Part 3 - vit&min, voedermiddelen Flashcards Preview

Diervoeding > Part 3 - vit&min, voedermiddelen > Flashcards

Flashcards in Part 3 - vit&min, voedermiddelen Deck (18):
1

Vitamine A

= Retinol
Kan gesynthetiseerd worden obv provitaminen; carotenoïden (pigmenten) Enkel de kat kan dit niet.
Carotenoïden komen vnl voor in de chloroplasten van planten. De meest voorkomende is beta-caroteen.

Voorkomen: dierlijke bronnen (lever, vis, eidooier, melkvet)
Functie: lichtperceptie, epithelen en slijmvliezen (productie mucopolysacchariden)
Deficiëntie: Nachtblindheid, immuniteit daalt, epitheelgezondheid
Species: vnl katten

2

Vitamine D2/D3

Kan gesynthetiseerd worden obv provitaminen (ergosterol of 7 dehydrocholesterol) Bij carnivoren is er een beperktere synthese. De omzetting gebeurt in de huid, hier is UV licht bij nodig.

Vitamine D2 = plantaardige vorm = ergocalciferol
Vitamine D3 = dierlijke vorm = cholecaliferol

Belangrijk voor het Ca-metabolisme

Voorkomen: D2 plant
D3 visolie, eidooier, melk
Deficiëntie: beendermalformaties: rachitis bij jonge dieren, osteomalacie bij volw. dieren.

3

Vitamine E

= Tocoferol

Voorkomen: plantaardig
Functie: antioxidant (bescherming weefsels en het DNA in cellen tegen vrije radicalen)
Deficiëntie: spierzwakte, neurologische symptomen
Opslag vind plaats in lever- en vetweefsel

Vnl organen die veel polyonverzadigde VZ opnemen zijn gevoelig aan deficiënties. Stiff lamb disease, mulberry heart disease, crazy chick disease, stijfheid, spierpijn.

4

Anti oxidanten

Vitamine E, C, beta caroteen, seleen en zink

5

Vitamine K

= Phylloquinone
Wordt aangemaakt door planten en bacteriën (flora) Dierlijk: lever, vis, ei.

Functie: synthese van stollingsfactoren
Primaire deficiëntie wordt enkel gezien bij kippen -> anemie en vertraagde stollingstijd
Secundaire intoxicatie kan door klaver of Warfarine

6

Vitamine B

= belangrijk bij het energie metabolisme

7

Choline

Komt voor in groenvoer, gisten, granen en natuurlijke dierlijke vetten. Kan worden aangemaakt obv methionine (vit b12 als co-enzym).
Deficiëntie zorgt voor leververvetting
Wordt toegediend aan het dieet van hoog productief melkvee

8

Vitamine C

= ascorbine zuur
Komt voor in groente en fruit
Is een anti-oxidans, speelt ene rol in collageensynthese en ijzertransport.
Kan worden aangemaakt uit glucose (uitgezonderd bij primaten en cavia's) -> bij dieren treden er geen deficiënties op

9

Ruwvoeders vs krachtvoeders

Ruwvoeders
Meer ruwe celstof
Geschat voederen
Goedkoop
Bedrijfseigen
Toedieningswijze: vers, bewaard, bijproducten

Krachtvoeders:
Minder ruwe celstof (meer RV, RE, ROK)
Preciezer voederen
Duur
Vaak import
Toedieningswijze: natuurlijk, samengesteld, bijproducten

10

Ruwvoeders

Gramineeën -> grassen, granen
Niet-gramineeën -> leguminosen (vlinderbloemigen), wortel- en knolgewassen

11

Voederwaarde grassen

Veel KHD (vnl suikers en opl. vezels, weinig zetmeel)
Veel onbestendig en vlot verteerbaar ruw eiwit
RV is laag; vnl linoleenzuur en linolzuur
Mineralen: vnl Ca; afh. van klimaat, weer bij inkuilen en de bemesting
Vitaminen: rijk aan caroteen, vit D, E, B en K

12

Kwaliteitscontrole van graskuil

1 Lage NH3/eiwit ratio = maat voor bacteriële proteolyse
2 Lage boterzuurfractie = maat voor clostridium
3 Weinig ruwe as = maat voor grondverontreiniging
4 lage ph (nodig om coli- en clostridiumgroei te onderdrukken)

13

Maiskuil

bevat veel bestendig zetmeel
= gevaarlijk voor paarden
slecht ileaal verteerbaar, wordt gefermenteerd in colon, gasvorming, koliek

14

Mais

Zetmeelrijk
weinig RC
veel vet in de kiem
weinig eiwit
veel carotenen

15

Tarwe en spelt

= de bedektzadigde variëteit van tarwe
Meer RC
Zetmeelrijk
Slecht eiwit
Fytinezuur en fytase -> lage Ca/P verhouding -> problemen bij eenzijdig dieet.
Oppassen met gluten, koliek & pensverzuring bij overmaat aan zetmeel

16

Gerst en haver

Rijk aan RC
Slecht eiwit

Bierborstel is bijproduct van gerst = wel eiwitrijk

17

Zemelen

tarwebijproduct
= een balastproduct, waardoor de transit vertraagt

18

Peulvruchten

eiwitrijk, vetrijk en zetmeelrijk