Problemen omtrent de metingen en de theorie van eigenschapspsychologie (Week1) Flashcards Preview

Persoonlijkheidsleer en -onderzoek > Problemen omtrent de metingen en de theorie van eigenschapspsychologie (Week1) > Flashcards

Flashcards in Problemen omtrent de metingen en de theorie van eigenschapspsychologie (Week1) Deck (11):
1

2 problemen bij het meten van persoonlijkheid

 

1. persoonlijkheidseigenschappen moeten consistent zijn

2. vragenlijsten en meetmanieren moeten betrouwbaar zijn (sociale wenselijkeid etc)

2

3 aannames om te bepalen of persoonlijkheidseigenschap nuttig kan zijn

1. menschen verschillen in persoonlijkheid door een andere combinatie van karaktertrekken te hebben

2.persoonlijkheidseigenschappen zijn consistent over tijd

3. persoonlijksheidseigenschappen zijn consistent over situaties 

3

uitleg: latente trek en manifestering van gedrag

latente trek: die eigenlijke karaktertrek die niet verandert over tijd

manifestering van gedrag: de gedrag met die een karaktertrek zich uit kan over de (leef)tijd veranderen

(iemand zou zijn hoge behoefte aan spanning met 20 anders uiten dan met 70)

4

uitleg: situationisme

bepalend voor gedrag zijn niet persoonlijkheidseigenschappen maar situaties

dus

gedrag in situatie A niet consistent met gedrag in situatie B ( C,D,E)

5

uitleg: rank order

er zijn karaktertrekken die veranderen met leeftijd. als dit de geval is voor iedereen is er sprake van "rank order"

dus

de relatieve mate van een karaktertrek ten opzicht van leeftijdsgenoten blijft gelijk, terwijl de absolute mate van de trek afnemt/toenemt

6

uitleg: aggregatie

het observeren van gedrag over meerdere situaties -> het gemiddelde van de observaties is betrouwbarer om een karaktertrek te bepalen

het is dus mogelijk de gemiddelde reacties over meerdere situaties te voorspellen

7

5 manieren op die persoonlijkheidseigenschappen interacteren met situaties

1. situationele specifiteit - bepaalde situaties brengen verschillende PES te voren

2. strong situation - sommige situaties zijn zo sterk dat zij bij iederen hetzelfde gedrag oproepen -> persoonlijkheid spelt geen rol in deze situaties

3. situationele selectie - mensen kiezen hun situaties na voorkeur, persoonlijkheid wordt benadrukt door situatie

4.evocatie - individuele eigenschappen roepen (gewild of juist niet) reacties op bij andere mensen

5. manipulatie - het beinvloeden van de gekozen omgeving en de mensen daarin

8

problemen met metingen:

 2 manieren om onzorvuldigheid van proefpersonen te detecteren

1.infrequency scale - items waarop iederen hetzelfde antwoord geeft

2. duplicate questions - een vraag twee keer laten voorkomen

 

9

uitleg: impression management

foute informatie in vragenlijst invullen om indruk op anderen te modificeren

bv. "faking goed/bad" dus sociaal wenselijke antwoorden of valse bescheidenheid

moeilijk te detecteren

10

uitleg: barnum statements

stellingen die op iedereen passen

11

4 voorbeelden voor vragenlijsten gebruikt bij personeelsselectie

1. integriteitstesten - werknemers moeten betrouwbaar zijn

2. screening - screenen na stoornissen of een "prototypische profiel"

3.typologien onderschieden - types mensen onderscheiden (veel kritiek op, er zijn geen "types" mensen)

4. selectie - aan de hand van persoonlijkheidsdimensies kijken na wat voor soort mensen de kandidaten zijn