Week 2 - Literatuur Flashcards Preview

4 Governance & Strategy > Week 2 - Literatuur > Flashcards

Flashcards in Week 2 - Literatuur Deck (46)
Loading flashcards...
1

Wat is de kern van Lowndes & Sullivan (2008)

Gaat over neighbourhood governance

2

Wat is neighbourhood governance (Lowndes & Sullivan, 2008)?

De buurt wordt gepromoot als een plek waar de lokale overheid nieuwe routes kan leggen voor burgerparticipatie en verbeterde verantwoordelijkheid.

3

Wat is een neighbourhood (Lowndes & Sullivan, 2008)?

Geografisch begrensd gebied, dat mensen praktisch en symbolisch gebruiken. Neighbourhoods zijn sociaal opgebouwd: ze zijn alleen van waarde als fysieke entiteiten als ze gewaardeerd worden door de burgers.

4

Welke vier rationales (beweegredenen) worden onderscheiden voor neighbourhood governance (Lowndes & Sullivan, 2008)?

-Civic rationale
-Social rationale
-Political rationale
-Economic rationale

5

Wat houdt civic rationale in (Lowndes & Sullivan, 2008)?

Doel is om burgerparticipatie te stimuleren en actieve communities te bouwen

6

Wat houdt social rationale in (Lowndes & Sullivan, 2008)?

Doel is om publieke diensten te integreren en het verbeteren van de samenwerking tussen aanbieders.

7

Wat houdt political rationale in (Lowndes & Sullivan, 2008)?

Het doel is om de afstand tussen burgers en politieke leiders te verkleinen

8

Wat houdt economic rationale in (Lowndes & Sullivan, 2008)?

Zorgen voor een betere pasvorm tussen de behoeftes van de burger en de beschikbare diensten (verbeteren van de efficiëntie).

9

Welke vier ideaaltypen van neighbourhood governance zijn er (Lowndes & Sullivan, 2008)?

Zie plaatje

10

Wat houdt neighbourhood empowerment in?

Het mobiliseren van burgers

11

Wat is neighbourhood partnership?

Het samenbrengen van dienstverleners

12

Wat is neighbourhood government (ideaaltype)?

Het verbeteren van de reactiesnelheid en de verantwoordelijkheid van democratische besluitvorming.

13

Wat is neighbourhood management?

Het combineren van vraag en aanbod van diensten.

14

Welke uitdagingen kent neighbourhood governance (Lowndes & Sullivan, 2008)?

-Capacity
-Competence
-Diversity
-Equity

(zie plaatje)

15

Wat is de kern van Saltman & Bankauskaite (2006)?

Gaat over de soorten decentralisatie.

16

Wat kan je zeggen over decentralisatie (Saltman & Bankauskaite, 2006)?

Is synoniem geworden voor het versterken van regionale en gemeentelijke overheden. Niet alleen in de gezondheidssector, maar ook in publieke beleidsgebieden.

17

Welke soorten decentralisatie onderscheiden Saltman & Bankauskaite (2006)?

-Politieke decentralisatie
-Administratieve decentralisatie
-Fiscale decentralisatie

18

Wat kan je zeggen over politieke decentralisatie (Saltman & Bankauskaite, 2006)?

Betekent dat de verantwoordelijkheid voor het maken van beleid meer centraal is komen te liggen bij de lokale overheid binnen een land. Dit betekent een verschuiving van een nationaal naar een regionaal en van een regionaal naar een gemeentelijk/lokaal level.

19

Welke soorten redenen zijn er om politieke decentralisatie toe te passen in de publieke sector (Saltman & Bankauskaite, 2006)?

-Democratische redenen
-Economische redenen.

(Zie afbeelding)

20

Welke nadelen kent politieke decentralisatie (Saltman & Bankauskaite, 2006)?

-Ongelijkheid (inequity) door de grote variatie in dienstverlening
-Uniformiteitsgebrek bij dienstverlening levert ook zorgen op over de integriteit van de nationale beleidsbepalers.
-Inefficiëntie; omdat er meerdere kleine dienstverleners zijn.

