Werkcollege 5 - C Flashcards Preview

Digestie > Werkcollege 5 - C > Flashcards

Flashcards in Werkcollege 5 - C Deck (19):
1

Beschrijf globaal de histologische opbouw van de pancreas.

De pancreas bestaat uit een exocrien deel en een endocrien deel. Het endocriene deel wordt ook wel de eilandjes van Langerhans genoemd en dit beslaat ongeveer 2 % van de pancreas. Het bestaat uit alfa-cellen (glucagon), bèta-cellen (insuline) en delta-cellen (somatostatine). Het exocriene deel van de pancreas beslaat 85% van het orgaan en is betrokken bij de digestie. Het is dus een gecombineerde klier. Het exocriene deel lijkt op speekselclieren. Er zijn sereuse (acinaire) cellen met een afvoerend gedeelte in het midden. Die mondigen uit in een verzamelbuis die de boel naar het duodenum leidt. Je hebt dus acini die door ducten aan elkaar zitten. De acinaire cellen bevatten een grote hoeveelheid ruw endoplasmatisch reticulum waaraan grote hoeveelheden secretoire eiwitten worden gemaakt: de verteringsenzymen. Gespecialiseerde cellen dicht bij de overgang van acini naar duct heten centroacinaire cellen. Zij hebben, minder dan de ductuscellen, de rol om de elektrolytencompositie van de vloeistof te veranderen. Via het samengestelde ductus systeem mondt deze klier uit in de ductus pancreaticus die weer uitmondt in het duodenum.

2

Wat verstaat men onder zymogeengranula, en waar in de pancreas zijn ze gelokaliseerd?

Zymogeengranula zijn vesikels met pro-enzymen. Zij worden gemaakt door acinaire cellen en aan de cellulaire apex opgeslagen. Als de cel gestimuleerd wordt, fuseren de vesikels met het apicale membraan en dan komen de zymogenen vrij in de ductus.

3

Noem de enzymen die de intraluminale vertering uitvoeren en verklaar het verband tussen het pH-optimum van de enzymen, maagzuur en bicarbonaat uit de pancreas.

Glycosidasen breken koolhydraten af. Een voorbeeld hiervan is sucrase, wat sucrose splitst. Amylase knipt amylose, maltase knipt maltose (twee stukjes en drie stukjes) en dextrinase knipt grensdextrines. Lactase knipt lactose. Peptidasen / proteasen breken eiwitten af. Pepsine knipt gedenatureerde eiwitten. Endoproteasen knippen gedenatureerde eiwitten tot polypeptides (trypsine, chemotrypsine, elastine). Exoproteasen knippen de polypeptiden tot aminozuren en di- en tripeptiden (carbocypeptidase en aminopeptidase). (Fosfo)lipasen breken vetten af. De pancreas scheidt met de verteringsenzymen een hoop bicarbonaat uit. Waarschijnlijk werken de enzymen niet optimaal bij een hele lage pH. De pH moet iets omhoog. Dat doet het bicarbonaat. Bicarbonaat zorgt er ook voor dat de maagwand beschermd wordt tegen de zure pH.

4

Benoem de verschillende vormen van pancreatitis en beschrijf hun morfologische kenmerken.

Er bestaat een chronische en een acute pancreatitis.

5

Op grond van welke morfologische veranderingen is het aannemelijk dat de exocriene pancreasfunctie verminderd is, vergeleken met een normale pancreas?

Doordat de acini weg zijn (atrofie) zal de pancreas kleiner zijn.

6

Wat is de functie van gal in de darm?

Gal heeft als functie vet te emulgeren. Dit is handig omdat pepsine zo het vet kan afbreken tot vetzuren en monoglycerol, maar ook om te voorkomen dat de vetzuren weer aan elkaar gaan zitten en zo speelt gal een grote rol in de begeleiding van absorptie. In gal zitten galzouten en (lyso)fosfolipiden.

7

Beschrijf mogelijke veranderingen van vetten en vetzuren in de ontlasting van een patient met intra- of extrahepatische galgangobstructie.

