Week 1 H. 1 + 2 Flashcards Preview

Sociologie > Week 1 H. 1 + 2 > Flashcards

Flashcards in Week 1 H. 1 + 2 Deck (28):
1

Noem de vier functies van sociologie

1. Kritiek op ideologieën
2. Beheersfunctie
3. Ordenende functie
4. Geven van sociologische verbeeldingskracht

2

Wat is kritiek van ideologieën

Wetenschap tegen ongefundeerd ‘zo zit de maatschappij nu eenmaal in elkaar’ ‘zo hoort het’.

3

Wat is beheersfunctie?

Machthebbers kunnen de resultaten van sociologisch onderzoek gebruiken om hun beleid op te baseren

De sociologie zoekt naar wetenschappelijke verklaringen voor de maatschappelijke situatie van mensen en reikt ideeën aan om veranderingen aan te brengen.

4

Wat is de ordenende functie?

De maatschappij overzichtelijker en begrijpelijker maken. Waarom gedragen mensen zich zo? Wat zijn de verbanden?

5

Wat is sociologie?

Sociologie is de wetenschap van de manieren waarop mensen met elkaar samenleven.

6

Sociologie pretendeert wetenschap te zijn en
het uiteindelijk beter te weten dan de man in
de straat:

Empirisch: gebaseerd op onderzoek
Systematisch: zoeken naar verbanden ipv losse feiten
Generaliserend: poging algemeen geldige uitspraken te doen

7

Wat maakt iets tot een sociologisch issue? Noem de zes criteria!

1. Er moet sprake zijn van een aanzienlijk aantal getroffenen
2. Het moet gaan om persoonlijk letsel van die getroffenen (private troubles)
3. Samenhang met andere problemen
4. Probleem is structureel en van lange duur
5. Het moet bovenpersoonlijke oorzaken hebben
6. Het moet tegen serieuze waarden ingaan.

8

Wat is psychologie?

zoekt een verklaring voor menselijk gedrag vanuit het individu

9

Wat is sociale psychologie?

Zoekt een verklaring voor menselijk gedrag vanuit de wisselwerking met de sociale omgeving

10

Wat is antroplogie?

Bestudeert niet-westerse en niet-geïndustrialiseerde samenlevingen

11

Wat is nurture?

Verklaring voor gedrag vanuit aangeleerde eigenschappen

12

Wat is nature?

Verklaring voor gedrag vanuit aangeboren eigenschappen

13

Wat is socialisatie?

Een proces waarbij mensen leren zich sociaal te gedragen en zich waarden en normen eigen maken in de voor hen relevante groepen

14

Wat zijn waarden?

Iets dat van belang is om na te streven. het zijn gedeelde veronderstellingen over wat goed is en daardoor nastrevenswaardig. Bijv. respect voor anderen, gerechtigheid, vredelievendheid etc.

15

Welke soorten normen zijn er?

Morele normen: over goed en kwaad;
Juridische normen: over legaal of illegaal;
Sociale normen: over gepast en ongepast.

16

Wat is gedrag?

Iets wat je onbewust toepast (internaliseren) en het is vanzelfsprekend

17

Wat is institutionalisering?

Gestandaardiseerd patroon van denken en doen in bepaalde situaties.

18

Wat is reïficatie ?

Sociologische begrippen (door mensen bedacht) worden gezien als zelfstandige en handelende objecten die boven mensen staan

19

Waarvoor dient sociale controle?

Om normen en waarden te handhaven

20

Wat is een rol?

Een rol is onpersoonlijk; een complex van normen en verwachtingen m.b.t. het gedrag en de positie van iemand anders.

21

Wat is een intern rollenconflict?

Eén sociale positie die moeilijk te combineren is met de verschillende verwachtingen.

22

Wat is een extern rollenconflict?

Iemand kan als gevolg van de verschillende posities die iemand inneemt de verschillende verwachtingen die aan hem gesteld worden moeilijk combineren. Bijv. een verpleger met onregelmatige werktijden die dit niet kan combineren met een lidmaatschap van een toneelclub.

23

Wat is internalisering? (onderdeel van gedrag)

Hete proces waarin je je verwacht gedrag 'eigen maakt' zodat je het zonder nadenken/automatisch doet.

24

Wat is hospitalisering? (totale instituties)

Bijz. vorm van internalisering. Zo’n sterke internalisering van verwachtingen dat eigen initiatief ontbreekt.

25

Wat betekent in de sociale wetenschappen (zoals sociologie) ‘sociaal’?

Gedrag in menselijke betrekkingen

26

Wat wordt met ‘sociologische verbeeldingskracht’ bedoeld?

Het verband leggen tussen persoonlijke ervaringen en
maatschappelijke ontwikkelingen.

27

Is het verschijnsel werkloosheid een sociologisch issue?

Ja, want het gaat om een structureel probleem van langere duur, dat niet aan het individuele gedrag van de vele werklozen te wijten is.

28

Een arts behandelt haar eigen zieke echtgenoot en zij vindt het moeilijk om hem een pijnlijke behandeling te laten ondergaan. Waar is dat een voorbeeld van?

Extern rollenconflict.