Werkcollege 13 - D Flashcards Preview

Digestie > Werkcollege 13 - D > Flashcards

Flashcards in Werkcollege 13 - D Deck (31):
1

Beschrijf van cyathostominae wat voor parasiet het is, welk dier het krijgt, waar in het MDK het terecht komt, wat de pathogenese veroorzaakt, hoe infectie plaatsvindt, wat de prepatent periode is en wanneer je klinische problemen verwacht.

Kleine bloedworm (strongylid, nematood) van het paard. Gaat in de dikke darm zitten (caecum en colon)

Pathogenese door het uit de mucosa komen van de larven in het late L4 stadium. Infectie door larven.

PPP = 2 tot 3 maanden (maar ook korter is beschreven)

Klinische problemen: larvale cyathostominose treedt meestal op in de winterperiode van november tot in het vroege voorjaar.

2

Beschrijf van Oxyuris equi wat voor parasiet het is, welk dier het krijgt, waar in het MDK het terecht komt, wat de pathogenese veroorzaakt, hoe infectie plaatsvindt, wat de prepatent periode is en wanneer je klinische problemen verwacht

Aarsmaad (nematood) van het paard. Adulten leven in caecum en colon, eieren worden afgezet in het perineaal gebied.

Pathogenese door schuren door jeuk aan de anus > vacht en huid problemen. Infectie door eieren met daarin een larve.

PPP = 4.5 maand

Klinische problemen: niet echt seizoensgebonden daar de eieren ook maanden lang infectief kunnen blijven

3

Beschrijf van Ostertagia ostertagi wat voor parasiet het is, welk dier het krijgt, waar in het MDK het terecht komt, wat de pathogenese veroorzaakt, hoe infectie plaatsvindt, wat de prepatent periode is en wanneer je klinische problemen verwacht

Nematood (strongylid) van het rund. Leeft in de lebmaag.

Pathogenese door aantasting slijmvlies (HCL producerende cellen > digestie stoornissen). Infectie door larven.

PPP = 18 dagen

Klinische problemen
Type I > parasitaire gastritis (juli - oktober, voorjaar eerste weideseizoen)
Type II > maart - mei (L3 van vorig voorjaar > adulten)

4

Beschrijf van Teladorsagia circumcinta wat voor parasiet het is, welk dier het krijgt, waar in het MDK het terecht komt, wat de pathogenese veroorzaakt, hoe infectie plaatsvindt, wat de prepatent periode is en wanneer je klinische problemen verwacht

Nematood (strongylid) van de schaap. Leeft in de lebmaag.

Pathogenese door aantasting slijmvlies (HCL producerende cellen > digestie stoornissen). Infectie door larven.

PPP = 16 dagen.

Klinische problemen in de zomer en herfst

5

Beschrijf van Haemonchus contortus wat voor parasiet het is, welk dier het krijgt, waar in het MDK het terecht komt, wat de pathogenese veroorzaakt, hoe infectie plaatsvindt, wat de prepatent periode is en wanneer je klinische problemen verwacht

Dit is een nematood (strongylid) van het schaap. Komt voor in de lebmaag.

Pathogenese door bloed drinken door laat L4 en adulten aan de lumenkant > ctypten worden grotendeels onaangetast gelaten doordat de larven in een kleiner stadium (vroege L4) uit het epitheel komen. Infectie door larven.

PPP = 18 - 19 dagen

Klinische problemen in vroege zomer

6

Beschrijf van Nematodirus battus wat voor parasiet het is, welk dier het krijgt, waar in het MDK het terecht komt, wat de pathogenese veroorzaakt, hoe infectie plaatsvindt, wat de prepatent periode is en wanneer je klinische problemen verwacht

Nematood (strongylid) van het schaap. Leeft in de dunne darm.

Pathogenese door snelle opbouw immuniteit > larven ontwikkelen zich in de mucosa > villus atrofie. Bij jonge lammeren kan er fikse diarree optreden en zelfs sterfte. N. battus geeft nog eens behoorlijk zwarte of geelgroene diarree. Het is een killer parasiet, vooral door de larven die in de mucosa rondgraven. Nematodirose zie je tegenwooordig ook wel later bij lammeren geboren in het voorjaar of de zomer. Er wordt ook nematodirose gezien rond augustus bij koppels van laatgeboren lammeren.

Infectie: de ontwikkeling van de larven op de wei vindt plaats in het ei waarna er uit het ei direct L3 vrijkomen. De L3 worden opgenomen door het schaap.

PPP = 15-29

Klinische problemen: zeer vroeg in het seizoen, voor het spenen al mogelijk maar dus ook bij later gebore nlammeren rond augustus (is niet de regel maar blijkbaar is N. battus minder afhankelijk van de koude prikkel die geact werd noodzakelijk te zijn voor het uitkomen van de eieren).

