Vocabulaire Unit 5+6 Flashcards Preview

Engels > Vocabulaire Unit 5+6 > Flashcards

Flashcards in Vocabulaire Unit 5+6 Deck (29):
1

Advertise

Adverteren

2

Apply

Solliciteren

3

Debts

Schulden

4

Exams

Examens

5

Newsagent

Krantenverkoper

6

Paramedic

Ambulancebroeder

7

Pretty good

Best goed

8

Regret

Spijt/betreuren

9

Stressful

Stressvol

10

Farmers
Fluent
Full-time

Boeren
Vloeiend
Fulltime

11

Immediately
Lawyer
Lucky

Meteen
Advocaat
Boffen

12

Medicine
Miss
Mushrooms

Geneeskunde
Missen
Champignons

13

Nuclear
Phrase book
Pick

Kern-
Taalgids
Plukken

14

Produce
Warm welcome
Boss

Producten
Warm welkom
Baas

15

Fall out
Get on
Look after

Ruzie maken
Opschieten
Oppassen

16

Look up
miserable
Petrol

Opzoeken
Ellendig
Benzine

17

Run out of
Traffic jams
Billion

Op zijn
Files
Miljard

18

Capricorn
Camping
Fed up

Steenbok
Camping
Genoeg hebben van

19

Hope
Philosophy
Prime minister

Hoop
Filosofie
Minister-president

20

Celebrate
Cycling
Surfing

Vieren
Fietsen
Surfen

21

Arrange
Divorced
Driving test

Regelen/organiseren
Gescheiden
Rijexamen

22

Heavy
Jumper
Supper

Zwaar
Trui
Avondeten

23

Test
Boomerang
Grown-up

Test
Boemerang
Volwassen

24

Nephew
Owe
Amazed

Neefje
Schuld hebben
Versteld staan

25

Belarus
Biochemistry
Communicate

Wit-rusland
Biochemie
Communiceren

26

Contaminate
Delighted
Disaster
Experts

Vervuilen
Blij
Ramp
Experts

27

Blond
Friendly
Climate

Blond
Aardig
Klimaat

28

Driest
Equator
Financial

Droogst
Evenaar
Financieel

29

Humid
Incredible
Investment

Vochtig
Onvoorstelbaar
Inverstering