Nederlands-Duits Flashcards Preview

duits 5 > Nederlands-Duits > Flashcards

Flashcards in Nederlands-Duits Deck (35):
1

wegwezen

weg mit dir

2

mijn kamer

mein Zimmer

3

de hond uitlaten

Gassi gehen

4

ruilen

tauschen

5

afgesproken

abgemacht

6

het regent

es regnet

7

de regenjas

die Regenjacke

8

mijn boodschappenlijstje

mein Einkaufszettel

9

de kat

die Katze

10

Gekregen

bekommen

11

vertel eens

erzähl mal

12

een witte vacht

ein weiBes Fell

13

met zwarte vlekken

mit schwarzen Flecken

14

Lief, schattig

süB

15

naar de dierenarts

zum Tierarzt

16

wat is er aan de hand?

was ist denn los?

17

lopen

laufe

18

ongelooflijk

unglaublich

19

gelukkig

zum Glück

20

haten

hassen

21

de hondenpoep

der Hundekot

22

de rakker

die Schlingel

23

naar huis

nach Hause

24

das Rasierwasser

de aftershave

25

naar het station

zum Bahnhof

26

steeds maar rechtdoor

immer geradeaus

27

bij het verkeerslicht

bei der Ampel

28

hoe ver

wie weit

29

tot bij de bakker

bis zum Bäcker

30

graag gedaan

gern geschehen

31

naar het ziekenhuis

zum Krankenhaus

32

naar het pompstation

zur Tankstelle

33

rechts afslaan

rechts abbiegen

34

de straat oversteken

die StraBe überqueren

35

het warenhuis

das Kaufhaus