Voc Flashcards Preview

Nederlands > Voc > Flashcards

Flashcards in Voc Deck (111):
1

Eindredacteur

Hoofd van redactie. Beslist welke feiten in nieuws komen en welke journalist wat doet blablabla

2

Niet letterlijk maar

Suggestie

3

Een aantal in elkaar gevouwen vellen papier als deel van een krant(tijdschrift of boek)

Katern

4

Iets voor iedereen toegankelijk, mogelijk maken

Democratisering

5

Het onderzoek, naspeuren van iets

Een peiling

6

Voorwerpen die deel uitmaken van het decor

Rekwisieten

7

Vooral amateurgezelschappen die voor decors kiezen die op een kopie van iets lijken

Amateuristisch

8

Het omZetten van een verhaal in een te spelen drama

Dramatiseren

9

Kort luchtig stukje in de krant, vaak cursief. Een persoonlijke beschouwing

Cursiefje

10

Verplicht, onverbrekelijk met iets verbonden

Obligaat

11

Plagend, grappig

Guitig

12

Humoristische nabootsing lachwekkend bedoeld

Parodie of persiflage

13

Een zwaar gestoord persoon, asociaal, ene gevaar voor de maatschappij

Psychopaat

14

Door de deuren en stoelen wordt de suggestie van een huiskamer gewekt

Suggestief

15

Literair genre waarbij de klemtoon op het verhalende ligt, zoals romans of kortverhalen

Epiek

16

Doen alsof alleen hij het goed weet

De wijsheid in pacht hebben

17

situatie dat een proces vastloopt en moeilijk op te lossen is

impasse

18

uitbreiding door een staat van een grondgebied

expansie

19

Harde humor over onderwerpen die in het dagelijkse leven tot de taboesfeer horen

Zwarte humor

20

Manier om op elektrische wijze brieven te versturen of schriftelijk te communiceren

Telex

21

Strafbare feiten

Delicten

22

Een oerbeeld; een weinig complexe voorstelling

Archetype

23

Iets wat niet gezegd wordt, maar duidelijk wordt door iets anders wat men zegt

Implicatie

24

Iets wat behoort tot de universiteit

Academisch

25

Spanningsonderzoek

1 onderbreking van verhaal op spannend moment









2 achterhouden van info (literaire spanning)









3 angstaanjagend decor









4 lezer weet meer dan personage door auctorieel/wisselend vertelstandpunt









5 gevoelens/ gedachten van personen worden beschreven in. Lezer weet wat personage meemaakt en leeft mee









6vvoorteken van dreigende ramp (kan alwetende verteller)









7 gruwelijke details, wat angts op roept bij de lezers









8 eenzaamheid wordt benadrukt zo weet lezer dat er geen hulp komt









9 contrast tussen slecht en goed









10 spanning volledig in hoofd van protagonist (psychologische spanning)









11Leeft als lezer mee met personage









12 inhoudelijke spanning

26

Stijging van de prijspeil

Inflatie

27

Wetenschappelijk opstel/werk, verplicht bij een wetenschappelijke studie

Een scriptie

28

Zonder een vaste arbeids overeenkomst

Freelance

29

Een overleg of gesprek met een arts of deskundige

Consult

30

Inhoudelijke spanning (synoniem)

Verhaalspanning

In gebeurtenissen, nieuwschierig,weet evenveel als personage dus vraagt af wat nu ?

31

Een personage dat medelijden of afkeer oproept

Anti-held

32

Degene die verantwoordelijk is voor het tot stand koken van het toneel

Regisseur

33

Een model voor het maken van een radio-televisie programma

Format

34

Modern/hedendaags theater kiest meestal voor een ander soort decor

Conservatief

35

Stand-upcomedy

Theatervorm lijkt op Cabaret. Maar verschillen

-korte grappige anekdotes I.p.v lange uitgewerkte nummers
-in kleinere zalen waar verschillende stand-upcomedians na elkaar optreden

36

Schuldige/ overtreder

Delinquent

37

wat een leerkracht doet aan de hoge school

doceren

38

Voortdurend

Continu

39

Prikkelbaar/driftig/humeurig

Kregelig

40

Morele argumenten

Geven aan wrm iets goed/verwerpelijk is. Zijn gebaseerd op pers of maatschappelijke normen en waarden

41

Iemand met een voorkeur voor seksueel verkeer met kinderen of zeer jonge personen

Pedofiel

42

Karakterhumor

Voortgevloeid uit karakters of typetjes

43

Een moeilijke keuze

Dilemma

44

Een hersenspoeling

Brainwashen

45

Woord/ uitdrukking waarbij men met de verschillende betekenissen speelt bv; letterlijk en figuurlijk

Woordspeling

46

Oude verhalen/ traditionele gebruiken maken deel uit van de

Folklore

47

Situatie humor

Voortgevloeid uit gebeurtenissen

48

Emotionele spanning (synoniem)

Psychologische spanning

Gevoelens en gedachten van hoofdpersonage. (Ik,hij/zij➡️personeel) weet als er gevat is en wilt waarschuwen.

49

Liefhebber van boeken (als kunstwerken)

Bibliofiel

50

Rationele argumenten

Objectiever en meer op feiten bewijzen ....

51

Het bijbrengen van de heersende zeden en gebruiken

Moraliserend

52

Na je dood

Postuum

53

Literatuur waarbij de gevoelens centraal staan

Lyriek

54

Omkeerwoord off -regel dat/die aan slaperige vis doet denken.