7

Beschrijf van Toxocarac canis wat voor parasiet het is, welk dier het krijgt, waar in het MDK het terecht komt, wat de pathogenese veroorzaakt, hoe infectie plaatsvindt, wat de prepatent periode is en wanneer je klinische problemen verwacht

Nematood van de hond. Leeft in de dunne darm.

Pathogenese: migratie van de larven geeft klachten buitenom het maag-darmkanaal > lever en longen. Grote aantallen leveren bij pups het karakteristieke wormbuikje op. De adulten kunnen door hun aanwezigheid ook diarree veroorzaken. Infectie door eieren met L3

PPP is wisselend.
tracheale migratie: 27 - 35 dagen
somatische migratie: niet te voorspellen
Intrauteriene infectie: 21 - 25 dagen
lactogene infectie: 27 - 35 dagen
opeten parantenische gastsheer: 19 dagen

Klinische problemen:
Niet echt seizoensgebonden. Er is wel een seizoensafhankelijke snelheid waarmee de eieren infectief kunnen worden, maar gezien de robuustheid van deze eieren die ervoor zorgt dat eieren jaren infectief kunnen blijven is dit niet terug te vinden in een seizoensdynamiek.

8

Beschrijf van Trichuris vulpis wat voor parasiet het is, welk dier het krijgt, waar in het MDK het terecht komt, wat de pathogenese veroorzaakt, hoe infectie plaatsvindt, wat de prepatent periode is en wanneer je klinische problemen verwacht

Nematood van de hond. Leeft in het caecum en heel soms ook in het colon.

Pathogenese: tunneling met het dunne vooreinde door de mucosa. Infectie door eieren met daarin een larve (L1)

PPP = 9-13 weken

Klinische problemen: identiek aan Toxocara canis

9

Beschrijf van Uncinaria stenocephala wat voor parasiet het is, welk dier het krijgt, waar in het MDK het terecht komt, wat de pathogenese veroorzaakt, hoe infectie plaatsvindt, wat de prepatent periode is en wanneer je klinische problemen verwacht

Nematood (strongylid) van de hond. Leeft in de dunne darm.

Pathogenese: zeer weinig pathogeen (in tegenstelling tot de zuid europese Ancylostoma caninum). Als er klinisch iets wordt gezien, komt dit door het aanhechten van de adulten met hun mondkapsel waarbij er hapjes genomen worden uit de mucosa. In tegenstelling tot ancylostoma drinken ze geen bloed. Larven migreren en kunnen in diverse weefsel langdurig aanwezig zijn. Infectie door larve.

PPP = 14 tot 18 dagen

Klinische problemen: eieren kunnen zich vanaf ongeveer 8 graden celsius gaan ontwikkelen en een deel van de larven kan de winter overleven.

10

Geef de belangrijkste redenen waarom maagdarmworminfecties leiden tot groeivertraging.

De dieren eten minder (anorexie) doordat ze zich niet lekker voelen. Dit is het grootste probleem. Er is ook wat maldigestie doordat de parasiet zorgt dat er een metaplasie van slijmbekercellen is (minder zuur, pepsinogeen wordt niet meer omgezet in pepsine en bacteriën worden niet meer gedood).

11

Fecesmonster van paarden met rode wormpjes. Stel dat u in het fecesmonster van de jaarling geen eieren vindt, welke conclusie kunt u dan trekken?

Geen conclusie, bij larvale cyathostominose worden vaak helemaal geen eieren meer in de feces gevonden. Eieren van een cyathostominose worden gemaakt door de volwassenen en de L4 die uit de mucosa breekt. Je zag hier de larven op de diarree, dus het is een kleine kans dat je eieren vindt.

12

Wie of wat is/zijn de bron(nen) voor infectie tijdens het weideseizoen als het gaat om ee ninfectie met kleine strongyliden (Cyathostominae)?

De feces van paarden. De bron van infectie met kleine strongolyden (Cyathostominae) zijn de paarden die op de wei staan. Deze paarden scheiden larven uit en de larven wachten dan weer andere paarden op in de wei. L3 is het infectieuze stadium

13

In welke fasen van infectie zien we kliniek bij dieren t.g.v. infectie met cyathostominae en hoe komt die tot stand?

Winter: alle geïnhibeerde L4 komen massaal uit de darmen

14

Welke verdenking heeft u waardoor u de extra adviezen en voorzorgsmaatregelen v.w.b. hygiëne in het lab aanbeveelt bij het vinden van rode wormen in feces van paarden??

