Practicum 4 - B Flashcards Preview

Digestie > Practicum 4 - B > Flashcards

Flashcards in Practicum 4 - B Deck (48):
1

Maak het oppervlak van de buitenste (schuine) buikspier zodanig schoon (fascie verwijderen) dat je het vezelverloop goed kunt zien. Dit is de ... en deze spier heeft een ... verloop

Musculus obliquus externus abdominis
Caudoventraal

2

Open nu de buikholte. Hoewel de verschillende buikspieren bij het konijn moeilijk van elkaar te onderscheiden zijn, snijd je hier in de flank achtereenvolgens door de ..., ... en de ... De eindplaten van deze 3 spieren vormen samen de ... die de ... als een envelop omsluit

Musculus obliquus externus abdominis
Musculus obliquus internus abdominis
Musculus transversus abdominis
Rectusschede
Rectus abdominis

3

Nu de buik geopend is, kijk je vanaf ventraal op het ... De organen van het konijn zijn bekleed door het ..., de binnenkant van de buikwand wordt bekleed door het ...

Peritoneum
Peritoneum viscerale
Peritoneum parietale

4

Bestudeer aan de binnenzijde van de linea alba de aanhechting van twee restanten van het oorspronkelijke ventrale mesenterium. Zorgt ervoor dat de buik ver genoeg naar caudaal (tot aan het os pubis) en craniaal (tot aan het sternum) geopend is. Naar craniaal vind je bij de hond en kat het ... dat de ... met de ventrale buikwand verbindt. Opvallend is dat dit ligament zeer veel vet bevat. Naar caudaal vind je het ... dat de ... met de ventrale buikwand verbindt. Dit bevat veel minder vet.

Ligamentum falciforme
Lever
Ligamentum vesicae medianum
Blaas

5

Volg nu vanaf de navel het ligamentum ... dat de ventrale buikwand en het middenrif met de lever verbindt. Indien dit in het konijn niet goed te zien is, kijk dan naar de hond of kat. De viscerale zijde van de lever is via het ... verbonden met de ...

Falciforme
Omentum minus
Cruvatura minor

6

Beschrijf de ligging van de maag in de buik te nopzichte van de ribboog en vergelijk deze met andere diersoorten. Waar is de ligging van de maag van afhankelijk?

Van wat je eet. Konijnen eten laagwaardig voedsel en hebben een hele grote maag, honden eten hoogwaardig voedsel en hebben een hele kleine maag

7

In de mediaanlijn mondt de oesophagus uit in de ... van de maag, waarna de maag naar links uitpuilt, dit is de .. en via het .. en het ... aan de rechterzijde van de buikholte bij de pylorus met een korte bocht in het duodenum uitmondt. De maag ligt als een boog dwars in de buikholte. De .... is de binnenbocht van de maag, de .... is de buitenbocht van de maag.

Pars cardiaca
Fundus ventriculi
Corpus ventriculi
antrum pyloricum
Curvatura minor
Curvatura major

8

Ventrocaudaal van de maag vinden we een uitgegroeid deel van het dorsale mesogastrium dat verbonden is met de maag, het ... Het bestaat uit een grote zakvormige uitbreiding met daartussen een capillaire ruimte de ... In het oppervlakkige blad van het omentum majus liggen de ... en de ...

Omentum majus
Bursa omentalis
Milt
Pancreas

9

Wat valt op als je de uitgebreidheid van de dorsale ophangband van de maag van het konijn vergelijkt met die van de hond/kat? Welke structuur ontneemt je bij de hond/kat dus het zicht op de buikorganen vanaf ventraal?

Het omentum majus is bij honden en katten veel groter en ligt helemaal tegen de ventrale buikwand. Dit is bij het konijn niet het geval

10

Wanneer we vanuit de pylorus het verloop van het duodenum vervolgen, zien we dat deze in een lus vormt. Vanuit de pylorus komen we in het duodenum ... We vervolgen het duodenum naar caudaal en komen via de ... in het duodenum ... Dit deel van het duodenum is verbonden met het colon ... via de ... Tussen de twee duodenumlussen ligt ook een deel van een orgaan, namelijk de ... Het mesenterium van het duodenum, het ..., is relatief lang/kort. Bij de overgang van duodenum naar het jejunum bij de ... valt op dat het mesenterium hier plots veel langer wordt. Het jejunum heeft een zeer uitgebreide dorsale ophangband genaam de ... In deze ophangband bevinden zich ook lymfeknopen, de ...

