Practicum 1 - A Flashcards Preview

Digestie > Practicum 1 - A > Flashcards

Flashcards in Practicum 1 - A Deck (77):
1

Lippen

Labia

2

Neusopeningen

Nares

3

De (1) omgeven de mondopening. De gepaarde (2) bevinden zich in de neus. Bij honden en katten is de neus onbehaard en noemen we dit de (3). Vanaf de neus bevindt zich in de bovenlip een verticale groeve (4)

1. Labia
2. Nares
3. ?
4. Philtrum

4

De ruimte tussen de lippen en de kaakranden met het gebit heet het (1). De eigenlijke mondholte waarin de (2) ligt wordt het (3) genoemd.

1. Vestibulum oris labia
2. linguae
3. Cavum oris proprium

5

De grote ogen worden beschermd door het beweeglijke bovenste en onderste ooglid, de (1). In de mediale ooghoek bevindt zich een extra halvemaanvormige slijmvliesplooi: het derde ooglid.

1. Palpebra superior en inferior

6

Het uitwendige oor bestaat uit een lange oorschelp, de (1) en de uitwendige gehoorgang (2). De grootte van de oorschelp varieert bij de verschillende diersoorten en rassen. De uitwendige gehoorgang loopt naar binnen door tot het trommelvlies

1. Auricula of Pinna
2. Meatul aucusticus externa.

7

Voor welke onderliggende zenuwen en bloedvaten in de kop moet je opletten als je de huid over de masseter wegknipt?

Ramus buccalis ventralis en dorsalis en de vena linguifascialis.

8

Verwijder ventraal van de oorschelp voorzichtig een laagje bindweefsel om de daaronder liggende speekselklier (1) zichtbaar te maken. Zijn afvoergang (2) loopt midden over de kauwspier, de (3) naar rostraal. De afvoergang mondt in het wanggebied uit in het (4) ter hoogte van de vierde premolaar van de bovenkaak. Parallel dorsaal en parallel ventraal van de afvoergang lopen 2 zenuwtakken van de (5). Dorsaal is dat de (6) en ventraal is dat de (7).

1. Glandula parotis
2. Ductus parotideus
3. Musculus masseter
4. ?
5. Nervus fascialis
6. Ramus buccalis dorsalis
7. Ramus buccalis ventralis

9

Rostraal en ventromediaal van de glandula parotis en ventromediaal ter hoogte van de kaakhoek van de onderkaak ligt een andere speekselklier (1) identificeer craniaal van deze speekselklier (2)

1. Glandula mandibularis
2. Lymphonodi mandibularis

10

Prepareer de glandula parotis vanaf de oorschelp naar ventraal zover los. De hoofdstam van de nervus (1) wordt ventraal van de kraakbenige uitwendige gehoorgang zichtbaar. Volg hiervoor de dorsale tak (2) naar caudaal totdat hij samenkomt bij de ventrale tak (3)

1. Nervus fascialis
2. Ramus buccalis dorsalis
3. Ramus buccalis ventralis

11

Zijn de takken van de n. facialis sensibel of motorisch?

Motorisch, ze innerveren de mimische spieren van de kop/

12

Welke uitvalsverschijnselen openbaren zich bij een facialisparalyse?

Laagstand of afhangende oogleden, mondhoeken

13

Ander woord voor ribbels op harde gehemelte

Rugae palatinae

14

Stukje waarmee de tong vast zit

Frenulum

15

Hoe ziet de glandula mandibularis eruit?

De glandula mandibularis is groot, ovaal en wordt bedekt door een bindweefselkapsel

16

Tegen de rostrale zijde van de glandula mandibularis ligt een andere speekselklier: (1). Deze speekselklier ligt bedekt onder de spier die oversteekt tussen beide kaakhelften (2)

1. Glandula sublingualis
2. Musculus mylohyoideus

17

Waar monden de glandula mandibularis en glandula sublingualis uit?

