Werkcollege 4 - B Flashcards Preview

Digestie > Werkcollege 4 - B > Flashcards

Flashcards in Werkcollege 4 - B Deck (31):
1

Beschrijf het algemeen morfologisch reactiepatroon van maagslijmvlies in 4 veranderingen.

1. Toegenomen productie en secretie van slijm (mucine) door een toegenomen aantal urinevormende slijmbekercellen (hyperplasie), eventueel gepaard gaande met pseudopylorische metaplasie (hoofd- en pariëtale cellen vervangen door slijmbekercellen) of intestinale metaplasie (maagepitheel vervangen door onder meer slijmbekercellen)

2. Degeneratieve veranderingen (atrofie, degeneratie en necrose) van het maagepitheel – oppervlakte, foveolair (foveola = maaggroefje) en glandulair epitheel – en de lamina propria, eventueel gepaard gaande met erosies en ulcera.

3. Toegenomen (foveolaire en glandulaire hyperplasie) of afgenomen proliferatie (slijmvliesatrofie) van het maagepitheel (nekcellen)

4. Ontstekingsreactie in de lamina propria.

2

Benoem de verschillende vormen van gastritis.

- Acute catarrale gastritis
- Purulente gastritis
- Eosinofiele gastritis
- Hemorragische gastritis
- Fibrinonecrotische gastritis
- Chronische gastritis
- Hypertrofische gastritis
- Lymfofolliculaire gastritis

3

Waardoor kan een acute catarrale gastritis worden veroorzaakt? Wat zie je?

Kan veroorzaakt worden door infectieuze en niet-infectieuze oorzaken (corpora aliena, thaliium, uremie). Macroscopisch: verhoogde slijmafscheiding, hyperemie, verdikking slijmvlies. Microscopisch: sereus vocht met gering aantal ontstekingscellen, oa. PMKs

4

Hoe ziet een purulente gastritis eruit?

Zoals acute catarrale gastritis, maar dan met heel veen leukocyten. Ten gevolge van necrose kunnen erosies en ulcera ontstaan.

5

Hoe ziet een eosinofiele gastritis eruit?

Zoals purulente gastritis maar dan met heel veel eosinofiele. Dit zie je bij een allergische reactie en bij een parasitaire infectie.

6

Hoe ziet een hemorragische gastritis eruit?

Gekenmerkt door sterke hyperemie en hemorragie in (sub)mucosa, soms bloed in het lumen. Soms dit beeld bij dieren met uremie (vooral honden). Vrijwel lege maag (braken) met wat slijmerige of bloederige inhoud en bij uremie ammoniakale lucht (omzetting ureum in ammoniak door urease).

7

Hoe ziet een fibrinonecrotische gastritis eruit?

Lokaal (boutons) en diffuus. Als necrotiserende cellen desquameren, kunnen ersosies en ulcera ontstaan

8

Hoe ziet een chronische gastritis eruit?

Toename lymfocyten, plasmacellen, histiocyten en bindweefsel. In ernstige gevallen afname van dikte van slijmvlies, pariëtale cellen en hoofdcellen nemen af, metaplasie van de slijmvormende cellen (pseudopylorische metaplasie).

9

Hoe ziet een hypertrofische gastritis eruit?

Chronische gastritis met diktetoename van de mucosa. Berust op een hyperplasie van de mucosa van de foveolae (maaggroefjes) of de glandulae (foveolaire of glandulaire hyperplasie). Slijmvlies heeft korrelig of hobbelig oppervlak. Kan leiden tot pylorusstenose.

10

Hoe ziet een lymfofolliculaire gastritis eruit?

In aantal en grootte toegenomen lymffollikels samen met een chronische ontsteking.

11

Gagging

Kokhalzen

12

Retching

Kokhalzen met ritmische contracties voorafgaand aan braken (diafragma)

13

Dysphagia

Slikproblemen

14

Regurgitation

Regurgiteren

15

Vomiting

Overgeven

16

Expectoration

Slijm opgeven uit keel of longen

17

Hoe kan je het onderscheid maken tussen braken en regurgiteren? En waarom is het belangrijk om het verschil te maken?

Braken is een actief retrograad proces en regurgiteren is een passief retrograad proces. Het is belangrijk een verschil te maken tussen braken en regurgiteren omdat beide andere oorzaken hebben. Echt uitvragen of het actief of passief is.

18

Soms wordt een pH meting van het braaksel geadviseerd om het verschil tussen braken en regurgiteren te kunnen bepalen. Wat zijn argumenten voor en tegen een dergelijke meting, en hoe betrouwbaar is deze analyse?

Tegen: Regurgiteren kan ook uit het voorste deel van de maag komen. Als er een zure uitslag komt heb je dan nog steeds geen uitsluitsel. Als het niet zuur is, kan het nog steeds maaginhoud zijn (fundus gedeelte, overvulling van de maag). Het kan ook uit het duodenum komen. Dit is dus geen handige diagnostische toets.

19

In grote lijnen kunnen oorzaken van braken onderverdeeld worden in 3 categorieën. Welke zijn dit?

1. Centraal.
Tumor, ontsteking, hersenschudding, vestibulair centrum (wagenziekte)

2. Maagdarmkanaal
Overvulling

3. Buiten maagdarmkanaal.
Nierproblemen, leverproblemen zorgen voor endotoxinen (ureum, kreatinine)

20

Geef een anamnistisch gegeven dat een aanwijzing kan zijn voor de lokalisatie van de oorzaak.

