de industriële revolutie die in de
westerse wereld de basis legde voor een industriële samenleving
discussies over de
‘sociale kwestie’
de moderne vorm van imperialisme
die verband hield met de industrialisatie
de opkomst
van emancipatiebewegingen
de voortschrijdende democratisering, met
deelname van steeds meer mannen en vrouwen aan het politieke proces
de opkomst van de politiek-maatschappelijke stromingen:
liberalisme, nationalisme, feminisme, socialisme en confessionalisme