Voc P174-175 Flashcards Preview

Frans Sim2 > Voc P174-175 > Flashcards

Flashcards in Voc P174-175 Deck (81):
1

Blauwe plek

Le blue

2

Wondje, gezondheidsprobleempje

Le bobo

3

Het puistje

Le bouton

4

Verkoudheid

Le rhume

5

Hooikoorts

Le rhume des foins

6

Bloed

Le sang

7

De blaar

L’ampoule

8

Buil

La bosse

9

Brandwonde

La brûlure

10

Litteken

La cicatrice

11

Kramp

La crampe

12

Diarree

La diarrhée

13

Pijn

La douleur

14

Splinter

L’écharde

15

Koorts

La fièvre

16

Griep

La grippe

17

Indigestie

L’Indigestion F

18

Ziekte

La maladie

19

De beet, inspuiting

La piqûre

20

De wonde

La plaie

21

Gezondheid

La santé

22

Hoest

La toux

23

Spoedgeval

L’urgence

24

Gekwetst

Blessé

25

Verstopt

Bouché

26

Gebroken

Cassé

27

Gezwollen

Enflé

28

Verstuikt

Foulé

29

Ernstig

Grave

30

Ziek

Malade

31

Bleek

Pâle

32

Stijf

Raide

33

Gestrest

Stressé

34

Dringend

Urgent

35

Ingeënt

Vacciné

36

Verkoudheid oplopen

Attraper un rhume

37

Onderzoeke

Ausculter

38

Pilletje doorslikken

Avaler une pilule

39

Koorts hebben

Avoir de la fièvre

40

Er moe uitzien

Avoir l’air fatigué

41

Zich misselijk voelen

Avoir la nausée

42

Gebroken arm hebben

Avoir Le bras cassé

43

Verstopte neus hebben

Avoir Le nez bouché

44

Loopneus hebben

Avoir Le nez qui coule

45

Zich draaierig voelen

Avoir Le vertige

46

Pijn hebben

Avoir mal à

47

Een zonnesteek hebben

Avoir un coup de soleil

48

Verkoudheid hebben

Avoir un rhume

49

Kwetsen

Blesser

50

Ik heb jeuk

Ca me démange

51

De dokter raadplegen

Consulter Le médecin

52

Ontsmetten

Désinficter

53

Niezen

Éternuer

54

Allergisch zijn voor

Être allergique à

55

In goede conditie zijn

Être en forme

56

Onderzoeken

Examiner

57

Pijn doen

Faire mal

58

In bed blijven

Garder Le lit

59

Krabben

Gratter

60

Genezen

Guérir

61

Afspraak regelen

Prendre rendez-vous

62

Koorts opmeten

Prendre sa température

63

Voorschrijven

Prescrire

64

Ademen

Respirer

65

Spoelen

Rincer

66

Bloeden

Saigner

67

Verbranden

Se brûler

68

Stoten

Se cogner

69

Snijden in

Se couper au

70

Zich pijn doen

Se faire mal

71

Verstuiken

Se fouler

72

Neus snuiten

Se moucher

73

Goed/slecht voelen

Se sentir bien/mal

74

Flauwvallen

S’évanouir

75

Verzorgen

Soigner

76

Lijden aan

Souffrir de

77

Ziek worden

Tomber malade

78

Hoesten

Tousser

79

Zweten

Transpirer

80

Inenten

Vacciner

81

Braken

Vomir