Als er direct na de maaltijd gebraakt wordt zit het probleem meestal in de slokdarm of maag.

21

NSAID heeft naast een pijnstillende en anti-inflammatoire werking ook ischaemie van het maagslijmvlies en een verminderde productie van natriumbicarbonaat en mucinen tot gevolg. Beschrijf de pathogenese van de hierbij eventueel optredende slijmvliesdefecten.

NSAIDs remmen COX-1 waardoor er minder prostaglandines worden geproduceerd. Dat is fijn omdat dit bijvoorbeeld pijn-, onstekings- en koortsverlagend kan werken. COX-1 maakt echter prostaglandines in het maagslijmvlies ter bescherming hiervan. Langdurig gebruik van NSAIDs kan echter zorgen voor ulcera omdat de pariëtaalcel niet meer geremd wordt door prostaglandines in de aanmaak en afgifte van zuur. Er kan ook wat minder doorbloeding zijn van de maag en er kan minder mucus worden geproduceerd. Prostaglandine zorgt namelijk voor vasodilatatie en zorgt voor de aanmaak van bicarbonaat.

22

Wat is het verschil tussen de manier waarop de maag tegen een lage pH kan en wat er zal gebeuren als die zure inhoud in de slokdarm terecht komt?

In de slokdarm wordt geen mucus met bicarbonaat afgegeven. De wand van de slokdarm is dus niet beschermd tegen het maagsap.

23

Noem complicaties die kunnen optreden bij een ulcera

Maagbloeding en perforatie van de maag (gevolgd door een peritonitis). Soms ook infectie

24

Collie, 9 jaar, reu. Al enige maanden minder eten, vermageren. Tijdens de echo wordt een verdikking
waargenomen van de maagwand op de overgang van het corpus naar het antrum, en er zijn aanwijzingen voor een ulcus. Soms heeft de hond last van overgeven met speekselen en sinds een week ook met bloed erbij.

Is er sprake van regurgiteren of van braken en waarom?

Bij dysfagie zou je ook een speekselvloed kunnen hebben terwijl je niet braakt, dus het is nog niet helemaal vast te stellen of de hond braakt of regurgiteerd.

25

Bij dysfagie zou je ook een speekselvloed kunnen hebben terwijl je niet braakt, dus het is nog niet helemaal vast te stellen of de hond braakt of regurgiteerd.

Wat zijn differentiële diagnoses en welke differentiële diagnoses kun je bedenken voor het probleem van de hierboven beschreven hond?

Differetentiële diagnoses zijn alle mogelijke diagnoses gerangschikt van meest waarschijnlijk naar minst waarschijnlijk. Neoplasie, corpus alienum en ulcus. Bij een ulcus is er een verhevenheid door ontstoken weefsel en is de mucosa en de lagen daaronder zijn weg. Een ulcus kan verschillende dieptes hebben.

26

Wat is het diagnostisch plan bij een hond met verdikking in de maag, overgeven (met bloed), vermagering, verminderde eetlust?

Er is al een echo gemaakt waar een verdikking zichtbaar is. Met endoscopie een biopt nemen. Nu moet een cytologie en histologie van de verdikking worden gedaan om te kijken wat het is. Neoplasie en ulcus kan er hetzelfde uit zien. Als er geen endoscoop is, kan je hem ook gelijk opensnijden.

27

Op grond van welke histologische en cytologische kenmerken benoemt u deze aandoening als maligne?

Infiltratief, invasief, sneldelend (veel delingsfiguren), weinig differentiatie, angiogenese, Anycocytose, dyskaryose. Cellen die er niet horen, structuur is weg.

28

Wanneer bij koeien lebmaaginhoud in orale richting wordt verplaatst, spreekt men van reflux van maaginhoud. Dit vindt plaats bij een achterste stenose, waarbij de passage van voedsel ter hoogte van de pylorus van de lebmaag gering is. Hierbij treden net als bij het braken veranderingen op in de water- en zout homeostase.

Ga op basis van uw kennis over de excretie van maagzuur na wat het gevolg is van het braken (of van een achterste stenose) op de zouthomeostase en de pH.

HCL wordt uitgescheiden naar de voormagen. Bicarbonaat gaat naar het bloed. De pH van het bloed gaat omhoog (alkalisch) en je verliest chloride en water naar de maag toe.

29

Verklaar de vorm van de buik (pappelvorm) bij een koe met een achterste stenose.

De pappel zit ventraal in de buik. Al het water blijft hangen in de voormagen. Daardoor zakt het over de bodem ventraal uit. De koe eet ook niet meer. Het water wordt aangetrokken door HCL.

30

Bij koeien met een achterste stenose wordt een hogere hematocriet gevonden. Wat is daar de oorzaak van?

Vochtverlies naar de voormagen. Via het maagslijmvlies en het speeksel verliest de koe vocht en die dehydreert.

31

De balans tussen de intra- en extracellulaire (bloed) K+ concentratie is afhankelijk de H+ concentratie in de extracellulaire vloeistof. Beredeneer wat er met de K+ concentratie van koeien met een achterste stenose zal gebeuren.

H+ wordt naar extracellulair getrokken door de alkalischheid. Daarvoor wordt K+ intracellulair getrokken via de H+/K+ pomp. Er volgt een hypokalemie met systemische gevolgen.