De afvoergangen van beide speekselklieren liggen naast elkaar aan de mediale zijde van de onderkaak onder het mondslijmvlies. De afvoergangen monden uit op de sublinguale caruncula, dia aan weerszijden van het tongriempje (frenulum) op de mondbodem liggen.

18

Waar mondt de glandula parotis uit bij honden en katten en welk klinisch veel voorkomend verschijnsel kan hieraan gekoppeld worden?

Ter hoogte van de vierde molaar van de bovenkaak. Dit kan zorgen voor tandsteen

19

Welke van de speekselklieren verwacht u te kunnen palperen bij de levende kat of hond?

?

20

Prepareer in het kingebied de onderlip vanaf de ventrale zijde naar craniodorsaal voorzichtig los van de laterale zijde van de onderkaak. Let op de dunne sensibele zenuwtakken die hier uit de onderkaak naar buiten komen (1). Dit zijn eindtakken van de nervus alveolaris inferior die door de onderkaak loopt. Deze zenuw is een tak van de (2), wat één van de drie hoofdtakken is van de (3)

1. Nervus mentalis
2. Nervus mandibularis
3. Nervus trigeminus

21

Prepareer in het snuitgebied, cranio-ventraal van de orbita de huid en de aangezichtsspieren los. Een dikke zenuw voor het neusgebied komt tevoorschijn. Dit is de (1). Dit is een eindtak van de (2) en dat is één van de drie hoofdtakken van de (3)

1. Nervus infraorbitalis
2. Nervus maxillaris
3. Nervus trigeminus

22

Verwijder het bindweefsel dat de jukboog bedekt en de zenuwtakken van de (1). Laat de speekselklieren in tact.

1. Nervus opthalmicus

23

Waar bevindt de jukboog zich?

Tussen de orbita en het kaakgewricht

24

Dorsaal van de jukboog en caudaal van de orbita ligt een kauwspier tegen de hersenschedel (1) Ventreaal van de jukboog en lateraal op de onderkaak ligt een zeer grote kauwspier (2). Verwijder deze grote spier ventraal van de jukboog zodat deze zichtbaar wordt. Snij de lippen en wangspieren los van de boven- en onderkaak. Na verwijdering van de wangspieren en de lippen is in de caudale mondhoek een speekselklier (3) zichtbaar. Vanaf de laterale ooghoek, langs de ventrale rand van de oogkas, bevindt zich ee ngrote accessoire traanklier.

1. Temporalis
2. Masseter
3. Glandula Buccalis

25

Wat zijn de verschillende glandula buccali?

De glandula zygomatica (buccalis dorsalis) en de glandula molaris (buccalis ventralis). De glandula zygomatica vind je bijvoorbeeld bij de hond. De glandula molaris vind je bijvoorbeeld bij de kat.

26

Vergelijk de grootte van de musculus masseter en de musculus temporalis tussen carnivoren en herbivoren. Welke spier is bij welk dier het grootst?

Bij carnivoren is de temporalis sterker ontwikkeld dan de masseter en bij herbivoren is het andersom.

27

Welke zenuw treedt er uit de schedel bij het foramen stylomastoideum?

Aftakking van de n. facialis: nervus auriculopalpebralis

28

In zeer ernstige gevallen van een chronische oorontsteking bij honden wordt nog wel eens de buitenste gehoorgang in zijn geheel verwijderd. Een van de complicaties die daarbij kan optreden is het afhangen van de lippen en oogleden en speekselvloed. Hoe kun je het optreden van deze verschijnselen verklaren?

Een deel van de n. facialis is aangetast tijdens het verwijderen van de buitenste tgehoorgang

29

Welke soorten tanden ken je?

Incisivi
Canini
Premolaren
Molaren

30

Geef per gebit aan wat voor type dat is

Hond.
Kat.
Paard.
Rund.
Varken

Hond en kat. Brachydont met secondonten

Paard: hypsodont met lophodonten

Rund: hypsodont met selenodonten

Varken: brachydont met nunodonten

31

Welke bewegingen izjn in het kaakgewricht mogelijk?

