Taal hoofdstuk 3 Flashcards Preview

Kira Taal > Taal hoofdstuk 3 > Flashcards

Flashcards in Taal hoofdstuk 3 Deck (17):
1

Taalaanbod

Correct: grammaticaal juist en goed uitgesproken.
Begrijpelijk: niveau van de taalaanbod moet begrepen worden.
Rijk: meer taalevenementen toepassen

2

Feedback

Op de inhoud: wat is er gezegd
Op de vorm: hoe is het gezegd = modelen: de leraar gaat in op het vertelde, maar op een zodanige manier dat hij de gecorrigeerde vorm meeneemt.

3

Interactie

Actief spreken en luisteren stimuleren

4

Attitude

Neem alle kinderen serieus
Stimuleer alle kinderen om zelf te praten
Doe zelf actief mee aan het gesprek
Wees gespreksleider
Geef positieve feedback

5

Vragen stellen

Controle vragen: controleren of iets is begrepen
Reproductievragen: een deel zelf laten verwoorden
Oplossingsgerichte vragen: het zoeken naar een oplossing
Meningsvragen: eigen mening verwoorden met argumenten
Diagnostische vragen: ontwikkeling in kaart te brengen
Evaluatievragen: achterhalen wat ze al weten of kunnen.

6

Gesloten vragen

je kan op deze vraag maar één correct antwoord geven

- ja-neevragen
- reproductievraag met keuze
- reproductievraag zonder keuze
- definitievragen

7

Open vragen

het goede antwoord/oplossing staat niet bij voorbaat vast en zijn er meerdere antwoorden mogelijk.

- convergente vragen
- divergente vragen
- evaluerende vragen

8

Convergente vragen

vragen die zodanig worden voor gestructureerd dat ze uitmonden (samenkomen) in het juiste antwoord.

- een beroep doen op aanwezige kennis en inzichten.
- vaardigheden vereisen als analyse en integratie van gegevens.
- interesse wekken en aanzetten tot denken.

9

Divergente vragen

creatief denken en zelf formuleren.

10

Evaluerende vragen

beoordeling, keuze of voorkeur vragen.

11

Taalfuncties stimuleren

- rapporteren: het voorwaarde om te komen tot meer cognitieve taalfuncties.
- beschrijven: iets beschrijven in het hier en nu, gekoppeld aan de concrete context.
- redeneren: beargumenteerde banden worden gelegd.
- projecteren: taal gebruiken om je in een andere persoon in te leven.

12

Klassengesprek/kringgesprek
nadelen:

- belevenissen van kortgeleden
- het duurt vaak te lang
- geen echt gesprek tussen leerlingen
- niet alle leerlingen voelen zich uitgenodigd om wat te vertellen.
- komen weinig leerlingen aan bod
- taalaanbod is heel beperkt

13

Klassengesprek/kringgesprek
voordelen:

- bevordering van het groepsgevoel
- evaluatie van een les
- introductie van een nieuw onderwerp

14

Leergesprek

voorkennis activeren, nieuwe kennis introduceren of strategie aanleren

15

Coöperatieve werkvormen

- activeren van voorkennis
- leerlingen ervaren dat hun eigen antwoorden en die van de ander elkaar aanvullen, en dat je samen meer weet dan alleen.

16

Dialoog

tweegesprek of duogesprek

17

Dramatische expressie

- rollenspel
- poppenkastvoorstellingen