Verbes irréguliers (infinitif FR) Flashcards Preview

Néerlandais > Verbes irréguliers (infinitif FR) > Flashcards

Flashcards in Verbes irréguliers (infinitif FR) Deck (10):
1

Commencer

Beginnen, begon, begonnen, begonnen

2

Comprendre

Begrijpen, begreep, begrepen, begrepen

3

Offrir, faire une offre

Bieden, bood, boden, geboden

4

Rester

Blijven, bleef, bleven, gebleven

5

Casser, rompre

Breken, brak, braken, gebroken

6

Apporter, conduire

Brengen, bracht, brachten, gebracht

7

Penser

Denken, dacht, dachten, gedacht

8

Faire

Doen, deed, deden, gedaan

9

Porter

Dragen, droeg, droegen, gedragen

10

Boire

Drinken, dronk, dronken, gedronken