Achter naar voor
Op en neer
Heen en weer

32

Waardoor lukt een kaakluxatie alleen naar rostraal?

Caudaal ligt het gewricht in een kom.

33

Waarom is de discus articularis bij de herkauwers en de paarden sterker ontwikkeld dan bij honden en katten?

De discus articularis is een kraakbeenschijf die de ruimte tussen het gewricht groter maakt waardoor meer bewegingen heen en weer mogelijk zijn.

34

Welke 3 hoofdtakken kent de nervus trigeminus

1. nervus mandibullaris
2. nervus maxillaris
3. nervus opthalmicus

35

Van welke hoofdtak van de trigeminus is de nervus infraorbitalis afkomstig?

Nervus maxillaris

36

Op wat voor manier heeft de nervus infraorbitalis een klinische relevantie voor de paardenpraktijk?

Bij een te strakke neusriem problemen met deze zenuw

37

Van welke hoofdtak van de trigeminus zijn de nervi mentalia afkomstig?

Van de nervus mandibularis

38

Geef de tandformule van de hond

Bovenkaak: 3-1-4-2
Onderkaak: 3-1-4-3

39

Geef de tandformule van de kat

Bovenkaak: 3-1-3-1
Onderkaak: 3-1-2-1

40

Geef de tandformule van het paard

Bovenkaak: 3-1-3(4)-3
Onderkaak: 3-1-3-3

41

Geef de tandformule van de herkauwer

Bovenkaar: 0-0-3-3
Onderkaak: 3-1-3-3

42

Geef de tandformule van het varken

Bovenkaak: 3-1-4-3
Onderkaak: 3-1-4-3

43

Korte kronen met lange wortels

Brachyodont

44

Lange kronen met korte wortels

Hypsodont

45

Knipkiezen van carnivoren met één grote hobbel

Secondont

46

Maalkiezen van herkauwer met halve maan vormige richels

Selenodont

47

Maalkiezen van paard met allerlei vormige richels

Lophodont

48

Knobbelkiezen voor malen en knippen

Bunodont

49

Tand blijft het hele leven doorgroeien

Elodont

50

Tand stopt met groeien als hij op de juiste plek zit

Anelodont

51

Wat doet de musculus masseter?

Tilt de mandibula op om zo het sluiten van de mond mogelijk te maken. De spier verzorgt eenzijdig kauwen en is dus klein in de hond en kat en veel groter in herbivoren

52

Wat doet de musculus temporalis?

Tilt de mandibula op. Deze spier is groot in de hond en de kat waarbij de beweging van de kaak die van een schaar nabootst.

53

Wat doet de musculus pterygoideus medialis en lateralis?

Zij hebben als hoofdfunctie het omhoog laten komen van de mandibula en het naar binnen trekken ervan in dezelfde beweging. In dieren waar transcerse bewegingen belangrijk zijn, zijn de masseter en de pterygoideus een functioneel paar.

54

Waar zit de musculus temporalis aan vast?

Aan de fossa temporalis en de processus coronoideus

55

Wat doet de musculus digastricus?

Speelt een rol in het openen van de mond.

56

Hoe verloopt de ductus parotideus van speekselklier naar mondholte bij de hond?

De ductus verlaat de glandula parotis aan de craniale zijde. De ductus loopt vanaf de glandula parotis dwars over het laterale deel van de musculus masseter. Vervolgens loopt hij onder de vena facialis door en onder verschillende takken van de nervus facialis. Vervolgens gaat hij door een vestibule van de mond tegenover de vierde bovenste premolaar.

57

Hoe verloopt de ductus parotideus van speekselklier naar mondholte bij paarden en runderen?

De ductus neemt een langere, maar beter beschermde route mediaal aan de hoek van de kaak en hij draait onder de mandibula om het gezicht binnen te komen bij het rostrale einde van de masseter.

58

Waar monden de afvoergangen van de glandula mandibularis en glandula sublingualis monostomatica in uit?