Duodenum descendens
Flexura duodeni caudalis
Duodenum ascendens
Pancreas
Mesonuodenum
Kort
Flexura duodenijejunalis
Radix mesenterii
Lymphonodi jejunalis

11

Waar liggen de lymfeknopen van het jejunum bij het konijn?

Hoog in de scheilswortel

12

Waar liggen de lymfeknopen bij het paard en de herkauwer in het jejunum?

Laag in de scheilswortel

13

Vervolg het jejunum en zoek het ileum op. Het ileum is via de ... met het ... vkerbonden. Op de overgang van ileum naar het caecum bevindt zich de ... Dit is een uitpuiling met ... weefsel. Het caecum van het konijn is zeer uitgebreid en gaat bij de punt over in de appendix, die ook zeer lang is.

Plica ileocecale
Caucum
Sacculus rotundum
Lymfoïd weefsel

14

Wat is de functie van de appendix van het caecum bij het konijn

In de appendix speelt een rol bij het afweermechanisme van de blinde dar, produceert bicarbonaat en speelt een grote rol in de fermentatie

15

Ga terug naar de ileocaecale overgang en vervolg het colon. Als eerste kom je langs het ... en vervolgens in het colon ... deze loopt craniaal/caudaal van de scheilswortel. Het colon vervolgt zijn weg als ... die met de ... verbonden is aan het .. en mondt uit in het rectum en de anus

Colon ascendens
Colon transversum
Craniaal
Colon descendens
Plica duodenicolica
Duodenum ascendens

16

Ga terug naar de lever en pancreas. De lever ligt voorin de buikholte, direct achter het middenrif. De pariëtale zijde van de lever is door zeer korte stukken ventraal mesenterium bevestigd aan het middenrif. De viscerale zijde van de lever is met de maag verbonden via het ... en ligt tegen de maag, de pancreas, de rechter nier en het duodenum en soms tegen de milt

Omentum minus

17

De hilus (leverpoort) van de lever bevindt zich aan de viscerale zijde. Op deze plaats komen een tweetal vaten de lever in, de arteria hepatica en de .... en komt de ducteus choledochus de lever uit. Vervolg deze vene vanaf de hilus tot de oorsptong in het mesojejunum. Zoek de ductus choledochus op. Dit is de afvoergang van de ... en vervolg deze naar zijn uitmoningsplaats in het proximale deel van het duodenum descendens. Bekijk vervolgens de positie van zowel de rechter als linker lob van de pancreas. De afvoergang van de pancreas, de ... mondt uit in het duodenum descendens

Vena porta
Galblaas
Ductus pancreaticus

18

Waarmee ligt de viscerale zijde van de lever tegenaan?

De maag, de pancreas, de rechter nier en het duodenum en soms de milt

19

Wat komt er allemaal uit de hilus?

Leverpoort. Op deze plaats komen een tweetal vaten de lever in (arteria hepatica en vena porta) en komt de ductus choledochus de lever uit.

20

Welke bijzonderde kenmerken kun je identificeren in de maag van het paard en varken?

Beide hebben een margo plicatus: een overgang van klierloos naar klierrijk.

21

Wat zijn de functies van de verschillende vogelmagen?

(krop: chemische vertering soms en opslag)
Kliermaag: chemisch
Spiermaag: mechanisch

22

Vindt er fermentatie plaats in de maag van het konijn?

Nee, het konijn is een hindgut fermenter

23

Beschrijf de positie van de lege maag bij de hond in de buikholte. In welke richting zal de maag zich uitbreiden wanneer deze sterker gevuld raakt?

De maag ligt intrathoracaal, relatief dorsaal. De maag zal zich naar caudaal uitbreiden.

24

Het konijn en het paard zijn niet in staat om over te geven. Probeer te bepalen of er een anatomische structuur is die dit tegen gaat.

De slokdarm sluit in een scherpe bocht aan op de maag. De cardia is sterk ontwikkeld. Daarnaast ligt bij paarden de epiglottis retrovelaar

25

Uit welke onderdelen bestaat het caecum van een paard?

Basis ceci, corpus ceci en apex ceci

26

Beredeneer aan de hand van de de vorm van het colon ascendens waar in dit darmdeel bij het paard met name verstoppingen kunnen optreden.

Vooral bij de flexura pelcina. Deze bocht is zeer smal en erg scherp.