Intrahepatische galgang: obstructie in de lever. Tumor, stukje lever is aangetast, galstenen (verkalking), leverziekten (hepatitis, kan ook voor obstructie zorgen. Ook ontstekingen van de galwegen zelf).
Extrahepatische galgang: obstructie zit tussen de galblaas en het duodenum. Zelfde oorzaken, maar dan niet in de lever maar na of voor de lever. Bij intrahepatische galgangobstructie kan er nog wel iets naar de darm toe. Intrahepatische galgangen komen vanuit de hepatocyten bij elkaar en komen uit de lever. Vanaf daar is het extrahepatische galgangen. Er zullen meer vetten en vetzuren in de ontlasting zitten doordat gal het niet meer goed kan emulgeren waardoor lipase niet goed het vet kan afbreken en het niet goed kan worden. De eigenaar ziet er echt vettig uit. Het stinkt, ruikt heel zuur.

8

Bij een 5 jaar oude, mannelijke gecastreerde Bull terrier “Amos” met icterus en braken sinds 4 dagen, wordt tijdens een abdominale echografie een corpus alienum in het proximale duodenum gediagnosticeerd. Hoe verklaart u de klachten?

Obstructie zorgt ervoor dat de maag zal overvullen en dat zal voor braken zorgen. Dit zorgt ook voor obstructie van de afvoer van de galvloeistof. Druk wordt druk opgebouwd en komt het bilirubine in het bloed terecht.

9

Hoe verklaart u het optreden van betonkleurige ontlasting bij een galgangobstructie?

Bilirubine zorgt voor de kleur van je ontlasting. Deze krijgt de ontlasting nu niet. Bilirubine is geel. In de darmen zitten bacteriën die het omzetten eerst tot bili…, uiteindelijk tot stercobilinogeen, dit is donker van kleur

10

Pinto, mannelijk, 1 jaar oud: sterk vermagerd, soms buikkrampen, veel ontlasting, polyphagie
Prima, vrouwelijk, 2 jaar oud: buikpijn, anorexie, braken.

Als beide honden een aandoening van de pancreas hebben, welke heeft dan waarschijnlijk pancreatitis en welke heeft exocriene pancreas insufficiëntie?

Pinto heeft dan exocriene pancreas insufficiëntie. Hij heet veel, geeft ontlasting (er wordt dus weinig opgenomen), vermagerd ondanks dat hij veel eet, en heeft buikkrampen, mogelijk door de druk op de darmwand. Prima heeft geen eetlust en dat past niet bij exocriene pancreasinsufficiëntie.

11

Benoem de histologische en klinische verschillen tussen pancreas insufficiëntie en pancreatitis.

Bij een pancreas insufficiëntie zul je een aplasie (nooit ontwikkeld) door autoimmunologische mechanismen. Bij oudere dieren kan EPI ontstaan door chronische pancreatitis. Je ziet geen ontstekingscellen. Bij acute of chronische pancreatitis zie je wél ontstekingscellen.

12

Hoe verklaart u de diarree in de vorm van een volumineuze ontlasting bij een hond met exocriene pancreas insufficiëntie?

Alle vormen van van voedingsstoffen worden niet verteerd waardoor ze niet kunnen worden afgebroken. Hierdoor is de darm sowieso al meer gevuld en ontstaat ook nog eens een osmotische diarree. Hoe kleiner de stof, hoe groter osmotisch actief (in het algemeen).

13

Hoe verklaart u de opgetreden vermagering, ondanks de polyphagie bij een hond met exocriene pancreas insufficiëntie?

De eiwitten, polysachariden en TAG kunnen niet worden afgebroken tot de kleine brokjes (aminozuren, dipeptiden, tripeptiden, monosachariden, vrije vetzuren en monofglycerol) die opgenomen kunnen worden door. Het dier eet veel, omdat hij honger heeft, maar kan dit niet opnemen. Dit is een heel goed voorbeeld van een malabsorptie. De stoffen kunnen niet worden afgebroken: maldigestie.

