Rep. Toetsweek Flashcards Preview

Gs > Rep. Toetsweek > Flashcards

Flashcards in Rep. Toetsweek Deck (43):
1

Ambachtsman

vakman die met zijn handen producten maakt, zoals een timmerman of een ijzersmid

2

Drieslagstelsel

landbouwsysteem waarbij een stuk grond in drie velden wordt verdeeld, waarvan er twee bebouwd worden en één braak ligt.

3

Gezel

leerling van een gildemeester

4

Gilde

vereniging van mensen met hetzelfde beroep

5

Gildehuis

groot huis waar de gilden hun vergaderingen en feesten hielden (verenigingshuis)

6

Gildemeester

vakman die lid is van het gilde

7

Hanze

bondgenootschap van steden in Noord-Europa die handel met elkaar dreven

8

Jaarmarkt

grote markt in belangrijke middeleeuwse handelssteden, die wel een paar weken kon duren

9

Meesterproef

werkstuk waarmee een gezel laat zien dat hij een vak goed beheerst, met het doel gildemeester te worden

10

Pest

meestal dodelijke ziekte waarbij men bulten kreeg en onderhuidse zwarte vlekken. Binnen vijf dagen overleden de meeste pestlijders

11

Ploeg

landbouwwerktuig dat de grond met scherpe messen omkeert, zodat er daarna zaden in de grond gestopt of gestrooid kunnen worden

12

Waterbeheer

omgaan met water door bijvoorbeeld moerassen droog te leggen of dijken te bouwen. In de tijd van steden en staten leverde waterbeheer extra landbouwgrond op

13

Zwarte-Dood

naam voor de pestepidemie van 1347-1351 die aan 23 miljoen Europeanen het leven kostte

14

Inquisitie

kerkelijke rechtbank die ketters veroordeelt, bekeert en bestraft

15

Ketter

iemand die anders gelooft dan de kerk voorschrijft of niet leeft volgens de regels van de kerk

16

Ambtenaar

Iemand die werkt voor een vorst en bijvoorbeeld wetten en regels opstelt en de belasting ophaalt.

17

Bourgondische Kreits

Kring waarin alle zeventien Nederlandse gewesten werden verenigd, opgerich t in 1548 door keizer Karel V.

18

Bureaucratie

Bestuursorganisatie van ambtenaren

18

Centralisatie

Proces waarin een gebied steeds meer vanuit één persoon of plaats bestuurd wordt.

18

Gewest

Gebied in de Nederlanden, bestuurd door edelen of geestelijken.

18

Honderdjarige oorlog

Oorlog tussen de Franse en Engelse koning om de macht in Frankrijk (1337-1453)

19

Huursoldaat

Soldaat die niet vecht voor zijn land of voor zijn heer, maar voor geld; hij kan worden ingehuurd.

20

Nationalisme

Gevoel van mensen dat ze tot één volk behoren

21

(De) Nederlanden

De Lage Landen; gebied dat ongeveer overeenkomt met het huidige Nederland, België en Luxemburg

22

Staats

Gebied met een centraal bestuur waarvan de inwoners het gevoel hebben tot één volk te behoren

23

Stadhouder

Plaatsvervanger van de vorst in een Nederlands gewest

24

Standenvergadering

Bijeenkomst waarin de vorst overlegt met de edelen, geestelijken en inwoners van de steden. Deze vergadering wordt ook wel een ‘parlement’ genoemd

25

Staten-Generaal

Vergadering van de vorst, de edelen, geestelijken en burgers van de steden van de Nederlandse gewesten

26

Belasting

geldbedrag dat aan de landheer betaald moet worden

27

Stadsrecht

recht dat bestuurders van een stad konden kopen van de landheer

28

Magistraat

dagelijks bestuur van een stad

29

Burgemeester

leider van de stad, de belangrijkste stadsbestuurder

30

Schepenen

wethouders in een stad, die wetten maken en de rechtspraak doen

31

Wethouders

bestuurders die wetten maken (in de tijd van steden en staten waren de schepenen de wethouders)

32

Vroedschap

raad van patriciërs die een paar keer per jaar bijeenkomt en het magistraat adviseert

33

Kinderkruistochten

benaming voor de twee kruistochten die plaatsvonden in 1212, waarbij het zou gaan om veldtochten van kinderen (Latijn ‘pueri’) om Jeruzalem van de islam te bevrijden

34

Kruisridder

iemand die op kruistocht gaat

35

Kruistocht

militaire veldtocht van christelijke legers in de Middeleeuwen (1096-1270), met als doel Palestina en Jeruzalem te veroveren op de moslims

36

Kruisvaarder

iemand die op kruistocht gaat

37

Moslims

aanhanger van het islamitische geloof

38

Pelgrim

iemand die op reis gaat naar een voor hem heilige plaats om daar te bidden

39

Puer

Latijnse woord voor ‘jongen’ én ‘iemand van lage status’

40

Ridderorde

gemeenschap van ridders die zowel monnik waren als ridder, dus zowel geestelijke als beschermende en militaire taken hadden Ruimte om te schrijven