27

Bestudeer het colon ascendens van het varken en het rund/kleine herkauwer. Wat is het verschil?

Het colon ascendens ligt bij het rund en de kleine herkauwer in een koffiebroodje schijf en bij het varken ligt hij in een spiraal.

28

Waar lopen het duodenum transversum en het colon transversum t.o.v. de voorste scheilswortel?

Het duodenum transversum loopt caudaal en het colon transversum loopt craniaal

29

Beschrijf de dunne darm van de hond/kat

Duodenum, jejunum en ileum De dunne darm heeft een los mesenterium, behalve bij het duodenum. Mesoduodenum is kort.

30

Beschrijf het type maag van de hond/kat

Enkelvoudige kliermaag

31

Beschrijf het caecum van de hond/kat

Klein en ongedefinieerd. Kent een appendix. Geen histrae en taeniae

32

Beschrijf de dikke darm van de hond/kat

Bestaat uit colon ascendens, colon transversum en colon descendens

33

Beschrijf het type maag van het paard

Enkelvoudige samengestelde maag

34

Beschrijf de dunne darm van het paard

Het jejunum ligt vooral in het linker dorsale deel van het abdomen. Dankzij het lange mesenterium is het goed beweeglijk. Dit is predisponerend voor verplaatsing van de darmen door het epiploic foramen naar de bursa omentalis

35

Beschrijf het caecum van het paard.

Tot wel 30 liter, 1 meter lang. Bestaat uit basis ceci, vorpus ceci en apex ceci. Heeft haustrae en taeniae

36

Beschrijf de dikke darm van het paard.

Colon ventrale dexter en flexurea diafragmatica ventrale (flexura sternalis) kennen haestrae en taeniae,. De rest niet. Verloop: colon ventrale dexter, flexura diafragmatica ventrale, colon ventrale sinistra, flexura pelvina, colon dorsale sinistra, flexura diafragmatica dorsale, colon dorsale dextrum, colon transversum en colon descendens

37

Beschrijf het type maag van het rund

Meervoudige samengestelde maag

38

Beschrijf de dunne darm van het rund.

De dunne darm ligt naar rechts omdat het grote rumen de linker helft van het abdomen in beslag neemt. Het colon ascendens ligt deels in het rechter vlak van het mesojejunum en lymfoïd weefsel ligt genereus verspreid over de mucosa, zowel solitaire follikels als peyerse platen

39

Beschrijf het caecum van het rund

Het caecum is relatief klein en kent geen haustrae en taeniae. Het is gelokaliseerd in de rechter helft van het abdomen. De blinde apex ligt naar caudaal

40

Beschrijf de dikke darm van het rund

Bestaat uit colon ascendens, transversum en descendens. Het colon ascendens ligt in een dubbele spiraal. Er zijn geen histrae en taeniae aanwezig.

41

Beschrijf het type maag van het varken

Enkelvoudige samensgestelde maag

42

Beschrijf de dunne darm van het varken.

Het jejunum heeft een lang mesenterium. Zijn windingen delen de caudoventrale ruimte van het abdomen met het colon ascendens en omdat deze het grootste deel links inneemt, ligt het jejunum rechts. Het colon ascendens ligt deels in het rechter vlak van het mesojejunum en lymfo:id weefsel ligt genereus verspreid over de mucosa.

43

Beschrijf het caecum van het varken.

Cilindrische blinde zak met taeniae (drie longitudinale spierbanden) en haustra (drie rijen met uitzakkingen).

44

Beschrijf het colon van het varken.

Het colon ascendens is kurkentrekker vormig, buitenste deel draait naar beneden en binnenste deel draait omhoog. Colon kent vanaf het caecum tot aan opwaartse colon ascendens histrae

45

Beschrijf het type maag van de vogel

Meervoudige samengestelde maag

46

Beschrijf de dunne darm van de vogel

Het duodenum is U vormig e nbinnen de U liggen dorsale en ventrale lobben van de pancreas. Het jejunum is erg lang en heeft een kleine uitgroeiing: meckel diverticulum. Het ileum heeft aan beide zijkanten een caeucum

47

Beschrijf het caecum van de vogel

Twee ceca rond de ileocolicale overgan. De cecale tonsilt liggen in in deze twee ceca

48

Beschrijf de dikke darm van de vogel

De dikke darm is heel kort en bestaat eigenlijk alleen uit een (colo) rectum van ongeveer 10 cm. Deze eindigt bij de cloaca.