21

Wat kan je zeggen over administratieve decentralisatie (Saltman & Bankauskaite, 2006)?

De staat blijft de actor met de meeste macht en maakt de belangrijkste beslissingen over beleidsvorming en politiek (planning, budgettering en grenzen), maar het beheer en leveren van diensten is verschoven naar lagere overheids- en private organisaties.

22

Wat is new public management (Saltman & Bankauskaite, 2006)?

Instrumenten en kennis uit de private sector naar de publieke sector. Denk hierbij aan het gebruik van prestatie indicatoren. Dit leidt tot meer concurrentie en tevens de mogelijkheid tot het maken van meer winst.

23

Wat kan je zeggen over fiscale decentralisatie (Saltman & Bankauskaite, 2006)?

Bepaalde fondsenwerving en uitgavenactiviteiten van de overheid kunnen beter worden uitgevoerd door lagere levels dan de nationale overheid.

24

Noem voorbeelden van fiscale decentralisatie (Saltman & Bankauskaite, 2006)?

-Gemeentelijke belastingen (rioolheffing, hondenbelasting etc.)
-Parkeertarieven

25

Wat is het voordeel van fiscale decentralisatie (Saltman & Bankauskaite, 2006)?

-Kan beter rekening worden gehouden met regionale verschillen
-Lagere planning en administratiekosten door de overvloed aan overlappende functies.
Concurrentie tussen lokale overheden bevorderen organisatorische en politieke innovatie.
-Bevolkingsmobiliteit vernauwt de kloof tussen lokale overheidsbeleid en lokale voorkeuren van de burgers.
-Efficiëntere politiek, aangezien burgers meer invloed hebben.

26

Waarom is het lastig om decentralisatie te implementeren (Saltman & Bankauskaite, 2006)?

Voornamelijk in de gezondheidszorg. Politieke decentralisatie is in de meeste westerse landen strak gericht op bepaalde gebieden van het maken van beslissingen. Beleidsvorming wordt zo een gedeelde oefening, waarbij besluitvormers op regionaal of lokaal niveau een breed scala aan servicegerelateerde beslissingen nemen. Dit terwijl het nationale niveau de kern en de verantwoordelijkheid van de regelgevende instanties behoudt.

27

Wat is de kern van Singleton (2005)?

Ongelijkheid in de gemeentes. In de ene gemeente heb je andere rechten en plichten dan in de andere gemeente.
Tevens gaat het over inefficiëntie door duplicatie;

28

Waar gaat het artikel van Singleton (2005) over?

Een vrouw die een burgerinitiatief in wil voeren omdat de ambulance te laat was om te reanimeren. Ze wil dat zoveel mogelijk mensen reanimatietraining krijgen.
De UK government gebruikt dit als promotiecampagne voor de New Public Health Policy. Dit willen ze gebruiken om het communitygevoel te versterken.
Singleton laat de negatieve kanten zien voor als je zoiets in wil voeren. De effecten van zo'n beleidsinvoering op lokaal niveau. Ze bespreekt de ethische dilemma's.

29

Welke ethische dilemma's bespreekt Singleton (2005)?

-Er wordt van leken verwacht dat ze experts zijn (dit roept verwachtingen op). Een 82-jarige vrouw die niet in staat is om te reanimeren krijgt hierdoor mogelijk een schuldgevoel.
-Waar richt je beleid op, dit is een specifieke interventies. Andere interventies kunnen gericht zijn op preventie, omgaan met de dood.
-Ziekenhuis is een specifiek punt waar je naar toe kan voor behandeling. Als iedereen het kan, mis je dat centrale punt. Het moet duidelijk blijven dat de ambulance nog steeds gebeld moet worden. Het is een toevoeging, geen vervanging van.
-Je legt de verantwoordelijkheid bij de burgers en je moet je afvragen of je dat wel wil. Of het niet de verantwoordelijkheid van de overheid moet blijven. Je geeft de groep de verantwoordelijkheid ipv een individu.

30

Wat is de kern van van Bochove et al (2016)?

Gaat over de gevolgen van het inschakelen van vrijwilligers. Wat zijn de gevolgen voor professionals en hun domein?