14

Heeft een hond met exocriene pancreas insufficiëntie ook een groter risico om diabetes mellitus te ontwikkelen? Verklaar je antwoord.

Het endocriene gedeelte van de pancreas blijft meestal intact, zodat zelden tegelijk diabetes mellitus optreedt. Dit heeft met de etiologie, meestal niet.

15

Zou een hond met pancreatitis ook een grotere kans hebben om diabetes mellitus te ontwikkelen? Verklaar uw antwoord.

Bij een ontsteking zou het zo kunnen zijn dat ook de endocriene cellen die insuline produceren worden aangetast. Bij katten kan dit wel, maar dit zijn meestal katten met een chronische pancreatitis, schemerend naar EPI.

16

Exocriene pancreas insufficiëntie geeft onvoldoende vertering van eiwitten, vetten en koolhydraten.
- Wat gebeurt er met het onverteerde materiaal?
- Welke effecten hebben de onverteerde materialen in de dunne darm?
- Welke effecten hebben de onverteerde materialen in de dikke darm?
- Welke klinische verschijnselen als gevolg daarvan zijn te verwachten?

- Wat gebeurt er met het onverteerde materiaal? Er gebeurt niet zoveel mee, het blijft in de darm en wordt daarna uitgepoept.
- Welke effecten hebben de onverteerde materialen in de dunne darm? Een bacteriële overgroei. Dit komt vooral doordat de pH verandert. De fauna in de darmen verandert.
- Welke effecten hebben de onverteerde materialen in de dikke darm? In de dikke darm krijg je fermentatie en een bacteriële overgroei.
- Welke klinische verschijnselen zijn als gevolg daarvan te verwachten?

17

Zijn EPI honden heel ziek?

Nee. niet echt

18

Beredeneer welke effecten te verwachten zijn van de aanwezigheid van exocriene pancreasinsufficiëntie op
- De plasma glucose concentratie
- De eiwitconcentratie in serum
- De hematocrietwaarde

- De plasma glucose concentratie. In het begin gelijk omdat het lichaam glucose uit andere plekken gaat halen. Als dit niet meer gaat, zal de plasma glucose concentratie omlaag gaan. Dit duurt echt ongelooflijk lang, het moet heel ernstig worden.
- De eiwitconcentratie in serum. In het begin gelijk. Pas in het uiterste deel van het ziekteproces gaat dit omlaag. Valt daarom pas later op.
- De hematocrietwaarde. Deze gaat omlaag. Er is een verhoogd verbruik van vitaminen (zoals B12) door de bacteriën in de darm. B12 is nodig voor de vorming van erytrocyten. De honden zijn niet echt heel uitgedroogd en dus gaat de hematocriet niet (veel) omhoog. Vitamine B12 wordt afgebroken, maar de pancreas produceert ook een intrinsic factor die niet meer wordt uitgescheiden die normaalgesproken zorgt voor de opname van vitamine B12. Rode bloedcellen worden niet goed aangelegd en worden heel kwetsbaar.

19

Een hond (15 kg) heeft een afgifte van levergal van 150 ml per dag. De lever produceert echter nieuw maar 20 ml per dag. Het dier krijgt slechts 1 maaltijd per dag. Het volume van de galblaas is 20 ml.
- Hoe is de dagproductie van levergal te rijmen met de veel hogere dagelijkse afgifte van gal?
- Hoe is het volume van de galblaas te rijmen met het veel hogere dagvolume dat aan gal wordt uitgescheiden?

- Hoe is de dagproductie van levergal te rijmen met de veel hogere dagelijkse afgifte van gal? Dit komt door recycling door de enterohepatische kringloop via de poortader.
- Hoe is het volume van de galblaas te rijmen met het veel hogere dagvolume dat aan gal wordt uitgescheiden? Het gal in de galblaas en galwegen wordt ingedikt waardoor het minder ruimte inneemt dan tijdens de uitscheiding.