De afvoergangen van de glandula mandibularis eindigen op de sublinguale caruncula, vlak bij de tongbasis. De afvoergang van de glandula sublingualis monostomatica eindigt in één enkele gang op de zelfde plaats als de mandibulaire duct (niet in paard, maar die hebben een polystomatische duct). Zij eindigen dus in een gemeenschappelijke opening bij de sublinguale caruncula.

59

Hoe verschillen de glandula sublingualis monostomatica en de glandula sublingualis polystomatica van elkaar?

De glandula sublingualis monostomatica heeft slechts één afvoergang en de glandula sublingualis polystomatica heeft meerdere afvoergangen. De polystomatische afvoergang eindigt ook ergens anders, namelijk in heel veel verschillende openingen naast het frenulum labii van het paard.

60

Is de nervus trigeminus een gemengde, sensibele of motorische zenuw?

De nervus trigeminus is een gemengde zenuw. Het is een sensibele zenuw voor de huid en diepere weefsel van het gezicht en een motorische zenuw voor de spieren van de eerste kiewboog (mandibulaire).

61

Beschrijf van iedere tak van de nervus trigeminus of deze motorisch of sensibel is en wat het innervatiegebied is.

Nervus opthalmivus: sensibel, craniale deel orbita

Nervus maxillaris: sensibel, neus, bovenkaak

Nervus mandibularis: sensibel en motorisch, onderkaak, masseter, temporalis, pterygoideus medialis en lateralis

62

Van welke tak komt de nervus lingualis vandaan?

Nervus mandibularis, van n. trigeminus

63

Van welke tak komt de nervus infraorbitalis vandaan?

Nervus maxillaris, van n. trigeminus

64

Van welke tak komt de nervus mentalis vandaan?

Nervus mandibularis, van n. trigeminus

65

Welke 3 grote takken kent de nervus facialis en welke groep spieren innerveren deze takken?

N. auriculopalpebralis: spieren van de oogleden, auriculaire spieren van het externe oor

N. ramus buccalis dorsalis: spieren van de snuit, wang, lippen en neusgaten

N. ramus buccalis ventralis: spieren van de wang, lippen en neusgaten

66

Over welke kauwspier lopen de ramus buccalis dorsalis en ventralis?

De masseter

67

Het verloop van de ramus buccalis ventralis verschilt per diersoort. Op welke twee manieren kan dit?

1. De ramus buccalis ventralis kan de masseter oversteken (iets meer naar ventraal dan de dorsale buccalis).

2. De ramus buccalis ventralis kan ook eerst door de intramandibulaire ruimte lopen voordat de zenuw het gezicht in gaat samen met de ductus parotis en de faciale vaten op de plaats waar zij de mandibula oversteken voor de masseter.

68

Hoe noem je de wortel van de tong?

Radix linguae

69

Hoe noem je het middelste deel van de tong?

Corpus linguae

70

Hoe noem je het puntje van de tong?

Apex linguae

71

Geef weer wat filliforme papillae zijn

Mechanische papillae. Vingervormig, worden meest op de tong gezien

72

Geef weer wat conicae papillae zijn

Mechanische papillae, op de radix, groter dan de filliforme

73

Geef weer wat vallate papillae zijn

Sensibele papillae. Dorsum van de tong, rostraal van de radix, grote afgeplatte structuren die bijna niet uitsteken boven de tong

74

Geef weer wat foliate papillae zijn

Sensibele papillae. Paralelle vouwingen op de rand van de tong net rostraal van het arcus palatoglossus

75

Geef weer wat fungiforme papillae zijn

Sensibele papillae tussen de filliforme papillae. Koepelvormig

76

Geef weer wat lenticulare papillae zijn

Mechanische papillae. Afgeplatte, lensvormige projectie op torus linguae (herkauwer)

77

De tong van een kat voelt aan als rasp. Door welke papil wordt dit veroorzaakt?

De conicae papillen die de Filliforme papillen op de tong hebben vervangen