aan de toonbank

en el mostrador

114

de koffiecorner

el rincón del café

115

het is verboden te ...

no está permitido ....

116

in de buurt, nabijheid van

donde están, cerca de

117

verplicht zijn om ...

tener que ...

118

u bent verplicht om

tiene que

119

u kunt maar het beste ...

sería bueno que (usted)

120

zich installeren

colocarse

121

kunnen

poder

122

hij kan

puede

123

hij zal kunnen

podrá

124

hij zou kunnen

podría

125

iemand anders zou kunnen

otra persona podría