Secundaire infectie met Salmonella. Dit gaat vaak gepaard met koorts.

15

Welke methode kunt u gebruiken om de diagnose cyathostominae te stellen?

Rode wormpjes in feces met diarree = cyathostominae. In de eitelling kijken of er specifieke eitjes te vinden zijn heeft geen zin. Inspectie van perineale gebieden met de plakbandmethode is gericht op aarsmaden, dus heeft bij Cyathostominae weinig zin. Als je een fecesmonster opstuurt naar een microbiologisch lab wordt er voorla gekeken of er een secundaire infectie is met Salmonella.

16

Geef de belangrijkste redenen waarom maagdarmworminfecties leiden tot groeivertraging bij runderen?

Ostertagia ostertagi (lebmaagworm). De dieren voelen zich ziek en vertonen daarom anorexie. Er is maldigestie doordat parasiet zorgt dat er een metaplasie van de slijmbekercellen. Er komt minder zuur, pepsinogeen wordt niet meer omgezet in pepsine en bacteriën worden niet meer gedood. Tight junctions worden afgebroken dus bloedeiwitten lekken naar het lumen.

17

Waarom treedt groeivertraging bij runderen als gevolg van maagdarmwormziekte vooral op in de tweede helft van het weideseizoen?

Dieren komen buiten. Dan heb je vaak te maken met hele lage besmetting op het weinig met weinig larven. Dan komt de prepatentperiode van 3 weken en krijg je nieuwe eieren op het land. Die moeten weer ontwikkelen tot larven en infecteren. Richting de tweede helft van het weideseizoen bouwt de weideinfectie zich op. Pas dan krijg je echt problemen.
Pas bij een zware infectie treedt er groeivertraging op. Het duurt 2 tot 3 maanden totdat de
eerst opgenomen eitjes (toen ze net op de wei gingen) zijn vermeerderd. Ze moeten namelijk
opgenomen worden, volwassen worden, meer eitjes uitscheiden, larve moet zich ontwikkelen
en dan weer opgenomen worden. De infectie is het zwaarste op de 2e helft van het
weideseizoen.

18

Wat is er op te merken aan de wormbestrijding bij kalveren?

Je geeft preventief die bolus waardoor er geen immuniteit wordt ontwikkeld tegen de larven. De lengte van het weideseizoen is ongeveer 4 maanden. De bolus werkt 5 maanden. Als ze op stal binnen komen krijgen ze weer een behandeling (doramectine). Bolus zorgt ervoor dat er géén parasietencontact is. Er is steeds een beetje anthelmiticum. De kalveren hebben geen kans om immuniteit op te bouwen, wat later in het leven problemen kan geven Als je geen bolus zou geven en geen doramectine, dan is omweiden voldoende om de infectie te beheersen. Het duurt ongeveer een maand voordat de eitjes die op het land zijn gekomen larve zijn geworden. Larven moeten migreren van de feces naar het gras (dat duurt ook ongeveer 2 weken). Met drie percelen kun je zonder gebruik van preventieve anthelmintica mogelijk lichte infecties krijgen (toch weerstand).

19

Wat is de meest waarschijnlijke reden waarom de pinken zo slecht gegroeid zijn?

Omdat ze geen immuniteit hebben kunnen opbouwen door de bolus en heel gevoelig zijn voor de parasieten. Omdat de dieren niet echt ziek worden, zie je dit niet eerder. Het is een economisch probleem.

20

Leg de pathogenese van ostertagia ostertagi uit.

L3 larven maken pariëtale cellen kapot en veranderen ze in slijmproducerende cellen (metaplasie). Hierdoor wordt er minder zoutzuur uitgescheiden, de pH stijgt. Pepsinogeen wordt minder omgezet in pepsine waardoor de eiwitvertering minder wordt. Het bacteriedodend effect wordt minder. Je krijgt ontsteking door snelle deling slijmbekercellen, tight junctions gaan kapot (verhoogde permeabliteit).

21

Welke parasiet(en) produceren strongylus type eieren? Hoe maak je het onderscheid?

Haemonchus contortus, Trichostrongylus, Uncinaria stenocephala, Cyathostomum spp., Teladorsagia circumcinta, Nematodirus battus (officieel geen strongylustype ei, goed te vinden), Ostertagia ostertagi, Cyathostominae. Er is een verschil wanneer je ze tegenkomt en wat ze doen. Haemonchus zorgt voor bloedarmoede, Trichostrongylus zorgt niet echt voor problemen. Door een feceskweek in te zetten en uit te laten komen tot een infectieuze larve, kun je de soort ook bepalen. Dat is allemaal soortspecifiek.
Het aantreffen van de eieren is niet genoeg voor een diagnose ‘vermineuze oorzaak van de diarree’. Alle grazers hebben maagdarmwormen, maar hoeven er niet ziek van te zijn.