Lepel

Palindroom

55

Waar iedereen bij is

Plenair

56

Zelden

Sporadisch

57

Editor

Verantwoordelijke voor de werking ,bewerking en/of samenstelling (montage) van beeld- en/of geluidsmateriaal tot een product dat geschikt is voor publicatie

58

Lerend, onderwijzend, iets bijlerend

Didactisch

59

Gedrag waarbij een dochter zich aangetrokken voelt tot haar vader en zicht vijandig opstelt tgnovr de moeder

Elektracomplex

60

Literair Herne waarbij het de bedoeling is de tekst op te voeren

Dramatiek

61

Duidingaprogromma

Het nieuws maar meer over 1 onderdeel

62

Trivaal(minder belangrijk,leuk) nieuwsfeit, een weetje in de marge van het nieuws

Fait divers

63

waar iedereen bij is

plenair

64

zonder een vaste arbeids overeenkomst

freelance

65

Controleren

Verifiëren

66

Nuchter

Down-to-earth

67

De onveiligheidsgevoel persoonlijk waargenomen

Een subjectieve onveiligheidsgevoel

68

5regel vers met grappige inhoud

Limerick

69

Een melding (mail/gsm) wanneer er nieuwe info verschijnt op een website waarop je bent ingeschreven

Een feed

70

een hersenspoeling

brainwashen

71

Nieuwsanker

Vaste presentator van nieuws

72

Fijne, subtiele spot, vaak tegenstelling tussen wat men zegt/toont en werkelijk bedoelt

Ironie

73

Toneelgenre, bedoeld om leuk te zijn, meestal met persoonswisselingen verwarringen en vele problemen die gedurende het stuk toenemen. Loopt positief af

Klucht

74

Uitbreiding door een staat van een grondgebied

Expansie

75

Wat een leerkracht doet aan de hogeschool

Doceren

76

Iemand met een voorliefde voor Engelsen en het Engels

Anglofiel

77

na je dood

postuum

78

band van samenwerkende staten die elk hun eigen zelfstandigheid houden

federatie

79

Literaire spanning

Informatie achterhouden, alwetende verteller, lezers weten meer dan personage, verassende pointe, verhalen verhullen meer dn ze vertellen maar schrijver geeft kapstokjes (puzzel)

80

Behoren tot de basis; fundamenteel

Basaal

81

Een vrouw die streeft naar de gelijke behandeling van mannen en vrouwen

Feministe

82

Vorm van humor waarbij men vertrekt van een absurd uitgangspunt/idee en dat tot in het absurde uitwerkt

Absurde humor

83

Behandeling van spraakstoornissen

Logopedie

84

Iedereen die waanideeën heeft lijd aan

Psychose

85

Iemand die houdt van een gelijke

Homofiel

86

Band van samenwerkende staten die elk hun zelfstandigheid houden

Federatie

87

De opstelling en de beweging van de spelers in het speelvak

Mise-en-scène

88

nuchter

down-to-earth

89

Kort kernachtig gedicht mer verassende wending (Grieks voor opschrift)

Epigram

90

Bijtende, kwetsende humor, vaak gericht op de gebreken van andere personen. Pers die doelwit is kan er niet om lachten

Sarcasme

91

Reporter

Journalist terplekke die verslag uitbrengt van wat er gebeurt is

92

Emotionele argumenten

Persoonlijk en zeggen alleen iets over je eigen emoties

93

een model voor het maken van een radio-televisie programma

format

94

Ontwikkelingsfase bij kleine kinderen waarbij ze alles in hun mond willen stoppen

Orale fase

95

Individuele, subjectieve ervaring van de werkelijkheid

Perceptie

96

stijging van de prijspeil

inflatie

97

Stijlfiguur die gebruikmaakt van een overdrijving

Hyperbool

98

Dat is oubollig, weinig origineel

Dat is besnuffeld door de ratten

99

Blijspel, theaterstuk dat bedoeld is om het publiek aan het lachen te maken

Komedie

100

Situatie dat een proces vastloopt en moeilijk op te lossen is

Impasse

101

Iets wat je nieuwschierig maakt

Intrigerend

102

Bittere humor, waaruit je de ontgoocheling van de humorist ik mensen en situaties kunt aflezen

Cynisme

103

Beetnemen/ bedriegen

Belazeren

104

Redacteur

Journalist die op de redactie v/e krant,tijdschrift of zender berichten verzamelt, schrijft of in vereiste vorm brengt

105

Hoogleraar die een student begeleidt bij het schrijven van zijn scriptie

Een promotor

106

Decor is sober, zo weinig mogelijk rekwisieten gebruiken

Minimalistisch

107

Treurspel waarbij de afloop voor de hoofdrol slecht is

Tragedie

108

Stijlfig waarbij iets opzettelijk te zwak wordt uitgedrukt mer de bedoeling grappig te zijn

Understatement

109

Een bewust gemaakte taalfout

Opzettelijke fout

110

Humor waarbij men op een humoristische wijze een bepaalde publieke persoon of maatschappelijke toestand (politiek/koningshuis) op de korrel neemt

Satire

111

Theorie van Freud waarbij men psychische problemen probeert op tennissen Door het onbewuste van de patiënt op te sporen

Psychoanalyse