22

Maak een indeling van de verschilende parasieten bij lammeren naar de perioden / seizoenen waarin ze onder Nederlandse omstandigheden problemen geven

Haemonchus: juni tot september
Teladorsagia: juli tot november
Trigostrongylus: juli tot januari
Nematodirus: april tot juni

23

Welke eieren blijven liggen in de winter bij schapen en welke niet?

Telodorsagia en trigostrongylus blijven liggen, Haemonchus kan de winter niet overleven op de weide (subtropische parasiet)

24

Haemonchus contortus-crouwtjes scheiden zeer veel eitjes uit. Wat is er klinisch zichtbaar bij Haemonchus contortus?

Ze zuigen gewoon bloed en veroorzaken eigenlijk geen diarree. Een lam met veel Haemonchus heeft geen diarree, maarwel anemie, shock en mogelijk sterfte

25

17. Geef richtlijnen voor een manier voor het beperkt houden van maagdarmworminfecties via anthelmintische interventie op een bedrijf waar de schapen op een beperkt oppervlakte gehouden worden. Besteed hierbij aandacht aan alternatieven.

Klein deel van de schapen niet ontwormen zodat er geen resistentie optreedt. De lammeren op een veilige weide laten (belangrijker dan bij volwassen schapen). Schapen maximale tijd op één weide. Voldoende omweiden. Haemonchus is leidend, maximaal 2 weken (in de zomerperiode). Voor teladorsagia zou gelden ééns in de maand. Haemonchus kun je in grote getalen doden door het geven van anthelmintica aan de ooien rondom het aflammeren (of het opstallen).

26

Welke wormsoort(en) ken je die in Nederland bij honde nmaagdarmklachten kunnen veroorzaken?

Toxocara canis
Trichuris vulpis
Toxocaris leonina (spoelworm, geen problemen)
Uncinaria stenocephala (haakworm, endemisch in Nederland, minder hygiënisch.
Ancylostoma caninum (haakworm soms mee uit subtropische gebieden, buitenlandanamnese).
Dipylidium caninum (lintworm geeft jeuk aan de anus, sleetje rijden)
Taenia spp. (lintworm geen verschijnselen)
Echinococcus granulosus (lintworm geen verschijnselen)

27

Waarom zie je wel eitjes van toxocara canis bij pups van 4 weken en niet bij pups van 1 week?

heeft een prepatente periode van 4 tot 5 weeken, geen eitjes in de ontlasting bij week 1 dus en bij week 4 wel. Tocaxara canis kan doorgegeven worden via de melk en intra-uterien. Ook tijdens de nestverzorging via de feces wordt Toxacara overgedragen. Bij katen (cati) mist de intra-uteriene periode)

28

Wat is er aan de hand bij een pup van 3 tot 6 maanden met bleke slijmvliezen en sloomheid?

Trichuris vulpis: bij pup van 3 tot 6 maanden zorgt trichuris vulpis voor de bleke slijmvliezen en sloomheid. Het heeft een prepatent periode van 2.5 tot 3 maanden.

29

Wat is de PPP van cystoisospora?

8 tot 11 dagen

30

Geef een verklaring voor het ontstaan van de 'wormbuikjes' en voor de diarree en de anemie bij de oudere hond(en). Van welk orgaansysteem verwacht u dat er ook klachten opgetreden zijn?

Wormbuikjes door ophoping gas: wormbuikjes
Anemie: eten bloed en weefselvloeistof (toxocaris canis) Deze gaat via lever en longen en veroorzaakt longproblemen. Die kun je bij de puppies al zien.
Diarree: toxocaris canis bij heel veel en cystoisospora en uncinaria zou op de achtergrond ook meespelen als er veel zijn. Uncinaria infecteerd per cutaan en die maakt dus ook een lichaamstrektocht maar vaak zonder klachten.

31

Welke interventies past u toe om de zieke honden (wormen) gezond te maken? En welke preventieve maatregelen gaat u aanbevelen?

Schoonmaken. Alleen de oppervlakte schoonmaken is niet voldoende. Je moet het eigenlijk afgraven tot een meter diepte. Stomen zodat alle eieren kapot gaan (dan nog kans op in leven blijven). Liever een hele nieuwe uitloop maken. Ontwormen met een vast ontwormingsregien voor toxacara canis: 2 weken, 4 weken, 6 weken, 8 weken, dan eens per maand tot leeftijd van een half jaar. Daarna minder. Eigenaar opvoeden: goed opruimen.